artikel

Help! De bedrijfsarts wordt er ziek van

Gezond werken

Auteur: Wim van Veelen

 

Als de bedrijfsarts zijn taakstelling niet haalt, dan is het ‘over en uit’. Werkgevers wisselen hem of haar moeiteloos in voor een andere. Er zitten enkele lelijke weeffouten in de structuur van de arbodienstverlening. Door contractarbeid op de private markt wordt het vak van de bedrijfsartsen uitgehold. Ze zien nog nauwelijks een werkplek, ze kunnen niet werken volgens de richtlijnen van hun eigen beroepsvereniging en moeten zich vaak voordoen als ‘snelle manager’ in plaats van hun werkelijke beroep: arts.

 

Omdat de bedrijfsgezondheidszorg door de werkgevers wordt gefinancierd, is de continuiteit gebrekkig in de begeleiding van werkenden met betrekking tot hun gezondheid in relatie met het werk. Werknemers in een armlastige branche hebben vaak helemaal niets van deze zorg tot hun beschikking. Zowel huisartsen als specialisten hebben maar weinig aandacht voor de effecten van werk op de gezondheid. Daardoor worden veel gezondheidsproblemen niet in goede samenwerking aangepakt en maken de artsen onvoldoende gebruik van elkaars expertise.

 

De bedrijfsarts is ook onvoldoende ingebed in de reguliere eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg. Zo werkt de bedrijfsarts te veel geisoleerd. Verder kunnen bedrijven advies dat gericht is op de verbetering van werkplekken, gemakkelijk naast zich neerleggen. Ook de medezeggenschap is relatief weinig afdwingend. Dit leidt ertoe dat daar waar het het hardst nodig is, niks gedaan wordt. Bovendien bereiken veel adviezen van de bedrijfsarts de OR niet, zeker niet in dit type bedrijven. Tenslotte zal door vergrijzing van de beroepsgroepen in arboland bij ongewijzigd beleid een aanzienlijk tekort ontstaan aan goed opgeleide bedrijfsartsen.

 

Ook is veel mis met de toegankelijkheid: mensen met beroepsziekten hebben slecht toegang tot goede klinische arbeidsgeneeskundige zorg. De toegang is niet structureel gefinancierd, waardoor de werknemer afhankelijk is van financiering van deze zorg via de werkgever. De meeste bedrijfsgezondheidszorg gaat uit naar de beter betaalden met een behoorlijke arbeidsomgeving, terwijl mensen aan de onderkant – werknemers in het MKB (vooral in kleine financieel zwakke bedrijven), werkzoekenden, vrijwilligers, mantelzorgers en schoolverlaters – geen financieel drempelloze toegang tot arbeidsgeneeskundig advies hebben.

Nu niks doen betekent straks te weinig bedrijfsartsen en te veel slecht opgeleide bedrijfsartsen. Een grondige discussie en waar nodig herziening van de structuur van de bedrijfsgezondheidszorg kan daarom meteen beginnen.

Reageer op dit artikel