artikel

Beschermt u zich al tegen nanodeeltjes?

Geen categorie

De Verenigde Naties merken in hun Global Environment Outlook Year Book 2007 op dat nanotechnologie niet langer ‘aan de horizon’ is; het wordt een vast onderdeel van ons dagelijks leven. Het rapport maakt gewag van de potentieel ernstige gezondheids- en milieurisico’s van deze nieuwe technologie. De huidige nanoprodukten zijn bovendien de markt ‘ingeslopen’, zonder dat er een behoorlijk publiek debat is gevoerd over de voor- en nadelen. Huidig onderzoek richt zich op de nieuwe toepassingen, maar kijkt niet naar de juiste beleidsmaatregelen om gevaren te beperken of te voorkomen. Nader onderzoek is dus hard nodig, aldus de Verenigde Naties.

 

Een gevoelig punt voor vakbonden en werknemers is dat nanotechnologie zijn weg inmiddels heeft gevonden naar de werkvloer, de verpakafdelingen, de vervoersbedrijven. Het komt dus allang niet alleen voor in de researchafdelingen van bedrijven. Geen enkele overheid heeft echter beschermende maatregelen genomen of beleid gemaakt om deze technologie te kunnen beoordelen en te controleren op gezondheidsrisico’s.

 

Werknemers in laboratoria, in de landbouw, de grondstofproductie, de voedselindustrie, transport, restaurant en catering zitten ‘vooraan’ om blootgesteld te worden aan door de mens gemaakte nanodeeltjes die moeilijk afbreekbaar zijn in het lichaam. Het grootste probleem is dat er vooralsnog weinig bekend is om deze blootstelling verantwoord te beperken, te controleren en de blootstelling te meten. Bovendien zijn er geen adequate persoonlijke beschermingsmiddelen op de markt.

 

Ondanks het feit dat inmiddels honderden producten op de plank liggen, is er weinig bekend over de toxicologische werking van de door de mens ontworpen nanodeeltjes. Wat wel bekend is, is dat chemische deeltjes op nanoschaal een groter oppervlakte hebben en daardoor een sterkere reactiviteit hebben. Een op microschaal ongevaarlijke stof kan op nanoschaal opeens wel gevaarlijk en giftig worden.

 

In 2004 heeft de Britse Gezondheidsdienst (HSE) geconcludeerd dat ‘bijzonder weinig bekend is over hoe gevaarlijk nanomateriaal is en op welke wijze werknemers beschermd zouden moeten worden. Vanwege hun grotere oppervlakte, hun unieke grootte en structuur alsmede hun fysische en chemische eigenschappen, moet er met de grootst mogelijke zorg aandacht worden besteed aan de garantie dat werknemers een adequate bescherming wordt geboden wanneer zij werken in een ‘nanosetting’. In het rapport van H SE wordt geconcludeerd dat de geijkte beschermingmaatregelen zoals ventilatie, het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen ontoereikend zijn vanwege de zojuist genoemde eigenschappen van nanodeeltjes.

 

Ondanks de waarschuwende rapporten, komt er onder de druk van de industrie nauwelijks beweging in het maken van een wettelijk framework om werknemers en burgers te beschermen tegen het vrijkomen nanodeeltjes in de werkplek en/of omgeving. Opgemerkt dient te worden dat de Europese Unie 3.5 miljard euro investeert in nanotechnologie tussen 2007 en 2013, bovenop de private investeringen van bedrijven zelf. Omstreeks 2015 zal er wereldwijd meer dan duizend miljard (billion) dollar worden besteed aan reseach en ontwikkeling. Daartegenover staat dat er vrijwel geen budget is voor onderzoek naar risico’s en milieu-onderzoek. Dit terwijl er omstreeks 2014 er tien milj oen werknemers wereldwijd met deze nanodeeltjes zullen werken.

 

Ook biedt het Europese Chemische Stoffenbeleid REACH geen garanties. Met de ETUC (het Europese Vakverbond) is de FNV van oordeel dat in de REACH-verordening er een eigen plaats moet worden ingeruimd voor alle mogelijk te maken stoffen op nanoschaal. De verplichting om een Chemical Safety Report (CSR) te maken voor volumes boven de 10 ton/per jaar, leidt ertoe dat fabrikanten en importeurs geen CSR hoeven te maken voor nanomaterialen/ stoffen. De FNV wil dat de CSR-verplichting ook geldt voor alle stoffen die onder REACH moeten worden geregistreerd en waarvoor geldt dat zij op nanoschaal zijn vastgesteld en beoordeeld. Voor alle ‘intended use’ dient er een CSR te worden opgesteld, dus het is logisch dat wanneer een stof gedeeld kan worden op nanogrootte, ook voor deze ‘intended use’ de risico’s worden beoordeeld.

 

De Arbeidsinspectie kan niet handhaven, omdat men geen meetmethoden heeft om te bepalen wanneer de werkplek wel of niet veilig is. Waarom is er niet veel strakker toezicht op wie er met nano aan de slag gaat? Dat lijkt de FNV zeer noodzakelijk. Daarom is op de korte termijn een juiste invulling van het begrip ‘voorzorgsprincipe’ belangrijk. Die toepassing is niets anders dan, net zoals REACH doet, ‘the burden of proof ’ bij de fabrikanten leggen.

 

De FNV vindt het onacceptabel dat ‘producten’ kunnen worden gemaakt (en op de markt worden verhandeld) zonder dat hun potentiele effecten op de menselijke gezondheid en omgeving bekend zijn. De FNV wil dan ook dat het REACH-principe ‘no data, no market’ volledig wordt toegepast. Preventieve maatregelen (‘no data, no exposure’) en invulling van het voorzorgbeginsel vormen de basis waarop op verantwoorde wijze nanotechnologie zich verder kan ontwikkelen en die voordelen kan bieden die het lijkt in zich te hebben.

 

Specialisten zoals bedrijfsartsen, arbeidshygienisten en inspecteurs moeten getraind worden en meer weten hoe te werken met nanomaterialen. Goede Praktijken dienen bekend te worden gemaakt. Werknemers moeten goede voorlichting krijgen. Momenteel wordt er een nieuw labelling- en etikeringssysteem ingevoerd, het Global Harmonised System (GH S). Dit zou een goed moment zijn om te komen met een nieuw type R-zin ‘niet alle relevante data zijn onderzocht, daardoor zijn niet alle risico’s bekend’. De S-zin ‘pas het voorzorgsbeginsel toe’ zou ook niet misstaan.

 

Momenteel wordt er door de industrie gewerkt aan een ‘Responsible Code of Practice’. De FNV verwelkomt dergelijke initiatieven. De door de industie zelf ontworpen Code of Practice – Conduct zou, in overleg met werknemers kunnen leiden tot een nanocatalogus, waarbij de Arbeidsinpectie een dergelijke catalogus ‘goedkeurt’. De overheid en Arbeidsinspectie zullen hoe dan ook een handhavingsinstrument moeten opstellen. Sociale partners zouden daarbij een eerste handreiking kunnen doen.

 

Zolang we alleen maar weten dat het gevaarlijk kan zijn, moeten nanotoepassingen in ‘funartikelen’ worden verboden. Zinvolle producten moeten enkel maar op de markt getolereerd worden mits zij van een deugdelijke risico-inventarisatie zijn voorzien. Mensen redden zich tenslotte prima in ondergoed zonder nanodeeltjes en autoruiten worden ook schoon zonder de door de ANWB verkochte nanospray.

 

Reageer op dit artikel