artikel

Loop weg met BRAVO

Geen categorie

De deelnemers aan de BRAVO Lifestyle Check scoren beter op de onderzochte leefstijlfactoren. Al de gemeten leefstijlfactoren worden door de Gezondheidsraad in verband gebracht met een betere gezondheid en een langere levensduur (ref. Gezondheidsraad). Het zou dus kunnen dat deze leefstijlverbeteringen leiden tot een langere levensduur van de medewerkers.

 

Om een investering in een leefstijlprogramma voor bedrijven aantrekkelijk te laten zijn, is het ook zaak om naar positieve effecten en potentiele opbrengsten op de kortere termijn te kijken. De vragen die daarbij beantwoord moeten worden, zijn:

 

1. Is er een verband tussen de verbetering van de leefstijl van medewerkers en de daling van het verzuim?

 

2. Welke leefstijl of leefstijlen zijn hierin bepalend?

 

3. Beinvloedt het BRAVO-programma deze leefstijlen effectief?

 

Tussen 2006 en 2007 is het verzuim binnen Fortis Bank gedaald tot 3,25%. Het verzuim in de sector banken is in dat j aar gestegen tot 3,8%. We hebben een indicator samengesteld die het nettoresultaat aangeeft van de leefstijlontwikkelingen. Als het aantal gunstige ontwikkelpunten minstens 2 hoger is dan het aantal ongunstige ontwikkelpunten, noemen we het een netto positieve ontwikkeling. Dit is bij 30% van de deelnemers het geval. Als het aantal ongunstige ontwikkelpunten 2 of meer hoger is dan het aantal gunstige ontwikkelpunten, noemen we dit een netto negatieve ontwikkeling. Dit is bij 11% het geval. Bij de overige 58% is er geen ontwikkeling in de leefstijl of wegen de gunstige en ongunstige ontwikkelingen ongeveer tegen elkaar op. We zien een verzuimdaling van 0,55 procentpunt bij werknemers die een netto positieve ontwikkeling op leefstijl hebben doorgemaakt en een verzuimstijging van 0,60 procentpunt als de ontwikkelingen overwegend negatief zijn. Bij werknemers die geen of weinig ontwikkeling laten zien, is het verzuim gelijk gebleven. Deze verschillen zijn statistisch significant.

 

De verzuimanalyse laat zien dat medewerkers die hun leefstijl verbeteren met name minder lang verzuimen. Het verzuimpercentage daalde in deze groep werknemers maar liefst met 20%; de meldingsfrequentie 7%.

 

Bij medewerkers die zijn gaan sporten, is een lager verzuim geconstateerd. Zowel het verzuimpercentage als de meldingsfrequentie daalde significant. We zien geen verandering van het verzuim van medewerkers die meer of minder zijn gaan bewegen (matig intensief bewegen: wandelen, fietsen en dergelijke volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen). De reden hiervoor is met ons onderzoek niet te achterhalen. Speculerend is het mogelijk dat onze relatief jonge medewerkers gedurende de dag al voldoende bewegen en dat de dertig minuten extra daar weinig aan toevoegen. Mogelijk zorgt de opvoering van het metabolisme tijdens het sporten voor het vrijzetten van stoffen die verzuim voorkomen of zorgt de betere lichamelijke basisconditie van de sportende medewerker ervoor dat hij of zij in staat is sneller te herstellen. Bemoedigend is het om te zien dat dit resultaat al optreedt bij eenmaal in de week extra sporten.

 

 

 

Verrassend is dat het verzuimpercentage van de 73 medewerkers die tussen 2006 en 2007 meer zijn gaan roken, is verdubbeld. Stoppen met roken heeft op het (relatief hoge verzuim van rokers) helaas geen invloed. Vanuit gezondheidskundig opzicht is dit niet direct te verklaren uit de bekende gezondheidsbedreigende effecten van het roken op de lange termijn. Als je roken echter ziet als een uiting van een verslaving, dan laat zich de toename van het verzuim verklaren vanuit de toename van de achterliggende verslavingsproblematiek.

 

Medewerkers die na een jaar geen alcohol meer dronken, bleken iets langer te hebben verzuimd; collega’s die juist alcohol zijn gaan drinken, verzuimden iets minder.

 

Er is veel onderzoek gedaan door alcoholproducenten naar de positieve effecten van hun producten. Onze analyse lijkt de onderzoeken die een positief effect vonden, te steunen.

 

Het meer of juist minder gaan eten van groenten en fruit blijkt geen enkel verband te vertonen met verzuim. Deze bevinding ligt in de lijn der verwachtingen. Groenten en fruit bevatten wel voedingsvezels en vitamines, maar de nuttige effecten van voedingsvezels zijn niet onomstreden vastgesteld. Ook komt een vitaminetekort door toevoeging van deze stoffen aan industrieel gefabriceerde voedingsmiddelen bijna niet meer voor.

 

Een hoger lichaamsgewicht bleek in eerdere analyses samen te hangen met een fors hoger verzuim. Gewichtstoename tussen 2006 en 2007 blijkt daarentegen samen te gaan met een daling van het relatief hoge verzuim van zwaarlijvigen.

 

Bij werknemers, die zich tijdens het werk energieker zijn gaan voelen of zich na hun werk beter kunnen ontspannen dan voorheen, blijkt het verzuimpercentage het meest te zijn gedaald. Een bevestiging van de analyses die met name stress herkennen als grootste verzuimrisico voor de moderne werknemer. Bekijken we alle leefstijlfactoren en het verzuim in hun onderlinge samenhang, dan blijken meer sporten en matig gaan drinken onafhankelijk van elkaar samen te gaan met een lager verzuim. Dit geldt nog sterker voor energiek zijn tijdens het werk en ontspannen. Roken daarentegen verhoogt het verzuim fors.

 

De bewijsvoering voor een oorzakelijk verband tussen het gezondheidsvoorlichtingsprogramma BRAVO en het door vele factoren bepaalde verzuim, is moeilijk. Onze huidige gegevens maken het echter wel zeer aannemelijk dat met name sporten, roken en alcoholgebruik, net als energiek zijn en ontspanning, het verzuim beinvloeden.

 

Gelukkig zien we dat het ook redelijk goed lukt om medewerkers meer te laten sporten via onder andere bedrijfsfitness. We leren ze beter om zich te ontspannen door groepstrainingen. Ook verbeteren we de match tussen medewerker en functie door opleiding, training of jobcoaching.

 

Ondanks het scherpe ontmoedigingsbeleid ten aanzien van het roken zijn we er helaas niet in geslaagd om te voorkomen dat een geringe groep van medewerkers (meer) is gaan roken. Daarnaast hebben we het vanwege de zeer ernstige negatieve gezondheidseffecten van overmatig alcoholgebruik en de mogelijke veiligheidsrisico’s (in ons geval vooral verbonden aan de verkeersdeelname voor het woon-werkverkeer) niet aangedurfd om de alcoholconsumptie actief te bevorderen.

 

Groenten- en fruitconsumptie laten geen samenhang met het verzuim zien en ook de relatie tussen lichaamsgewicht en verzuim is niet eenduidig. In ons gezondheidsprogramma richten we ons daarom voornamelijk op voorlichting over gezonde en evenwichtige voeding. Daarbij realiseren we ons dat wat vandaag als gezond wordt gezien, morgen soms weer achterhaald is. De discussie over de kroket is daarbij een mooi voorbeeld. Was de kroket vroeger een product vol met verzadigde vetten, nu is hij gemaakt van paardenvlees en wordt hij aanbevolen om zijn hoge goed opneembare ijzergehalte.

 

Een leefstijlprogramma is profijtelijk voor de medewerker. Gezonder leven en langer overleven hangen met elkaar samen. Voor de werkgever hangen gezonder leven en minder verzuimen ook met elkaar samen. Fortis Bank Nederland maakt nu wel een zeer turbulentie periode in haar bestaan door. Het effect van deze ontwikkeling op de leefgewoonten van medewerkers laat zich niet goed voorspellen. We zijn dan ook benieuwd naar de resultaten van de derde leefstijlmeting eind 2008.

 

Heeft u nog vragen aan Paul Koenders? Kom dan naar de Arbo Actualiteitenbrunch! Kijk bij Actueel op pagina 8 voor informatie.

 

 

Referentie: Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006, publicatienr 2006/21

 

Reageer op dit artikel