artikel

Huisarts en bedrijfsarts werken samen

Geen categorie

Een opvallend resultaat van het experiment was dat huis- en bedrijfsartsen gaandeweg de samenwerking anders naar elkaar zijn gaan kijken en van elkaar hebben geleerd. Zo heeft de bedrijfsarts onder huisartsen vaak nog een negatief stempel. Maar al snel werd tijdens het experiment bij het Gezondheidscentrum Wantveld duidelijk dat de bedrijfsarts al lang niet meer de uitgebluste arts is die zijn laatste jaren met dit werk vol kan maken. Het werd de huisartsen duidelijk dat bedrijfsartsen worden opgeleid om te demedicaliseren en snelle effectieve interventies toe te passen die niet alleen de kwaal, maar vooral de oorzaak moeten aanpakken. Met vaak eenvoudige adviezen maakt de bedrijfsarts werknemers bewust van hun valkuilen en kan hij hen, maar ook hun werkgevers, veel ellende besparen. Door vroegtijdig in te grijpen en verder te kijken dan het gezondheidsprobleem, kan meer gezondheidsschade worden voorkomen. De huisarts kijkt op een andere manier naar de patient dan de bedrijfsarts naar zijn client. De huisarts kijkt vanuit het gezondheidskundige aspect, de bedrijfsarts vanuit het oogpunt van het functioneren. De huisarts doet dingen die veel bedrijfsartsen niet meer (of onvoldoende) beheersen, zoals het volgens de laatste protocollen voorschrijven van medicatie. De huisartsen zijn zich bewust geworden van het feit dat bedrijfsartsen een ander vak uitoefenen, maar dat er wel een gemeenschappelijk doel is; het bevorderen van het welzijn van de mens. Een van de huisartsen noemde de inbreng van de bedrijfsarts een ‘eye-opener’ en hij kreeg in veel gevallen tips en adviezen waar hij zelf niet aan had gedacht.

 

Het experiment werkte ook positief uit voor de client. Omdat bij het Gezondheidscentrum Wantveld de bedrijfsgezondheidszorg in de eerste lijn zeer laagdrempelig was en bovendien niet gebonden was aan de werkgever, gingen clienten onbevangen naar het consult. Er werd meer verteld, waardoor de adviezen praktischer konden zijn. Vaak gaf de eerstelijns bedrijfsarts een ‘briefje’ mee voor de ‘eigen bedrijfsarts’. Dat heeft in veel gevallen positief uitgewerkt. Zo werd dit briefje wel eens gebruikt om de collega-bedrijfsarts de andere kant van het verhaal te laten horen. In een geval werd een huisarts gebeld door de bedrijfsarts van de client met de mededeling ‘dat men het toch niet zo had bedoeld en dat vanaf nu de client op een goede wijze zou worden begeleid’. Er zijn relatief veel mensen op het spreekuur geweest die al enkele weken verzuimden, maar nog nooit een bedrijfsarts hadden gezien. In sommige gevallen was niet duidelijk of er uberhaupt een bedrijfsarts aan het bedrijf verbonden was. Door vroegtijdig ingrijpen van de eerstelijns bedrijfsarts kon regelmatig worden voorkomen dat er onnodige gezondheidsschade ontstond of dat problemen gemedicaliseerd werden. Bij fysieke klachten kon door eenvoudige tips over bijvoorbeeld de werkwijze, de werkplek en het omgaan met werkdruk, erger worden voorkomen. Daarnaast werden adviezen gegeven die met de werkgever besproken konden worden.

 

Armklachten

 

Door een sterk toenemend computergebruik op haar werk kreeg een jonge vrouw klachten aan de elleboog en de onderarm. Uit de anamnese bleek dat haar werkplek op een eenvoudige manier geoptimaliseerd kon worden. Met de huisarts werd besproken wat voor interventie de bedrijfsarts zou adviseren. De cliente kreeg een aantal adviezen mee over werkhouding, pauzes en oefeningen. Deze client is niet meer teruggezien met klachten aan de arm. Waarschijnlijk zou deze vrouw zonder ingrijpen van de eerstelijns bedrijfsarts zijn doorgegaan met haar werk en wellicht door toename van de klachten op den duur moeten verzuimen.

 

 

De pilots hebben duidelijk gemaakt dat de aanwezigheid van een bedrijfsarts in de eerstelijns gezondheidszorg leidt tot snellere werkhervatting van werknemers en tot minder kosten voor de zorgverzekeringen en andere partijen. Ook voor de patienten zelf heeft een bedrijfsarts in de eerste lijn een toegevoegde waarde. Gezien de beperkte omvang van de pilot kon dit echter niet met cijfers worden onderbouwd. Er zal verder onderzoek verricht moeten worden om dit ook werkelijk aan te tonen.

 

Heupprobleem

 

Een jonge vrouw werkt twee dagen op kantoor en heeft onlangs een heupprothese gekregen. Zij was al voor 75 procent gere-integreerd en de eigen bedrijfsarts achtte haar weer in staat om volledig te werken. De klachten aan de heup namen echter toe, maar zij durfde vanwege een aangekondigde reorganisatie niet opnieuw gedeeltelijk te verzuimen. Van de eerstelijns bedrijfsarts kreeg zij het advies om met de werkgever in gesprek te gaan en de zestien uur te verdelen over drie dagen. Zonder deze interventie zou deze client langere tijd geprobeerd hebben aan haar verplichtingen te voldoen met alle nare gevolgen voor het herstel en revalidatie van dien.

 

 

De zes pilots, waar bedrijfsgeneeskunde wordt geintegreerd en gepositioneerd in de eerstelijns gezondheidzorg krijgen begin 2009 een vervolg. Daarbij zijn onder andere het Gezondheidscentrum Wantveld, Achmea Vitale (tot 1 april 2008 Achmea Arbo), Welder (voorheen Breed Platform Verzekerden & Werk), de NVAB, afdeling Sociale Geneeskunde van UMC St. Radboud, afdeling Sociale Geneeskunde Universiteit Maastricht en Pentascope bij betrokken.

 

Dit artikel is gebaseerd op het Verslag Invitational Bedrijfsarts in de eerste lijn, 14 juni 2007, CVZ te Diemen.

 

Reageer op dit artikel