artikel

Afkijken is het nieuwe aanleren

Persoonlijke ontwikkeling

Bankjes uit elkaar! Afkijken was didactisch gezien heel lang het laagste van het laagste. Geestelijk parasitisme van het ergste soort. Nu is het tijd voor een herwaardering van het meester-gezelprincipe. Afkijken als bijzonder effectieve en waardevolle leermethode.

Afkijken is het nieuwe aanleren

Kennis was in de twintigste eeuw waarin ik opgroeide een particulier gegeven: iemand had het of iemand had het niet. Kennis was ook de belangrijkste sleutel tot maatschappelijk succes. Was tot en met de negentiende eeuw afkomst de grootste garantie voor een goede positie of mooie baan, de democratisering van de 20e eeuw heeft ervoor gezorgd dat kennis het stokje overnam.

Wie knap was, wie veel wist, wie hard leerde, die had de meeste kans op een schitterende carrière. Geslaagde mensen werden bewonderd en geprezen voor hun encyclopedische kennis. De premier was toen vooral nog een bekwame man; dat hij niet kon communiceren was van ondergeschikt belang. De knapste koppen stonden aan de top.

Eerst was werk vooral: elke dag hetzelfde doen

Kijkend naar de organisatie van werk in die hoogtijdagen van het industriële tijdperk, was dat ook niet zo gek. Werk was vooral: elke dag hetzelfde doen. Als je veel had moeten leren om het werk te kunnen doen dat je deed, verdiende je meer. Een tandarts heeft tot op de dag van vandaag een hoger inkomen dan een metaalslijper. Terwijl er in de praktische uitoefening van het beroep minder verschil zit dan die meneer in dat witte jasje of die mevrouw met dat kapje voor haar mond ons wil doen geloven.

In de twintigste eeuw stonden de knapste koppen aan de top

Medewerkers waren niets anders dan een schakel in het proces

In het industriële tijdperk hoefde een werker alleen maar zijn eigen kunstje te beheersen. Effectieve processen combineerden die verschillende kunstjes tot een dienst of product waar de klant behoefte aan had. Aan de lopende band hoeft iemand in principe niet te weten welk product er wordt gemaakt. Als hij de doosjes maar goed vult of er de juiste stempel op zet. De knapste koppen ontwierpen het proces op zo’n manier dat zo weinig mogelijk tijd, moeite en materiaal werden verspild. Daarbij waren medewerkers niets anders dan een schakel in het proces. Als een machine of een computer hun aandeel beter beheerste, werden ze vervangen.

> LEES OOK: Stoere mannenberoepen weinig robotbestendig

Zo organiseren heeft ons veel weelde gebracht. We klagen over de stoute jongens op het plein en het luttele procentje dat we erbij krijgen. Maar we rijden in auto’s, hebben een hoeveelheid spulletjes, worden ouder en blijven gezonder. Daarover durfde onze overgrootmoeder niet eens hardop te dromen, uit vrees om in het psychiatrisch ziekenhuis te belanden.

We beseffen dat we werk anders moeten organiseren

Het industriële tijdperk loopt hier in het rijke Westen op zijn einde. Dat betekent dat wij de manier waarop wij werk organiseren aan het overhoopgooien zijn. Teams gaan echt zelf sturen en managers mogen zich er steeds minder mee bemoeien. Productiviteit komt niet meer voort uit optimale en door middel van regels, procedures en protocollen opgelegde processen. Nee, de productiviteit van nu komt voort uit flexibele, creatieve en ondernemende samenwerkingsverbanden tussen steeds wisselende teams. Medewerkers zijn niet meer een stel handen die moeten uitvoeren wat de chef heeft bedacht. Zij zijn zelfdenkende, creatieve en het liefst een tikkeltje eigenzinnige professionals. Natuurlijk worstelen veel leidinggevenden met hun sterk veranderende rol. Maar het besef dat het anders moet, is ondertussen wel doorgedrongen.

> LEES OOK: Motiveren met minder regels en meer vertrouwen

Medewerkers zijn niet meer een stel handen die moeten uitvoeren wat de chef heeft bedacht

Maar op het gebied van leren is dit besef nog niet zo groot

Als het om leren gaat, ontlenen wij onze mentaliteit nog zeer sterk aan de twintigste eeuw. We moeten een leven lang naar school, we moeten studeren, we moeten kennis in ons hoofd opslaan. We zien kennis nog als iets dat in bezit is van het individu en dat we verwerven door het op te bergen in het archief in ons hoofd. Een archief trouwens dat daar slechter in blijkt dan menig apparaat dat we in de tussentijd hebben ontwikkeld. Mijn derde hersengedeelte, ontwikkeld door de firma Apple, weet al oneindig veel meer dan ik ooit in mijn leven op kan nemen. Dat deze ontwikkeling niet stilstaat, lijkt me duidelijk.

> LEES OOK: Eigen ontwikkeling, daar moet u zelf aan werken

Terwijl kennis een volstrekt andere betekenis heeft gekregen

Kennis heeft in het laatste decennium een volstrekt andere betekenis gekregen. Toch benaderen we die nog steeds als de kennis die ooit in van gemalen bomen gemaakte boeken stond. Het woord kennis voldoet eigenlijk niet meer. Kennis wordt steeds meer een referentiekader: weten waar de feitelijkheden te vinden zijn, in staat zijn de essentie uit de vraagstelling te destilleren en weten wat er in het veld speelt en daarin relevant is. In onze agile teams is wat we voor elkaar proberen te krijgen natuurlijk altijd uniek en eenmalig, anders hoeven we niet agile te zijn. Aangezien elke situatie waar we kennis voor nodig hebben steeds weer anders is, is het veel effectiever om te weten waar we de juiste informatie kunnen vinden. Bovendien vragen unieke en eenmalige processen vaak om kennis die nog niet bestaat; creativiteit noemen we dat.

> LEES OOK: Van leren naar informeren

Op cursus? Nieuwe kennis is veel meer een mentaliteit

We denken nog te veel in ‘aanleren’. In het kader van hun duurzame inzetbaarheid moeten medewerkers op cursus. Daar leren ze dingen die alweer verouderd zijn tegen de tijd dat ze van pas komen. Maar nieuwe kennis is veel meer een mentaliteit. Een mentaliteit die samengaat met nieuwsgierigheid, het lef om dom te zijn en de toewijding om te zoeken. Luisteren helpt vaak ook. Maar dat soort kennis is moeilijk met een multiple choice-proefwerk de toetsen. Daarvoor moeten de bankjes niet uit elkaar, maar juist naar elkaar toe. We moeten van aanleren naar afkijken.

Hoedoedegeda? Afkijken als belangrijkste bron van kennis

Daarom verkondig ik overal dat de Brabanders het belangrijkste woord van de eenentwintigste eeuw hebben gedacht. Als we dit woord werkelijk in ons systeem kunnen opnemen, als we bereid zijn het effect ervan te zien, dan is het de nieuwe Pokon voor uw maatschappelijke carrière: hoedoedegeda?

Nieuwsgierigheid is het nieuwe knap zijn, afkijken de nieuwe norm

Hoedoedegeda betekent dat u echt wil weten hoe de ander iets voor elkaar krijgt. Daarbij neemt u geen genoegen met alleen het effect. Nee, u wilt weten welke exacte handelingen zijn verricht, welke precieze woorden zijn gebruikt en welke beslissingen zijn genomen om dat wat plaats heeft gevonden te laten zijn. Hoedoedegeda betekent ook dat u andere mensen werkelijk waardeert om hun anders-zijn. Dat hun zienswijze u inzicht kan geven in de manier waarop u naar de wereld kijkt of zou kunnen kijken. Hoedoedegeda betekent dat u uw eigen gelijk ter discussie durft te stellen. Hoedoedegeda betekent ook dat u respecteert dat grootse zaken voortkomen uit soms banaal eenvoudige handelingen, keuzes of ideeën.

> LEES OOK: Ervaringsleren: tijd om te leren vanuit een andere stoel

Kortom: hoedoedegeda betekent dat u beseft dat afkijken de belangrijkste bron is van kennis. Hoedoedegeda betekent dat u bereid bent om te leren. Nieuwsgierigheid is het nieuwe knap zijn, afkijken de nieuwe norm.

Jeroen Busscher | strateeg op het gebied van gedragsverandering binnen organisaties en bestsellerauteur. Onlangs verscheen zijn nieuwe boek de Leer(r)evolutie.

Reageer op dit artikel