artikel

Kies de ideale kantoorstoel

Geen categorie

Bij het onderzoek was de vraag of deze mechanismen een meetbaar effect hebben op de mens. Wordt er echt meer bewogen? Is er een verschil in spierspanning meetbaar in standaardcondities in het laboratorium en in het echte werk? Voelen gebruikers zich comfortabel? Belangrijk is ook om na te gaan of er langetermijneffecten te vinden zijn. Om de studie niet vier jaar lang te laten duren, is een methode gebruikt met een voorspellende waarde. Hamberg heeft in 2008 aangetoond, dat als je locally perceived discomfort (LPD) op een speciale manier meet, je iets over de lange termijn kunt zeggen. Bij hogere LPD-scores is de kans op rug- en nekklachten ongeveer twee keer hoger. Deze methode is daarom in het onderzoek toegepast.

 

In het laboratorium ondergingen tien proefpersonen een test met een EMG. EMG is een onderzoekstechniek waarbij de elektrische activiteit van spieren wordt gemeten. Dit gebeurde bij versnelling van het lichaam, beweging van het lichaam en stoelelementen zoals de rugleuning en de zitting. Ook zijn LPD en comfortbeleving gemeten bij een groot aantal sterk gestandaardiseerde taken. Hierbij werd de volgorde van de stoelen systematisch gewisseld. De proefpersonen kregen ook de vraag voorgelegd welke stoel ze gezonder vonden. Daarnaast zijn er veertig proefpersonen bij vier bedrijven in een uitgebreide veldtest gemeten.

 

De spieractiviteit gemeten met EMG leverde geen significant verschil op. Ook de bewegingen van de proefpersonen gaven meestal geen significante verschillen tussen de stoelen. Wel gaf het zitvlak van de stoel significante verschillen in beweging weer. Dit is logisch, omdat de bewegingsmechanismen verschilden. De LPD-waarden waren nooit boven de grens die Hamberg (2008) beschreef als een waarde die de kans op nek- en rugklachten verhoogt.

 

De comfortbeleving en ingeschatte gezondheidsbeleving verschilden wel duidelijk: stoel A en B hadden daarbij een hogere score (meer comfort en hogere gezondheidsbeleving) dan de referentiestoel D. Stoel C scoorde lager en stoel E scoorde gelijk aan de referentiestoel. Deze verschillen waren significant, maar hadden een beperkte uitslag.

 

De verschillen in EMG, beweging en comfortbeleving waren overigens groter tussen het uitvoeren van de taken dan tussen de stoelen onderling. Doordat de veertig proefpersonen in de praktijk vele taken uitvoerden – bellen, schrijven, archiveren, toetsenbordtaken, muistaken et cetera – is het moeilijk na te gaan welke stoel bij welke taak het beste was. Daarnaast hadden de proefpersonen zelf verschillende voorkeuren. Iedereen die werkzaam is bij de al eerder genoemde Duitse koepelorganisatie HVBG, is vrij zijn eigen stoel te kiezen.

 

De meerderheid kiest waarschijnlijk voor stoel D, en mensen die langdurig zitten zullen eerder stoel A of B nemen.

 

De gemiddelde ervaren verschillen waren klein, dus gesteld kan worden dat het niet zoveel uitmaakt welke stoel gekozen wordt. Als medewerkers lang stil moeten zitten, zoals een fulltime secretaresse die weinig vergaderingen bijwoont, is het raadzaam stoel A of B te kiezen. Maar belangrijker is dat de stoel past bij het werk en het individu.

 

Idealiter zou een persoon een week moeten proefzitten terwijl deze de betreffende taak uitvoert. Sommige leveranciers bieden dat ook aan.

 

Daarnaast is het handig om van bestaande normen gebruik te maken (zoals de NPR1813). Daarbij moet er wel op worden gelet dat niet nodeloos veel geld wordt uitgegeven voor eisen die niet altijd nodig zijn, zoals een bepaalde armbreedte. In sommige bedrijven werken geen smalle vrouwen of juist geen hele brede mannen, waardoor armbreedte-eisen niet relevant zijn. Bij bedrijven met veel flexwerk of gedeelde werkplekken zijn sommige eisen extra relevant. Zo is het daar heel belangrijk dat de stoel eenvoudig instelbaar is. Het is sowieso sterk de vraag of er een standaardstoel voor alle werknemers gekozen moet worden. En is er voor iedere specifieke taak wel een geschikte stoel?

 

Meer informatie: Ellegast, R., Keller, K., Hamburger, R., Berger, H., Krause, F., Groenesteijn, L., Blok, M., Vink, P. Ergonomische Untersuchung besonderer Buroarbeitsstuhle. Sankt Augustin, BGIA, 2008. Het rapport is vrij te downloaden: www.dguv.de/bgia/de/pub/rep/rep07/bgia0508/index.jsp

 

Reageer op dit artikel