artikel

Beheers uw risico’s effectief

Veilig werken

Managers hebben moeite met systemen die weinig rekening houden met de dynamiek in het bedrijfsleven. Die dynamiek neemt immers alleen maar toe. Bij de uitvoering van werkzaamheden in projecten verschijnen en verdwijnen risico’s. Ook voor die tijdelijke risico’s moet een beheerssysteem effectief zijn. De nieuwe VGM-checklist aannemers (VCA-systeem) is dan ook sterker gericht op de dynamische risicobeheersing bij aanneemwerkzaamheden.

 

Een statisch systeem toepassen, waarbij de beheersaanpak vooral berust op de RI&E en het plan van aanpak, kan ernstig tekortschieten bij dynamische bedrijfssituaties. Vooral de risico’s die worden opgemerkt tijdens de uitvoering van de RI&E, krijgen dan aandacht. Om risico’s te beperken wordt vervolgens nog een heel traject afgelegd: risico-inschatting, prioriteitstelling, toetsing van de RIB, opstellen plan van aanpak, overleg ondernemingsraad. De risicobeheersing ontstaat pas als het plan van aanpak wordt uitgevoerd.

 

Veel directer werkt het bij een werkvergunning of laatste minuut risicoanalyse (LMRA). Die aanpakken zijn immers bedoeld om beheersmaatregelen te treffen, voorafgaand aan de werkuitvoering. Of dat ook werkelijk goed gebeurt, hangt af van de bedrijfscultuur. Als er ‘safety tools’ aanwezig zijn in een KAM-systeem, garandeert dat geen effectief gebruik ervan. Bij ‘safety tools’ wordt het middel regelmatig tot doel verheven. Men kijkt bijvoorbeeld of er een ondertekende werkvergunning is en of er toolboxen zijn gehouden. En een werkvergunning is alleen een middel om te zorgen dat er goed overleg plaatsvindt, waarna partijen gerichte veiligheidsmaatregelen treffen. Ook een tooIbox is geen doel op zich, maar moet leiden tot bewuster en veiliger werkgedrag.

 

Als het managementsysteem niet goed functioneert, leidt dat tot schijnveiligheid. Het idee ‘we doen hier van alles om de risico’s te beheersen’ kan de aandacht afleiden van de vraag of we wel de goede dingen doen, of we ze goed doen en of ze effectief zijn. De arboprofessional moet daar aandacht voor hebben en zonodig adviseren over betere beheersing.

 

Zeker bij ongevalrisico’s is het moeilijk om verbeteringen aantoonbaar te maken. Men werkt met risicoschattingen om risico’s met elkaar te vergelijken. Maar risico schattingen gaan meestal voorbij aan het feit hoe lang het risico blijft bestaan. In de veelgebruikte formule risico = kans x effect (r = k.e) is bijvoorbeeld geen tijdsduur opgenomen voor het blijven bestaan van het risico. Evenmin is dat het geval in de berekeningsmethode van Fine en Kinney: risico = effect x waarschijnlijkheid x blootstellingsfrequentie (r = e.w.b). De blootstelling in deze berekening gaat niet over de duur van de blootstelling, maar over de frequentie van het optreden van de blootstelling.

 

Uit het oogpunt van risicomanagement is het begrip risicoduur (periode van bestaan van het risico x omvang risico) interessanter. Dit begrip wordt door verzekeraars gehanteerd, maar niet door veiligheidskundigen. Toch mag duidelijk zijn dat een risico dat een dag bestaat, een kleinere schadekans vertegenwoordigt dan eenzelfde risico dat een jaar blijft bestaan. Te weinig aandacht voor dynamiek en effectiviteit betekent meer schade.

 

Figuur 1. Risicomanagement en ontwikkeling van ongevalcijfers verwachtingen op basis van DRR profielen

 

 

Aandacht richten op dynamiek en effectiviteit is gerealiseerd in het model ‘het dynamisch risicoreservoir’ (DRR-model®). Dit model vult bestaande methoden en modellen voor risicobeheersing aan. Het biedt directe aanknopingspunten voor verbetermanagement. Met behulp van dit model kunnen managers en arboprofessionals samen de risicobeheersing in het bedrijf verbeteren. Uitgangspunt van het model is de relatie tussen risico-omvang (inhoud reservoir) en schade. Meer risico leidt tot meer schade. Het gaat er dus om het ‘risicoreservoir’ zo leeg mogelijk te houden (zie figuur 2). De inhoud van het reservoir wordt bepaald door aanwezige risico’s en verschil in in- en uitstroom van risico’s. Komt er meer risico bij dan eruit gaat, dan vult het vat zich en wordt de schadekans groter. Elimineren we meer risico dan er ontstaat, dan daalt het niveau en neemt de schadekans af. De vulling van het reservoir verandert in de tijd.

 

In de praktijk worden sommige risico’s niet door preventieve inspanningen beheerst. Dat zijn niet-bekende of herkende, niet-gemelde risico’s en restrisico’s. Om dit zichtbaar te maken is het vat uitgevoerd met een afvoer die op een bepaalde hoogte in het vat steekt. Dit maakt duidelijk dat we ondanks forse inspanningen om risico’s weg te werken (outputpotentie), altijd met een restniveau te maken hebben. De omvang van het restniveau is afhankelijk van het succes om meer risico’s te betrekken in de beheersinspanningen. Lukt het om meer risico’s te beheersen, dan steken we als het ware de afvoer dieper in het vat en kunnen we het verder leegmaken.

 

Er zijn dus ook drie terreinen voor preventie- inspanningen:

 

1. Instroom beperken (bronbenadering).

 

Voorbeelden: ontwerpveiligheid, werkvoorbereiding, werkvoorschriften, V+G-plannen, werkvergunningen, taakrisicoanalyses, LMRA.

 

2. Uitstroom vergroten (verbetermanagement). Voorbeelden: verbeterprojecten sneller uitvoeren door snellere besluitvorming, grotere budgetten en meer uitbesteden. Meer zelfwerkzaamheid op afdelingen, inzet van preventiemedewerkers op afdelingsniveau, good housekeeping.

 

3. Verminderen van permanente risico’s (preventiecultuur).

 

Het omzetten van blijvende risico’s naar beheersbare risico’s (conversie) door:

 

– beter herkennen van risico’s door meer risicokennis op de werkvloer door veiligheidsvoorlichting, opleiding, toolboxen en inspecties;

 

– verbeterde meldcultuur: melden makkelijk maken, gericht stimuleren en de leidinggevenden erbij betrekken;

 

– restrisico’s verkleinen door grondiger beheersaanpakken (arbodeskundige).

 

De mate van beheersing van deze drie stromen uit het DRR-model kunnen we schematisch weergeven door de relatieve omvang van elke stroom te koppelen aan de omvang van een pijl in een diagram (DRR-profiel). Bij elk profiel hoort een verwachte ontwikkeling van ongevalcijfers (zie fig. 2).

 

Figuur 2. Dynamisch Risico Reservoir'” en gemiddelde risico-omvang

 

 

Dit model verklaart ontwikkelingen van ongevalcijfers en ook verschillen in rendement van preventieve bedrijfsinspanningen. Bedrijven die hun inspanningen niet gericht inzetten, behalen een laag rendement.

 

Daarentegen kunnen verrassende resultaten worden behaald bij een goed gerichte inzet. Bij projecten bij diverse multinationals in hoogrisicosectoren, waarbij de preventie op basis van dynamische risicobeheersing is aangepakt, zijn aansprekende dalingen (> 80%) van ongevalcijfers bereikt.

 

Reageer op dit artikel