nieuws

Chroom-6: Defensie aansprakelijk

Gezond werken

Het RIVM concludeert in een onderzoek dat defensiemedewerkers zijn blootgesteld aan Chroom-6. Maar erger nog: Defensie verzuimde om medewerkers goed te informeren over de risico’s hiervan, zo blijkt uit ditzelfde rapport. Het ministerie is aansprakelijk voor de gezondheidsschade.

Chroom-6: Defensie aansprakelijk

In de loop van 2014 bleek sprake van een toenemend aantal meldingen van gezondheidsklachten bij (oud-)medewerkers die op POMS-locaties (prepositioned organizational material storage) hebben gewerkt. Hierop besloot toenmalig minister Jeanine Hennis-Plasschaert in maart 2015 tot een onderzoek. Het eerste deel hiervan werd al eerder gepubliceerd. Dit nieuwe onderzoek is uitgevoerd door het RIVM (coördinatie), de Universiteit Utrecht, TNO en de Maastricht University. Staatssecretaris Barbara Visser heeft de Tweede Kamer nu geïnformeerd over de resultaten.

Kanker, allergieën en longziektes

Het onderzoek betreft de periode waarin op de POMS-locaties is gewerkt tussen 1984 en 2006. Toen zijn (oud-)defensiemedewerkers op de 5 POMS-locaties blootgesteld aan chroom-6. De mate van blootstelling varieert per functie. De mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling zijn divers. Het varieert van kankervormen tot allergieën en chronische longziektes. Helaas kunnen de  meeste van de ziekten ook andere oorzaken hebben. Daardoor kan in veel gevallen niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze ziekten bij (oud-) medewerkers het gevolg zijn van blootstelling aan chroom-6 op de POMS-locaties. Maar de kans op het optreden van een ziekte neemt in de regel echter toe als de blootstelling aan chroom-6 intenser was en/of langer duurde.

Geen informatie en geen bescherming

Daarnaast concludeert het onderzoeksinstituut dat Defensie in het verleden verzuimde om (oud-) medewerkers voldoende te informeren over de risico’s van het werken met Chroom-6. Het ontbrak tevens tot medio jaren 90 aan maatregelen om veilig te kunnen werken met chroom-6. Visser: ‘‘Het is nu duidelijk dat Defensie in het verleden verzuimde om deze (oud-)collega’s voldoende te beschermen en ook niet als werkgever heeft voldaan aan haar zorgplicht. Dit betreur ik ten zeerste en bied ik mijn excuses voor aan. De tijd kan ik niet terugdraaien. Maar Defensie zal zijn verantwoordelijkheid nemen en onze (oud-)collega’s nazorg blijven bieden waar nodig.’

Regeling opgesteld voor oud-medewerkers

Defensie heeft in overleg met de bonden een regeling opgesteld voor de (oud-)medewerkers van de POMS-locaties die ziek zijn geworden door het werken met chroom-6 of hun nabestaanden. Visser: “Ik zie toe op een goede, toegankelijke en soepel verlopende uitvoering van de regeling.

De 2e aanbeveling heeft betrekking op de nazorg voor de betrokkenen. Visser weet dat er bij hen veel leed en verdriet is. “Ik acht het van groot belang om de nazorg goed in te vullen en te organiseren. De nazorg en ondersteuning die nu al wordt geboden wordt gehandhaafd en indien gewenst aangepast.”

Preventie en aanvullend onderzoek

De 3e aanbeveling richt zich op preventie. De ontwikkelingen binnen Defensie op het gebied van veiligheid sluiten hier op aan. Recentelijk is het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ gepresenteerd. Met 40 concrete maatregelen wordt de veilige werkomgeving bij Defensie versterkt. Recentelijk is er onderzocht of er veilig wordt gewerkt met chroom-6. Uit deze onderzoeken blijk dat er afdoende maatregelen worden genomen om veilig te werken met chroom-6. Het aanpakken van de meer structurele maatregelen heeft de volle aandacht maar vergt helaas meer tijd. Zoals bijvoorbeeld het plaatsen van state-of-the-art spuitcabines. De verbeteracties hiervoor zijn al opgestart.

De laatste aanbeveling gaat over de aanvullende onderzoeken naar het gebruik van chroom-6 op andere defensielocaties. En over het gebruik van CARC (Chemical Agent Resistant Coating) op POMS-locaties. Deze onderzoeken worden momenteel opgestart en zullen onder inhoudelijke aansturing door de paritaire commissie door het RIVM worden uitgevoerd.

Ook in het bedrijfsleven

Volgens de vakbond FNV komt dit soort nalatig gedrag ook op grote schaal voor bij het bedrijfsleven. ‘Bij ruim driekwart van de bedrijven vindt geen beoordeling van de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen plaats.’ De FNV vraagt aandacht voor eerapport van Capgemini. Dat werd onlangs besproken in de Tweede Kamer. Het betreft een door staatssecretaris Van Ark (SZW) gevraagd onderzoek naar de wijze waarop bedrijven omgaan met kankerverwekkende stoffen. Volgens het rapport van Capgemini krijgen bedrijfsartsen zelden blootstellinggegevens te zien over kankerverwekkende stoffen bij werknemers. De artsen geven in het onderzoek aan hier ook niet naar te vragen en het niet te bespreken met de werkgever. De blootstellinggegevens worden niet meegenomen bij verzuimanalyses van werknemers.

Een zogenoemde paritaire commissie zorgde voor onafhankelijke begeleiding van het RIVM-onderzoek. Die bestond onder andere uit vertegenwoordigers van de vakbonden, Defensie en een onafhankelijke wetenschappelijk expert onder voorzitterschap van de heer R.L. Vreeman. In de verstuurde Kamerbrief gaat de staatssecretaris in op de conclusies van het RIVM-onderzoek en de aanbevelingen van de paritaire commissie.

> Boekentip: Beroepsziekten-voorkomen?

Reageer op dit artikel