artikel

Veilig onderhoud gebouwen stiefkindje

Persoonlijke beschermingsmiddelen

In toenemende mate gaan onderhoudsbedrijven van gebouwen echter zelf na of onderhoudstechnici een veilige werkplek hebben en of zij de werkplek ook veilig kunnen bereiken In eerste instantie was het de glazenwasser die de gebouwbeheerder erop aansprak, maar ook andere onderhoudsbedrijven brengen voordat zij onderhoudswerk aannemen in toenemende eerst de gevaarlijke situaties in beeld en vragen waar nodig de eigenaar om aanvullende veiligheidsvoorzieningen. Vaak wordt ook door de afnemer van een gebouw van de projectontwikkelaar een overzicht gevraagd aan de veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden. Het is natuurlijk beter om al in het ontwerp al rekening te houden met de bereikbaarheid van machines en installaties voor onderhoud, vooral als het gaat om het werken op hoogte. Zo kan bijvoorbeeld een koelmachine beter niet op het dak of in ieder geval niet binnen vier meter van de dakrand geplaatst worden. Want dan is er in het geheel geen afscherming in verband met het voorkomen van valgevaar nodig. Alleen een eenvoudige markering van de looproute met een werkinstructie bij de daktoegang, is dan al voldoende.

 

Aanpassing Bouwbesluit onderzocht

 

Een aantal organisaties, waaronder schoonmaakorganisatie OSB en het Liftinstituut, pleiten ervoor dat er geen gebouw meer gebouwd mag worden zonder dat vooraf getoetst is of deze op een veilige wijze, door onder meer glazenwassers, kan worden onderhouden. Het ministerie van VROM heeft recent, bij monde van de inmiddels afgetreden minister Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie, laten weten dat deze wens legitiem is. De minister gaf daarbij wel aan dat deze toetsing, als onderdeel van de behandeling van de bouwaanvraag, extra administratieve lasten met zich mee zal brengen en daarom nader onderzocht dient te worden. Daarnaast heeft zij toegezegd dat het voorstel voor deze toetsing met belanghebbenden, zoals de VNG, zal worden besproken.

 

 

Ook op het werken op hoogte voor het onderhoud van gebouwen is de in het Arbobesluit beschreven arbeidshygienische strategie van toepassing: eerst het probleem bij de bron aanpakken, daar- na gebruikmaken van collectieve voorzieningen en tot slot het toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen. De strategie betekent dat bij voorkeur voorkomen moet worden dat iemand op het dak moet werken. Dit kan bijvoorbeeld door onderhoudsvrije materialen toe te passen en door geen installaties of apparatuur op het dak te plaatsen. Is het toch nodig dat op het dak wordt gewerkt, dan komen collectieve maatregelen in aanmerking, zoals het aanbrengen van een borstwering of een hekwerk. Een dergelijk maatregel kan in het ontwerp voor het gebouw worden geintegreerd. Dat gebeurt nu nog slechts bij uitzondering. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in principe een laatste redmiddel. Het voordeel van collectieve maatregelen is dat ze in veel gevallen op termijn terugverdiend worden. Beschermingssystemen voor valbeveiliging met behulp van paaltjes en/of lijnen vragen vaak om onderhoud. Dat kost geld. Ook vraagt het gebruik ervan extra tijd, evenals het aan- en uittrekken van het valbeveiligingsharnas. Deze steeds terugkerende kosten kunnen op termijn hoger uitvallen dan een eenmalige aangebrachte collectieve beveiligingsmaatregel die weliswaar duurder in aanschaf, maar veel goedkoper in gebruik is.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen hebben de laatste voorkeur. Maar als het dak incidenteel betreden moet worden, is dit een verdedigbare oplossing. PBM’s zijn er in verschillende uitvoeringen, bijvoorbeeld in de vorm van paaltjes die op een aantal plaatsen op het dak worden bevestigd, of een serie paaltjes waartussen kabels zijn gespannen waaraan iemand zich zekert. Het is de bedoeling dat degene die werkzaamheden uitvoert een gordel draagt en zich met een lijn vanaf zijn gordel aan de lijn of paaltjes op het dak vastmaakt. Vervolgens moet de kabel zo worden afgesteld, dat het onmogelijk is om over de rand te vallen. Als de lijn van een valdemper is voorzien, wordt de val gedempt als iemand over de dakrand valt. Dat lijkt veilig, maar is dat niet als iemand al tegen een obstakel – zoals een balkon – botst voor de demper in werking treedt. Ook moet men zich goed afvragen wat er gebeurt als iemand in zijn gordel aan de gevel hangt. Soms is de stress dan zo groot dat dit ernstig letsel kan veroorzaken.

 

Een duidelijke werkinstructie bij het betreden van het dak is een eerste stap om het werk veiliger te maken. Is er sprake van de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen, dan moet ook duidelijk worden aangegeven hoe en wanneer ze moeten worden gebruikt. Daarbij moet opgemerkt worden dat een persoonlijk beschermingsmiddel ‘persoonlijk’ is, dus bij een persoon hoort. Bevestigingspunten en lijnen zijn vaak locatiegebonden.

 

Het Liftinstituut

 

Het Liftinstituut verlegt het accent steeds meer van lift- naar gebouwveiligheid. Naast liften worden bijvoorbeeld roltrappen, glazenwasinstallaties en arboveilige werkplekken aan gevels en op daken beoordeeld. Sinds kort worden door het Liftinstituut ook brandpreventieve maatregelen beoordeeld. Daarnaast verzorgt het Liftinstituut veiligheidstrainingen rond veilig gebruik van installaties.

 

 

Reageer op dit artikel