artikel

‘Beter tillen is niet tillen’

Geen categorie

De onderzoekers baseren zich op elf eerdere onderzoeken die vanaf 1981 wereldwijd zijn verricht naar effecten van tiltrainingen. De onderzoeken bleven over na een strenge selectie.

 

Volgens de systematiek van een Cochrane-review zochten de onderzoekers eerst via steekwoorden in een groot aantal wetenschappelijke databases naar studies over het onderwerp. Dat leverde 3.611 hits op. Daarvan werden 101 onderzoeken nauwkeuriger bekeken. Op basis van vooraf opgestelde criteria werden uiteindelijk elf onderzoeken geselecteerd. De onderzoeken moesten specifiek gaan over rugklachten, beperkingen en verzuim door rugklachten.

 

De selectie bestond uit zes gerandomiseerde studies (willekeurige indeling van deelnemers wel/geen training) en vijf cohortstudies (groepsindeling). In totaal waren daarin ruim 18.000 werknemers betrokken, zoals bagageverwerkers,

 

postbodes en veel verpleegkundigen. De duur van de onderzochte tiltrainingen varieerde van een maand tot vijfenhalf jaar. Ook de intensiteit van de interventies verschilde.

 

Kuijer: ‘Bij sommige trainingen kregen mensen een keer voorlichting, in andere gevallen meerdere keren. Er is dus aardig wat onderzoek gedaan en een breed palet aan trainingen onderzocht. Maar alle studies trokken dezelfde conclusie: tiltrainingen hebben geen effect op minder rugklachten, minder beperkingen en minder verzuim.’

 

‘Dat is de grootste onzin die ik ooit heb gehoord’, reageert Eelco Schuurman, directeur van Arbody Trainingen Utrecht. Samen met een tiental collega’s geeft Schuurman sinds 1994 tiltrainingen aan werknemers in heel Nederland. ‘Mijn ervaring is absoluut anders. Ik praat vanuit vijftien jaar praktijkervaring. Ik heb in die jaren zoveel resultaten bereikt. Elk onderzoek kan mij vertellen dat het niet werkt, maar mijn ervaring liegt niet. In een krantenartikel stelden de onderzoekers zelf dat er weinig bekend is over het voorkomen en behandelen van rugpijn. En het effect is misschien moeilijk meetbaar aan te tonen. Maar zeg dat dan. Nu roepen de onderzoekers in de verschillende media dat tiltrainingen geen nut hebben en mensen zich nergens meer iets van aan hoeven te trekken. Dat is zo ongenuanceerd.’

 

Ook Marc de Vries, mede-eigenaar van het Buro voor Fysieke Arbeid, kan de conclusie van het onderzoek niet goed rijmen met zijn ervaringen. Bewegingswetenschappers en fysiotherapeuten bij het Buro voor Fysieke Arbeid geven sinds 1986 trainingen. De Vries: ‘Het onderzoek gooit alle ‘tilcursussen’ op een hoop. Maar er is veel onderscheid. Dat een voorlichting over ‘door de knieen zakken en rug recht houden’ niet werkt, dat weet iedereen. Wij richten ons met intensieve training op vermindering van fysieke belasting en hoe mensen werken, en dat is veel breder dan ‘hoe mensen tillen’. Wij horen van werknemers dat zij minder belast werken, minder moe worden en minder klachten hebben.’ Het onderzoek deert hem niet, zegt hij. ‘Onze klanten zijn heel tevreden.’

 

Een tiltraining van Arbody gaat over meer dan tillen alleen, stelt Eelco Schuurman. ‘Onze trainingen gaan ook over staan, lopen, bukken en reiken en beroepsgerelateerde houdingen. We observeren werknemers op hun werkplek en geven gerichte adviezen hoe het werk voor hen lichter wordt. We bespreken foto’s en video-opnames en trainen meerdere keren per jaar. Daardoor leren mensen daadwerkelijk hun gedrag te veranderen. Ook het beoordelen van de werkplekinrichting is onderdeel van een training.’ Schuurman noemt twee concrete voorbeelden: ‘Een werknemer liep een hele dag ijzer te sjouwen over een afstand van tien meter. Wij hebben zijn werkplek aangepast, zodat hij nog maar twee meter hoeft te overbruggen. In een ander geval tilde een werknemer met een tennisarm door een bovenhandse greep. Door de bovenhandse greep te verwisselen door een onderhandse greep, zijn de klachten tot rust gekomen.’ Of de trainingen daadwerkelijk effect hebben, heeft Schuurman nooit onderzocht. ‘Bij Fryslan Miljeu daalde het verzuim van 15 naar 8 procent en bij de Reinigings- en Havendienst in Utrecht van 18 naar 14 procent. Ik ben geen onderzoeker. Maar ik zie duidelijke resultaten en dankbare gezichten.’

 

Marc de Vries van het Buro voor Fysieke Arbeid hanteert bij zijn trainingen in arbeidsmotoriek simpele principes die de fysieke belasting verminderen. Til zo veel mogelijk dichtbij de last, werk niet gedraaid, sta stabiel met twee voeten op de grond en belast gewrichten niet in de uiterste stand.

 

‘We geven medewerkers inzicht en training in deze principes waardoor ze anders naar hun werk kijken en hun manier van werken aanpassen.’ Dat daardoor de fysieke belasting vermindert, is volgens hem evident. De aanpak heeft volgens De Vries ook andere positieve effecten: ‘Het levert een grote bijdrage aan het gevoel van professionaliteit bij medewerkers en aan het imago van het werk.’ Effectmeting gedaan? ‘Wij hoeven dat niet meer te meten of wetenschappelijk te onderbouwen. Wij merken dat blessures en verzuim minder worden.’

 

Onderzoeker Kuijer is niet erg onder de indruk van de praktijkervaringen en de kritiek op de onderzoeksconclusie. Zijn mening verandert vooralsnog niet. ‘De onderzoeken hebben tiltrainingen bekeken die als doel hadden rugklachten te voorkomen. Die hebben geen effect. Als iemand meent dat hij iets biedt wat wel helpt, dan mag hij dat laten zien in een net onderzoek met controlegroep. Tot nu toe werkte het bij 18.000 mensen niet. Als een onderzoek het tegendeel bewijst, pas ik mijn mening aan. Tot dusver is die kennis er niet.’

 

Volgens de onderzoeker worden misschien andere dingen bereikt. ‘De elf onderzoeken hebben niet gekeken of mensen tevreden waren over de trainingen. Of misschien is het kennisniveau over tillen als risico vergroot. Maar ik zou als werkgever geen geld steken in tiltrainingen om rugklachten te voorkomen. Je kunt beter iets anders met dat geld doen.’

 

Maakt het dan helemaal niet uit hoe iemand tilt? Kan een metselaar gewoon de hele dag zijn gang gaan? Kuijer: ‘Er is bewijs dat je door tillen, draaien en buigen van de romp, lichaamstrillingen en ontevredenheid op het werk rugklachten kunt krijgen. Maar het tillen zelf is zwaar. Tillen blijft altijd een risico. Een andere tiltechniek heeft weinig tot geen effect op een lagere belasting van de rug, dus waarschijnlijk ook geen effect op de klachten. Bij een tiltraining zeg je in feite tegen iemand ‘jij tilt niet goed’. Maar wat is ‘beter’ tillen? Beter tillen is helemaal niet tillen.’

 

Er is vooral winst te behalen door te voorkomen dat mensen moeten tillen, meent Kuijer. ‘Het scheelt heel veel als metselaars stenen van een verhoging kunnen pakken. Dan hoeven zij niet meer te bukken. Dat is geen training om een tiltechniek aan te passen. Op die manier voorkom je dat iemand tilt.’

 

Volgens de onderzoeker is de focus nog vaak te veel gericht op kilo’s. Het pleidooi voor een maximaal tilgewicht als tilnorm spant het paard achter de wagen, meent Kuijer. ‘Het is fysiek zwaarder om een dubbeltje van de vloer op te rapen, dan 25 kilo vanaf heuphoogte van een tafel te pakken. In arbocatalogi moet het vooral gaan om werkhoogtes.’

 

Referentie Effect of training and lifting equipment for preventing back pain in lifting and handling: systematic review, www.bmj.com

 

Reageer op dit artikel