artikel

Samenwerking in zorg

Geen categorie

Het bovenstaande laat zien dat er in het hele proces van het bereiden en toedienen van cytostatica een aantal controlemomenten zijn ingebouwd:

 

– de ziekenhuisapotheker rekent de medisch specialist na;

 

– apothekersassistenten controleren elkaar of zij wel de juiste middelen in de juiste dosering uit het magazijn hebben gepakt;

 

– een tweede ziekenhuisapotheker controleert alles nog een keer voor vrijgifte: bij dit soort stoffen kan een

 

– overdosering desastreus zijn;

 

– de verpleegkundige controleert de apotheek of de juiste infusen zijn geleverd;

 

– de verpleegkundigen controleren elkaar of zij de infusen wel bij de juiste patient aansluiten;

 

– risico-inventarisaties en audits worden uitgevoerd.

 

De medicatieveiligheid en het veilig werken met cytostatica zijn op deze manier geborgd. De inhoudsdeskundigen, zoals de internist, de oncologieverpleegkundige en de ziekenhuisapotheker bewaken of de juiste patient wel de juiste geneesmiddelen (cytostatica) in de juiste dosering krijgt toegediend. De manager patientveiligheid kijkt echter naar het totale proces en onderzoekt waar de risico’s voor de patient zitten om samen met bijvoorbeeld de ziekenhuisapotheker vervolgens die risico’s te verkleinen of weg te nemen. Samen met de arbocoordinator kijkt de manager patientveiligheid naar het proces van gereedmaken en toedienen, omdat daarin de risico’s voor de medewerkers liggen. De RI&E van de apotheek en de resultaten van veegproeven (het meerdere malen per dag controleren of er schoon wordt gewerkt ) worden door beide functionarissen samen doorgenomen en maatregelen worden getroffen. Periodiek wordt gekeken of de beschreven werkwijze ook daadwerkelijk wordt gevolgd. De kennis van de arbocoordinator en van de manager patientveiligheid wordt daarmee optimaal ingezet.

 

Soms hebben de manager patientveiligheid en de arbocoordinator te maken met tegenstrijdige wetgeving. Zo wordt bij het gereedmaken van de infusen met geneesmiddelen gewerkt in een laminaire flow-kast. Hierbij wordt steriele lucht van boven naar beneden door de kast geblazen, zodat bij het bijspuiten geen contaminatie optreedt. Deze kast staat in een ruimte met overdruk om de ‘microbiologisch vuile’ lucht buiten te houden. Vanuit het oogpunt van het werken met risicovolle stoffen dienen de infusen juist in een ruimte met onderdruk te worden geproduceerd om de eventueel met cytostatica gecontamineerde lucht binnen de ruimte te houden. Hier botst de farmaceutische wetgeving met de arbo- wetgeving. Dit probleem is opgelost met een sluis waarin onderdruk bestaat om de eventueel met cytostatica gecontamineerde lucht weg te vangen.

 

Voor alle handelingen in het beschreven voorbeeld – vanaf het berekenen van de dosering tot en met het schoonmaken van de patientenkamer – moet iedereen goed geschoold zijn. Dit is ter bescherming van de patient en de medewerker. Daarnaast worden op veel momenten controles uitgevoerd. Mensen maken nu eenmaal fouten, ondanks de juiste scholing. Je kunt uitermate kundig zijn in je werk en toch fouten maken. Voorlichting en instructies zijn daarom belangrijk voor de veiligheid voor de patient en de verpleegkundigen. De manager patientveiligheid en de arbocoordinator kunnen hier een protocol voor opstellen. Ook kunnen zij periodiek calamiteitenoefeningen entameren. Tijdens deze oefeningen wordt een onschuldige stof die op de grond is gevallen, opgeruimd alsof het een toxische stof was. Deze actie wordt op video opgenomen, zodat anderen hiervan kunnen leren. Een film zegt namelijk veel meer dan een theoretische instructie.

 

Reageer op dit artikel