nieuws

6 misvattingen over zelfsturing

Gezond werken

Sturing op resultaat is succesvoller dan sturing op processen, dat is inmiddels bekend. Maar de focus verleggen naar zelfsturing vraagt om verandering en dat gaat niet vanzelf.

6 misvattingen over zelfsturing

Daarnaast bestaat er een aantal hardnekkige misvattingen over zelfsturing. Amanda van Diemen van Finext benoemt de zes meest gehoorde misvattingen over zelfsturing.

1. Bij zelfsturing is de organisatie out of control

Een van de meest gehoorde misvattingen over zelfsturing is dat de organisatie out of control zou zijn. Niet alleen bepaalt ieder voor zich wat hij wil doen en hoe hij dit wil doen, ook verdwijnt de grip op de organisatie door deze nieuwe werkwijze totaal. Dit is een aanname gebaseerd op angst voor het onbekende in plaats van op ervaringen uit de praktijk en reeds behaalde successen. Dat de manier van sturing verandert, betekent niet dat er helemaal geen sturing meer is. Wel dat de focus van de sturing verandert: van het proces naar het daadwerkelijke resultaat.

Zelfsturing werkt ook heel goed als teams nog niet volwassen zijn

2. Zelfsturing is alleen mogelijk met volwassen teams

Een aanname van velen is dat teamvolwassenheid een vereiste is voor succesvolle zelfsturing. Met dat doel stopt men veel aandacht, geld en tijd in verhoging van die teamvolwassenheid. Maar zelfsturing werkt ook heel goed als teams nog niet volwassen zijn. Naarmate een team zelfsturend is, groeien teamleden vanzelf in hun rol: ze worden pro-actiever, gaan samenwerkingen aan en leren van elkaar. In de loop van de tijd volstrekt dit proces zich steeds sneller en beter, leert de ervaring.

3. Zelfsturing is alleen geschikt voor hoog opgeleide mensen/organisaties

De aanname dat zelfsturing en de kans op slagen verbonden is met het opleidingsniveau van mensen of het gemiddelde opleidingsniveau van organisaties, is ongegrond. Van bouwonderneming waar ze werken met medewerkers met een extra uitdaging tot high-level consultancy firma’s: het is bewezen succesvol op ieder opleidingsniveau.

4. Bij zelfsturing is de kans op een burn-out groter

Doordat bij zelfsturende organisaties werk en privé meer met elkaar verweven zijn, zou de kans op een burn-out toenemen. Dat klopt niet. Want een burn-out hebben of krijgen heeft niets te maken met zelfsturing, maar met persoonlijke omstandigheden en de heersende werkcultuur.

Een onterechte aanname over zelfsturing is dat je minder hard hoeft te werken

5. Zelfsturing is veel efficiënter

In zelfsturende organisaties ontstaan vormen van gedeeld leiderschap. Door dit gedeeld leiderschap is er behoefte aan onderling overleg. De toename in onderling overleg maakt een organisatie wendbaarder: men weet wat er speelt, kan hierop snel inspelen en weet bij wie men zijn moet om te kunnen schakelen. Dat een organisatie wendbaarder is, wil niet automatisch zeggen dat het gehele proces daadwerkelijk efficiënter is doorlopen.

6. Bij zelfsturing hoef je minder hard te werken

Een onterechte aanname over zelfsturing is dat je minder hard hoeft te werken. Dit zou komen doordat je per slot van rekening geen baas hebt en hierdoor als bijkomend voordeel meer vrije tijd ‘krijgt’. De werkmotivatie verschuift bij zelfsturing van extrinsiek naar intrinsiek. Daardoor krijgen mensen een heel andere beleving van de uitvoering van hun werk. Zo stimuleert zelfsturing creativiteit. Ook hebben mensen het gevoel positief bij te dragen aan de onderneming: ze voelen zich verantwoordelijk voor hun aandeel in het doel. Doordat iedereen een bijdrage levert op een manier die het beste bij hem past, groeit de kans op succes significant.

Bron: managementsupport.nl

 

> Arjella van Scheppingen promoveerde op zelfsturing. Een interview met Van Scheppingen vindt u in Vakblad Arbo 4/2016.

> Meer weten over effectieve toepassing van zelfsturing in organisaties? Lees het boek Tactische en operationele personeelsplanning – Van werkaanbod tot roosters.

Reageer op dit artikel