artikel

Houd jongeren veilig van de straat

Geen categorie

Bij het onderzoek en getuigenverhoor blijkt dat het bedrijf een aantal belangrijke arboregels niet in acht heeft genomen. Ten eerste was de trekpers naast de scholier niet veilig. Het toevoerdeksel van de pers was slechts door het omzetten van een hendel te openen. Ook met geopende kap bleef het transportbandje met boven- en onderrollers draaien. Deze bewegende delen leverden vanzelfsprekend knel- en pletgevaar op. Veiligheidsvoorzieningen ontbraken, zoals een schakeling die de pers onmiddellijk moest laten stoppen, een lichtscherm of een laserbeveiliging of een simpel slotje op het toevoerdeksel. Dit ondanks het feit dat deze tekortkoming expliciet in de risicoinventarisatie en -evaluatie was opgenomen. Een andere tekortkoming was gebrekkige voorlichting, onderricht en toezicht (VOET).

 

Voor jongeren was er geen mentor of toezichthouder benoemd. De vier aanwezige vakantiewerkers mochten na een korte uitleg aan machines werken, zware lasten tillen, in een zeer lawaaierige omgeving werken, een hogedrukreiniger gebruiken en met gevaarlijke chemicalien machines reinigen. De jongeren hadden voordat ze aan de slag gingen, geen duidelijke instructie, voorlichting en onderricht gekregen. Ook was er geen toezicht. Opvallend was dat de zogenoemde begeleider van het slachtoffer een dag na de aanstelling van de scholier drie weken op vakantie ging. Toen het slachtoffer de volgende dag op zijn werk kwam, hoorde hij dat hij aan dezelfde machine verder mocht. De installatie waarmee het slachtoffer werkte, bestond uit twee wastrommels met draaiende delen erin. Deze hadden zo’n omvang dat een (jeugdige) werknemer daarin kon vallen. Tussen de delen van de installatie bestond hoogteverschil met valgevaar. Ondanks deze potentiele gevaren werkte het slachtoffer zonder toezicht.

 

De jonge uitzendkracht deed werk waar hij niet toe bevoegd was, zoals tot twee keer toe een storing aan andere persen herstellen. Niemand had hem daarop aangesproken. Een 17-j arige getuige verklaarde dat hij zelfstandig aan machines had gewerkt. Dit waren ingewikkelde en gevaarlijke machines. Deze getuige verklaarde ook dat hij na een aantal dagen uit eigen beweging gehoorbescherming ging gebruiken omdat hij last had van herrie. Wederom had een toezichthouder hem niet gewezen op het gebruik van gehoorbescherming.

 

Bovendien hadden het jonge slachtoffer en de getuige het bedrijfsreglement niet ingezien, laat staan gelezen en begrepen. Het bedrijf beschikte niet over een specifiek veiligheidsreglement. De risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf besteedde aan jonge werknemers helemaal geen aandacht, ondanks het feit dat het bedrijf al jaren jongeren in dienst had.

 

Er is speciale wetgeving voor de arbeid van kinderen (13 t/m 15 jaar) en jongeren (16 en 17 jaar). ‘Nadere Regeling Kinderarbeid’ bepaalt dat arbeid van kinderen slechts uit ‘niet-industriele hulparbeid’ dus hand- en spandiensten mag bestaan, bijvoorbeeld auto’s wassen. Een 15-jarige mag al meer arbeid verrichten, zoals zelfstandig kranten en folders bezorgen en vakken vullen. Jongeren van 16 of 17 jaar mogen praktisch alle werkzaamheden verrichtten, mits VOeT goed geregeld is. Het toezicht moet dan ‘deskundig’ en direct zijn en alle gevaren moeten voorkomen zijn. Direct toezicht is belangrijk om snel te kunnen ingrijpen als het fout gaat. Het slachtoffer van dit ongeval had aan de machines mogen werken met genoeg voorlichting en onderricht en met direct toezicht.

 

Werkzaamheden die schadelijk zijn voor de gezondheid, blijven verboden. Hieronder valt arbeid met gevaarlijke stoffen die ‘vergiftigd’, ‘sensibiliserend’, ‘kankerverwekkend’ of ‘mutageen’ zijn.

 

Daarnaast is ook duikarbeid verboden en werk met gevaarlijke machines, zoals hijskranen, stralingsapparaten en apparaten die veel trillingen veroorzaken. Bovendien beperkt de wet het aantal uren dat kinderen en j ongeren mogen werken.

 

Het boeterapport citeert artikel 7.7 lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. ‘Indien bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen.’ Overtreding van dit artikel was de directe oorzaak van dit ongeval. Even belangrijk was de gebrekkige VOeT. Hiervoor werd artikel 8 lid 1 en lid 4 van de Arbeidsomstandighedenwet als overtreding opgenomen. In de beschikking motiveerde de boeteoplegger wel dat de VOeT niet deugde, maar legde daarvoor geen boete op. Voor de onveilige machine kreeg het bedrijf een boete van 9.000 euro.

 

Reageer op dit artikel