artikel

Textielbranche in de war

Geen categorie

De procedure kan als volgt worden samengevat:

 

 

De inkopende overheid legt in een bestek van eisen vast wat ze nodig heeft.

 

– Op basis van selectiecriteria wordt bepaald aan welke ondernemingen de opdracht kan worden gegund en op basis van de gunningscriteria wordt bepaald wie de opdracht krijgt.

 

– De gunning geschiedt of op basis van ‘laagste prijs’ of op basis van ‘economisch meest voordelige inschrijving’.

 

Modint kan kledingbedrijven helpen met een ‘publicatiedienst’, waarin alle openbaar gepubliceerde aanbestedingen vermeld staan die interessant zijn voor leden. Zo zijn leden altijd op de hoogte en kunnen zij meteen de aanvraagformulieren en gevraagde eisen opvragen bij de overheid. Deze eisen zijn terug te vinden in de specificaties van de aanbesteding. Ze zijn soms zo uitgebreid dat ze een compleet boekwerk beslaan.

 

Nadat een offerte is ingediend en de sluitingsdatum is geweest, volgt – afhankelijk van het soort aanbesteding waar het om gaateen periode van stilte. Uiteindelijk verschijnt een openbare publicatie waarin bekend gemaakt wordt aan welk bedrijf de opdracht is gegund. De overheid is verplicht de redenen van een eventuele afwijzing uit te leggen aan bedrijven, wanneer ze daar om vragen.

 

Bij een ‘meervoudig onderhandse’ aanbesteding wordt er een keuze gemaakt uit een selecte groep bedrijven die op uitnodiging van de overheid een gooi mag doen naar de opdracht. In dat geval haalt de overheid dus zelf een bedrijf uit de kaartenbak. Het is dan ook zaak om als potentiele leverancier in die kaartenbak terecht te komen!

 

Bij een ‘enkelvoudige onderhandse aanbesteding’ wordt door de overheid vooraf al bepaald welk bedrijfhet meest geschikt is voor de opdracht. In de specificatie-eis van de aanbesteding staat bijvoorbeeld dat er uitzonderlijk materiaal gebruikt moet worden voor de vervaardiging van een bepaald uniform. Deze eis is dusdanig specifiek dat alleen het beoogde bedrijfkan inschrijven. Overheidsbedrijven die geprivatiseerd zijn, vallen niet meer onder de Aanbestedingswet. Ook hier geldt: zorg ervoor om bij dit soort bedrijven in de kaartenbak te komen.

 

De overheid houdt technische ontwikkelingen op het gebied van kleding en textiel, zoals ‘nanotechnologie’, nauwlettend in de gaten. Ze doet graag zaken met innovatieve bedrijven. Deze bedrijven kunnen echter minder enthousiast zijn om een overheidsbesteding op dit gebied uit te voeren. Het gehele ontwikkelingstraject dat er vaak aan vooraf gaat, valt niet onder de aanbesteding en moet dus door het bedrijf zelf betaald worden. Zeker als er sprake is van gunning op basis van ‘laagste prijs’ loopt het bedrijfhet risico dat een concurrent ook inschrijft op dezelfde aanbesteding en uiteindelijk de opdracht krijgt omdat hij het product tegen lagere kosten kan aanbieden. De ontwikkelingskosten voor de benodigde techniek heeft hij niet hoeven te maken. Om dit te voorkomen heeft de overheid de zogenoemde ‘ontwikkelingsopdracht’ in het leven geroepen. Hierbij schrijft een bedrijf zich alleen in voor de ontwikkeling van een techniek die nodig is voor een bepaalde aanbesteding. De inschrijving voor de aanbesteding staat op zichzelf

 

De overheid stelt zelf het eisenpakket voor een aanbesteding samen. Een nadeel voor de kledingbranche is dat dit vaak wordt gedaan door mensen zonder gerichte opleiding waarin de specifieke kenmerken, kwaliteiten en mogelijkheden van kleding en textiel de aandacht krijgen die ze verdienen. Er komen wel steeds meer bedrijven die de overheid hierbij adviseren. Ook Modint kan helpen bij dit proces door te adviseren in het samenstellen van de eisen.

 

Op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen werkt de overheid hard aan het ontwikkelen van criteria die er toe moeten leiden dat de centrale overheid vanaf 2010 alleen nog duurzaam inkoopt. De centrale overheden hoeven in 2010 nog maar voor de helft duurzaam in te kopen.

 

De criteria gelden voor milieugerelateerde aspecten en sociale aspecten. Modint is nauw betrokken bij dit proces en overlegt met leden en overheden over de te stellen criteria. Deze moeten realistisch en praktisch uitvoerbaar zijn, en ook passen in het juridische keurslijf

 

Nederlandse bedrijven gaan niet snel met inkopende overheden in discussie over onderwerpen als het pakket van eisen of MVO, omdat ze bang zijn voor negatieve beeldvorming bij de inkoper. Het is aan te raden juist wel in gesprek te gaan met opdrachtgevers; het is vaak een kwestie van een lange adem. In Duitsland doet zich wat dat betreft een andere ontwikkeling voor. daar gaan bedrijven wel de discussie met de overheid aan wanneer er volgens hen onzuivere aanbestedingen gedaan worden of wanneer de eisen niet reeel zijn.

 

De ontwikkeling van technologie binnen de kleding- en textielbranche zal in de toekomst versnellen. Hierdoor zal de interesse van de overheid in, vooral Nederlandse, gespecialiseerde bedrijven kunnen toenemen. Grote, standaard aanbestedingen worden veelal door het buitenland ingevuld, terwijl de kleinere, specifiekere aanbestedingen aan Nederlandse bedrijven gegund worden.

 

Mode- en textielbedrijven die in aanmerking willen komen voor de levering van een aanbesteding door de overheid, moeten vooral volhouden. Probeer in die kaartenbak terecht te komen en in discussie te gaan. En voor de opdrachtgevers van mode- en textielaanbestedingen geldt: win advies in bij de branchevereniging en stel haalbare en werkbare criteria vast.

 

Over aanbesteden

 

Aanbesteden moet voorkomen dat inkopende overheden onnodig te veel betalen voor de leveringen (van goederen, zoals truien of broeken), diensten (bijvoorbeeld het beheer van een internetsysteem om bij te houden of een medewerker van een reinigingsdienst recht heeft op een nieuwe jas) en werken (zoals wegen of gebouwen) die ze nodig hebben.

 

De spelregels zijn vastgelegd in Europese en nationale wetten en regels. Er wordt onderscheid gemaakt tussen openbare aanbesteding (een ronde); niet-openbare aanbesteding (twee rondes) of enkel- of meeNoudig onderhandse aanbesteding. De inkopende overheid moet openbaar aanbesteden als de waarde van de inkoop boven de vastgestelde drempelwaarde uitkomt. Voor 2008-2009 gelden voor zowel leveringen als diensten de volgende drempelwaarden: voor de centrale overheid 133.000 euro en voor decentrale overheden 206.000 euro.

 

 

Reageer op dit artikel