artikel

Aan de onderkant

Geen categorie

Het hebben van een laaggekwalificeerde functie hangt veelal samen met het opleidingsniveau. Uit diverse onderzoeken blijkt dat werknemers met een lage opleiding veel vaker dan gemiddeld het slachtoffer zijn van arbeidsongevallen.

 

Zo is het aantal ongevallen onder werknemers met alleen basisonderwijs ruim vijf keer zo hoog als onder werknemers met een hogere opleiding (Venema & Bloemhoff, 2004-2006). Ook werken lager opgeleiden vaker met gevaarlijke stoffen, in slechte arbeidsomstandigheden (stank, lawaai, slecht klimaat) en verrichten zij vaker lichamelijk zwaar werk (tabel). Ten slotte zijn er naar schatting 36.000 werknemers die onder het minimumloon betaald krijgen; dat is verboden, maar het gebeurt wel (Hoeben & Faas, 2006).

 

Daarnaast verkeren werknemers met een lage opleiding nog op andere manieren in een kwetsbare positie. Zo hebben zij relatief vaak te maken met een flexibel contract. Dit maakt hen in meerdere opzichten kwetsbaar. Ten eerste zijn flexwerkers, en dan met name uitzendkrachten, relatief vaak slachtoffer van een arbeidsongeval (Storrie 2002). De reden hiervoor is onder meer onvoldoende opleiding en gebrek aan ervaring. Ten tweede is het voor flexwerkers lastig om de slechte arbeidsomstandigheden in hun bedrijf aan te kaarten – de kans dat hun contract niet wordt verlengd, is immers niet denkbeeldig. Dit is mede een verklaring waarom flexwerkers weliswaar vaker gezondheidsklachten hebben, maar zich minder vaak ziek melden dan werknemers met een vaste baan (Benach 2002). Ten derde is het, ook voor laagopgeleide werknemers met een vast contract, lastig een andere baan te vinden. Dit maakt het soms schier onmogelijk om een bedrijf met slechte arbeidsomstandigheden de rug toe te keren. Daardoor worden werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt relatief lang blootgesteld aan slechte arbeidsomstandigheden – ook die met langetermij ns ch ade.

 

Bovendien kan gezondheidsschade optreden door psychische belasting. Hoewel bij ‘werkdruk’ vaak wordt gedacht aan de gestresste manager, heeft ook een kwart van de lager opgeleide werknemers te maken met werkdruk. Bovendien is werkdruk vooral een probleem in combinatie met een gebrek aan ‘regelmogelijkheden’, in het bijzonder taakautonomie. Op dit punt scoren laagopgeleiden veel slechter dan hoogopgeleiden (Botterweck 2003). Voorts kan psychische belasting optreden als gevolg van pesten op het werk. Ook dit is een risico waar werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt relatief vaak mee te maken hebben (Soethout 2000). Voor met name vrouwelijke flexkrachten is het risico nog weer groter dan voor vaste werknemers (Parent-Thirion 2007). Ten slotte ervaren flexkrachten meer stress als gevolg van baanonzekerheid (Virtanen 2002). Flexibiliteit is wellicht goed voor bedrijven, maar de flexwerkers betalen de tol – zeker als zij weinig alternatieven hebben.

 

De hier genoemde risico’s zijn nog groter voor arbeidsmigranten. Dit geldt in het bijzonder voor illegale werknemers, in Nederland naar schatting 100.000 werknemers. Zo is een op de vijf dodelijke slachtoffers van arbeidsongevallen ‘niet Nederlands ingezetene’. Ook zijn migranten vaker te vinden in risicovolle beroepen, in het bijzonder eerste generatie niet-westerse allochtonen (Ambrosini & Barone 2007). Bovendien zitten arbeidsmigranten, zeker illegalen, in een bijzonder kwetsbare positie omdat zij de taal niet spreken en moeilijk aan ander werk kunnen komen. Dit klemt des te meer als zij voor hun huisvesting of vanwege schulden afhankelijk zijn van hun werkgever. Wanneer werknemers feitelijk niet of nauwelijks in staat zijn om hun werkgever te verlaten, kan zelfs gesproken worden van moderne slavernij. Onderzoekers waarschuwen dan ook voor toenemende uitbuiting. ‘De werkomstandigheden en de positie van illegalen op de arbeidsmarkt lijken de laatste jaren slechter geworden. Slechte werkomstandigheden, veel onzekerheid en een slechte betaling zijn aan de orde van de dag.’ (Van der Leun 2004)

 

Slechte arbeidsomstandigheden, slechte beloning en weinig vooruitzichten: een van deze problemen treft ruwweg een kwart van de werknemers, en een niet onaanzienlijk deel heeft met alle drie deze risico’s te maken. Werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt hebben hier relatief vaak mee te maken, en de situatie lijkt de afgelopen jaren nauwelijks verbeterd. Met name illegale werknemers staan bloot aan grote risico’s, maar ook de toenemende flexibilisering eist zijn tol. De situatie in Nederland lijkt verdacht veel op die in Van Bevers boek ‘Dokter in overall’. Ellende heb je kennelijk overal.

 

Reageer op dit artikel