artikel

‘Dat vul ik later wel in’

Geen categorie

Het niet in acht nemen van de handleiding kan levensgevaarlijk zijn’, waarschuwt machinefabrikant Stihl in zijn producthandleiding ‘Veilig werken met de motorzaag’. Het illustreert hoe belangrijk het is voor veiligheid op de werkvloer dat werknemers goed kunnen lezen. Anderhalf miljoen Nederlanders boven de zestien jaar, een op de tien mensen, hebben moeite met lezen en schrijven. Het gaat om werkenden en niet-werkenden, twee derde autochtonen en een derde allochtonen. Van de beroepsbevolking kan zes procent alleen eenvoudige teksten begrijpen. Ook op hogere niveaus kunnen mensen moeite hebben met lees- en schrijftaken binnen hun functie.

 

Stichting Lezen & Schrijven is sinds 2004 aanjager in de aanpak van laaggeletterdheid. Volgens de stichting raakt laaggeletterdheid het hart van onze samenleving. Directeur Margreet de Vries:

 

“Niet goed kunnen lezen en schrijven plaatst mensen buiten de samenleving.

 

Door het taboe durven zij er niet over te praten. Laaggeletterdheid kost de maatschappij jaarlijks 537 miljoen euro, omdat de doelgroep vaker een beroep doet op de gezondheidszorg en werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Binnen bedrijven leidt laaggeletterdheid tot productiviteitsverlies, veiligheidsrisico’s en gebrekkige communicatie binnen bedrijven en met klanten.”

 

Overheid en sociale partners onderschrijven het belang om laaggeletterdheid aan te pakken. In een convenant tekenden zij vorig jaar gezamenlijk voor de doelstelling om laaggeletterdheid in acht jaar tijd met zestig procent te verminderen (tot 600.000 mensen). Het aantal werkende laaggeletterden (420.000) moet in 2015 zijn teruggebracht tot 168.000 werknemers.

 

Laaggeletterdheid komt vooral voor in beroepen waarvoor geen of een lage opleiding nodig is, zoals in de schoonmaaksector, beveiliging, afvalverwerking en productie. Ook in deze beroepen moeten werknemers steeds meer lezen en schrijven en worden teksten moeilijker. Werknemers werken vaker met een computer, werkzaamheden worden gestandaardiseerd en er komen meer procedures en regels.

 

Tegenwoordig rijden de vuilniswagens van afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel rond met een boordcomputer. “Op die manier kunnen wij een chauffeur nog tijdens zijn route een adres opgeven om een afvalcontainer van een bedrijf te legen”, vertelt woordvoerder Mark Ruis. “De chauffeur moet dan wel het adres en de routeaanwijzingen kunnen lezen. Vroeger wist hij bakkerij De Graaf wel te vinden. Zijn laaggeletterdheid viel toen niet op.”

 

Volgens Margreet de Vries kennen laaggeletterden allerlei technieken om ervoor te zorgen dat hun handicap niet opvalt. De Vries: “Soms houden ze het jarenlang verborgen, zelfs voor hun eigen partner.”

 

Laaggeletterdheid kan op de werkvloer levensgevaarlijk zijn. Het niet kunnen lezen van veiligheidsinstructies vormt een ernstig risico voor de werknemer zelf en voor zijn collega’s. Uit een FNV-enquete bleek onlangs dat een op de drie bouwvakkers gevaarlijke situaties heeft meegemaakt doordat werknemers de Nederlandse taal niet goed beheersen.

 

Sommige bedrijven houden bewust rekening met laaggeletterdheid van hun werknemers. Mark Ruis van Van Gansewinkel:

 

“Onze algemene veiligheidsvoorlichting houden we heel eenvoudig en begrijpelijk met herkenbare beelden. De boodschap moet in een keer duidelijk zijn. We geven over veiligheid nooit eenzijdige instructie. Als iemand bijvoorbeeld voor het eerst met een voertuig meerijdt, combineren we pictogrammen, schriftelijke tekst en mondelinge instructies. Bovendien, als iemand achterop een treeplank van de vuilniswagen staat, kan het voertuig niet harder dan 30 kilometer. Je kunt er dan dus niet mee over een snelweg. Ook het materieel is veilig.”

 

Laaggeletterdheid komt vooral voor in beroepen waarvoor nauwelijks scholing nodig is

 

In reactie op Kamervragen over de FNV-enquete ‘Wachten op de eerste dode’ antwoordde minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat de werkgever voor doeltreffende voorlichting moet zorgen. Voorlichting moet zijn afgestemd op onder meer de capaciteiten, taal, kennis en ervaring van betrokken werknemers. Dit kan betekenen dat voorlichting in een andere taal moet worden verstrekt.

 

Als de taalbarriere of de communicatie tussen werknemers een arbeidsrisico vormt, moet dit apart vermeld worden in de risico-inventarisatie en -evaluatie en dient de werkgever daar maatregelen voor te nemen’, aldus de minister.

 

Directeur de Vries noemt het ‘een gemiste kans’ dat de minister in zijn antwoord taalproblemen op de bouw koppelt aan anderstaligen. “Dat gaat helemaal voorbij aan het feit dat sommige mensen niet kunnen lezen en schrijven. Dan kun je nog zoveel briefjes in de eigen taal ophangen, maar daar bereik je niet iedereen mee. Je zou toch een ander antwoord verwachten, SZW heeft tenslotte ook het convenant ondertekend.”

 

Volgens directeur De Vries beseffen nog te weinig bedrijven dat laaggeletterdheid op de werkvloer kan spelen. Zij ziet voor arbocoordinatoren en arbodeskundigen een belangrijke rol in de bewustwording van bedrijven en het herkennen en ondersteunen van laaggeletterden. “Dat is van belang voor de veiligheid op de werkplek en voor de gezondheid van werknemers. Je kunt voorkomen dat mensen met spanningen blijven rondlopen”, aldus De Vries.

 

Stichting Lezen & Schrijven ontwikkelde zelf het startpakket ‘Taalkracht voor bedrijven’ om te helpen bij een eigen aanpak. Het pakket helpt met goede voorbeelden en presentaties om de bewustwording binnen bedrijven te stimuleren. De Vries: “De aanpak vraagt ook een lange adem. Je moet het eerst leren herkennen en vervolgens mensen zonder drang motiveren tot een cursus. Het is niet zo dat zich altijd direct binnen een week tien cursisten melden.” Bayran Topal (43), chauffeur, meldde zich binnen Van Gansewinkel als een van de eersten aan voor een cursus lezen en schrijven. Hij kwam in 1980 naar Nederland, maar kon tot 2005 geen N ederlands lezen en schrijven. De cursus veranderde zijn leven, zegt hij. “Zowel prive als binnen mijn werk. Ik heb veel meer lef en vertrouwen. Ik voel me veel zekerder en daardoor kan ik mijn werk ook beter doen.”

 

Herken de signalen

 

U merkt dat iemand:

 

nerveus wordt wanneer hij of zij iets moet opschrijven of moet lezen

 

lees- en schrijfsituaties vermijdt

 

nooit zijn of haar post leest

 

u vraagt brieven voor te lezen nooit reageert op uitnodigingen

 

een kruisje zet als handtekening

 

Bron: herkenningswijzer Stichting Lezen & Schrijven

 

 

Vakbonden en werkgeversorganisaties formuleerden in de Stichting van de Arbeid aanbevelingen voor een aanpak van laaggeletterdheid binnen bedrijven. Zij pleiten ervoor laaggeletterdheid in een open sfeer binnen bedrijven bespreekbaar te maken. Pas als bedrijven de problemen herkennen, is het mogelijk om laaggeletterdheid aan te pakken met gerichte scholing, aldus de Stichting van de Arbeid.

 

De Vries is blij met de actieve betrokkenheid van bonden en werkgevers die ook een standaard cao-afspraak maakten om zo hun achterban te stimuleren met het onderwerp aan de slag te gaan. Een aantal grotere bedrijven heeft volgens haar laaggeletterdheid inmiddels serieus op de agenda staan, onder andere Van Gansewinkel, KLM en CSU. “Maar we moeten opschalen om de convenantdoelstellingen te halen. Tot nu toe volgt nog geen 1 procent van de 1,5 miljoen laaggeletterden een cursus.”

 

Herken de uitspraken

 

“Ik ben mijn bril vergeten.” “Ik heb een lelijk, onleesbaar handschrift.”

 

“Kunt u dat even voor mij invullen?”

 

“Dat forrnulier vul ik later wel in.” “Dat werkbriefje krijg je morgen van me.”

 

Bron: herkenningswijzer Stichting Lezen & Schrijven

 

 

Links:www.lezenenschrijven.nl, www.taalkrachtvoorbedrijven.nl, www.etv.nl

 

Reageer op dit artikel