artikel

Uitgeschakeld

Geen categorie

Met twee eenvoudige stukjes elektriciteitsdraad over een relais in de schakelkast bleken alle deurbeveiligingen van de pers te zijn overbrugd en daardoor buiten werking gesteld.

 

Het slachtoffer had gedurende de periode dat hij bij dit bedrijf werkte, niet anders dan aan de onveilige installatie gewerkt. Andere getuigen bevestigden dat de beveiligingen doelbewust waren overbrugd. De productieleider waarschuwde wel voor het gevaar, maar het bleef bij de instructie om zelf goed op te passen en bij storingen de installatie eerst met de noodstopschakelaar te stoppen.

 

De productieleider verklaarde dat hij wist dat de onderbrekingsschakelaars niet functioneerden, deuren niet goed sloten en dat hij zelf ook regelmatig de overbrugging in de schakelkast had aangebracht. En dat het doorverbinden zeer frequent voorkwam, doordat de installatie door stof in de schakelaars en door aangevreten bekabeling door ratten storing vertoonde. Zijn baas, de bedrijfsleider, gaf toe op de hoogte te zijn van de overbrugging en zelf daartoe opdracht te hebben gegeven.

 

Om twee redenen werd besloten de zaak voor te leggen aan het Openbaar Ministerie. Ten eerste omdat de overbrugging doelbewust werd gemaakt en het ongeval vele malen ernstiger had kunnen zijn. Ten tweede omdat het gevaar in de gebruikershandleiding was genoemd.

 

De Officier van Justitie besloot een proces-verbaal te laten maken en de zaak voor de rechter te brengen. Het bedrijf had namelijk vermoedelijk artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet overtreden. 1. ‘Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop rustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaarlijke of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.’

 

In het proces-verbaal werd artikel 32, in verband met artikel 8 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7.7 lid 1 en lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit opgenomen.

 

 

Het slachtoffer was niet door de werkgever gewezen op de juiste wijze van gebruik van deurbeveiligingen van de balenpers en de veiligheidsvoorschriften. Hij werd niet doeltreffend ingelicht

 

– De bewegende delen van het arbeidsmiddel die gevaar opleverden, waren niet van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien dat het gevaar zo veel mogelijk werd voorkomen.

 

De schermen of beveiligingsinrichtingen konden eenvoudig worden genegeerd of buiten werking worden gesteld. De installatie was voor iedereen toegankelijk.

 

De officier van Justitie ging bij de rechtszitting, voor de economische politierechter, uitvoerig in op de doelbewuste handelingen van de productie- en bedrijfsleider die tot dit ernstige ongeval hadden geleid. Hoewel hij het niet kon bewijzen, ging hij er wel vanuit dat de directeur op de hoogte was van dit misdrijf Ook verklaarde hij dat er sprake was van ernstige nalatigheid. De directeur verklaarde dat hij zijn les had geleerd en dat hij het belang van veiligheid heel goed begreep. De officier eiste 15.000 euro boete.

 

De directeur had het laatste woord en met tranen in de ogen en met een brok in zijn stem zei hij dat zijn eigen vader twee jaar daarvoor bij een bedrijfsongeval was verongelukt. Hij ging niet in hoger beroep. De rechter achtte artikel 32 wettelijk en overtuigend bewezen en legde een boete van 10.000 euro op waarvan 2.500 euro voorwaardelijk.

 

Het slachtoffer heeft een advocaat ingeschakeld voor een civiele procedure.

 

Reageer op dit artikel