artikel

Gebrekkig oordeel over RSI als beroepsziekte

Gezond werken

Een beeldschermwerker bij de regiopolitie verzoekt zijn RSI als beroepsziekte aan te merken. Een afwijzing volgt op basis van het medisch oordeel van de bedrijfsarts. De politieman vindt dit oordeel onduidelijk en gebrekkig.

Gebrekkig oordeel over RSI als beroepsziekte

Zijn werk bestaat voor 70% uit beeldschermwerk. April 2015 vraagt hij de korpschef om zijn RSI aan te merken als beroepsziekte. De korpschef wijst dit af en beroept zich op de bevindingen van de bedrijfsarts.

Bedrijfsarts: RSI <75% beroepsgebonden, geen beroepsziekte

De bedrijfsarts heeft zijn bevindingen onderbouwd met het zes-stappenplan van het NCvB. Het betreft hier een gedeeltelijke beroepsgebondenheid (50%) – “of mogelijk iets meer” – en een hoge werkdruk. De beroepsgebondenheid is minder dan 75 procent en de RSI dus geen beroepsziekte, stelt de bedrijfsarts. Bovendien is de werknemer gevoelig voor klachten aan het bewegingsapparaat en spelen intra-persoonlijke factoren een rol.

De politieman vindt het medisch oordeel onduidelijk en gebrekkig

Bezwaar en beroep van de politieman worden verworpen. Die vindt het medisch oordeel van de bedrijfsarts onduidelijk en gebrekkig en gaat in hoger beroep.

Korpschef erkent: info bedrijfsarts geeft onvoldoende inzicht

Onder beroepsziekte verstaat het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), art. 1, aanhef en onder y: “ … een ziekte die in overwegende mate is veroorzaakt door de aard van de opgedragen werkzaamheden […]”. De korpschef heeft erkend dat de informatie van de bedrijfsarts onvoldoende inzicht gaf in de onderbouwing van de gedeeltelijke werkgebondenheid (50%) van de RSI-klachten.

Onjuiste uitleg van ‘in overwegende mate’ van artikel 1 Barp

De nadere toelichting maakte dat niet beter. De bedrijfsarts ging uit van een beroepsgebondenheid van 50 procent “of mogelijk iets meer”. Wat hij met die woorden bedoelt, is niet duidelijk. Dit klemt temeer omdat de bedrijfsarts een onjuiste uitleg geeft aan de woorden ‘in overwegende mate’ van artikel 1 Barp.

Wat de bedrijfsarts bedoelt met de woorden “of mogelijk iets meer”, is niet duidelijk

In overwegende mate betekent immers: meer dan 50 procent. En niet 75 procent of meer, zoals de bedrijfsarts veronderstelt. “Iets meer” dan 50 procent beroepsgebondenheid voldoet aan het criterium. De bedrijfsarts heeft onvoldoende gemotiveerd dat die slechts 50 procent bedroeg. Ook de mogelijke individuele gevoeligheid is op geen enkele wijze geadstrueerd.

Korpschef heeft ten onrechte bevindingen bedrijfsarts gevolgd

Verder heeft hij niet inzichtelijk gemaakt waarom ‘verandering binnen het werk en andere werkwijze’ niet werkgebonden zijn. En evenmin dat genoemde aspecten de RSI voor 50 procent verklaren. Dat de werknemer niet zelf een medisch rapport heeft overgelegd, maakt dit niet anders.

De politieman werkt sinds januari 2016 in de uitvoerende politiedienst en verricht daar nauwelijks meer beeldschermwerk. Hij heeft nagenoeg geen RSI-klachten meer. De Raad acht het mede daardoor aannemelijk dat de RSI grotendeels werkgebonden was. Daarmee heeft de korpschef ten onrechte de bevindingen van de bedrijfsarts gevolgd. Het beroep is gegrond.

 

Bron: Centrale Raad van Beroep, 21 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3251
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Tip: bijblijven met jurisprudentie en de Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

Reageer op dit artikel