artikel

Hoe veilig is uw kleding?

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Bij ontwerpeisen gaat het om tal van aspecten die het kledingstuk geschikt maken voor bescherming tegen het specifieke risico. Zoals het aanbrengen van kleppen op zakken in het geval van laskleding of chemicalienwerende kleding, of het verdekt plaatsen van ritssluitingen ter voorkoming van doorstraling op de huid (thermische risico’s). Ook kunnen eisen gesteld worden aan de overlap in de taille bij broek-jascombinaties, constructie van de naden of de plaatsing van reflectiebanden. In bepaalde gevallen moet zelfs het gehele kledingstuk een test ondergaan, zoals bij kleding die wordt gebruikt bij werkzaamheden aan elektrische installaties.

 

Naast misverstanden bij inkopers kunnen ook misverstanden ontstaan aan de kant van de gebruiker. Bijvoorbeeld in het geval dat een confectionair niet de intentie heeft om een PBM op de markt te brengen, maar werkkleding wil leveren met iets extra’s. Het confectiebedrijf maakt dan gebruik van ‘gecertificeerde’ stoffen en plaatst het merketiket van de doekfabrikant in zijn kleding. Op welke plekken de werkkleding uiteindelijk terechtkomt blijft de vraag. Een gebruiker zou, afgaande op de aangegeven symbolen, kunnen concluderen dat een bepaalde overall zeker geschikt moet zijn om in te lassen, omdat er een lasserssymbool in staat. Dit kan worden voorkomen door gewone werkkleding niet te voorzien van pictogrammen die bedoeld zijn voor PBM’s.

 

Een doekcertificaat mag dus zeker niet beschouwd worden als een kledingcertificaat. Een kledingcertificaat is het resultaat van een EG-typekeuringsonderzoek, uitgevoerd door een Notified Body. zo’n onderzoek omvat een beoordeling van het technische dossier en een modelbeoordeling. De materiaalcertificaten zijn onderdeel van het technisch dossier. Pas na goedkeuring wordt het certificaat uitgereikt en mag het CE-symbool in de kleding aangebracht worden. In het geval van autocertificatie (toegestaan voor bepaalde typen PBM’s die bescherming bieden tegen zeer geringe risico’s, zoals regenkleding) vindt geen EG-typekeuring door een Notified Body plaats.

 

De producent mag zelf een technisch dossier aanleggen en controleren of aan de fundamentele voorschriften uit de Richtlijn PBM’s is voldaan. Vervolgens maakt de producent zelf een verklaring van overeenstemming op en brengt hij het CE-symbool aan op de kleding. In dit geval is er geen kledingcertificaat en moet uit de verklaring van overeenstemming blijken dat het kledingstuk conform de vereisten is geproduceerd.

 

Voor een inkopende partij is het aan te raden altijd te vragen naar een kopie van het EG-typekeuringscertificaat en/of een verklaring van overeenstemming bij de aanschaf van PBM’s. Alleen deze documenten verschaffen de zekerheid dat de kleding ook daadwerkelijk gecertificeerd is voor de af te dekken risico’s. Hieraan voorafgaand is door een goede interne communicatie en risicoinventarisatie duidelijkheid verkregen over deze risico’s en het juiste PBM hiervoor.

 

Reageer op dit artikel