artikel

Aan de onderkant

Veilig werken

Auteur: Jan Popma

 

In 1994 schreef onderzoeksjournaliste Stella Braam over ‘De blinde vlek van Nederland’ – een aantal reportages over de schrijnende situatie van werknemers in laaggekwalificeerde beroepen. Twee jaar later spitte Paul de Beer de problematiek wetenschappelijk uit in zijn studie over ‘Het onderste kwart’. Anno 2008 bestaat dat onderste kwart nog steeds. Het afval wordt opgehaald en verwerkt door bijna 30.000 werknemers in de afvalverwerking. En ook door veel van de 850.000 industriearbeiders, 380.000 bouwvakkers en 450.000 werknemers in de transportsector wordt vaak zwaar, vuil en gevaarlijk werk verricht. In totaal werken, volgens het CBS, bijna 1,2 miljoen werknemers in een ‘elementaire of lage functie’ – 16 procent van de beroepsbevolking.

 

Het hebben van een laaggekwalificeerde functie hangt veelal samen met het opleidingsniveau. Uit diverse onderzoeken blijkt dat werknemers met een lage opleiding veel vaker dan gemiddeld het slachtoffer zijn van arbeidsongevallen. Zo is het aantal ongevallen onder werknemers met alleen basisonderwijs ruim vijf keer zo hoog als onder werknemers met een hogere opleiding. Ook werken lager opgeleiden vaker met gevaarlijke stoffen, in slechte arbeidsomstandigheden en verrichten zij vaker lichamelijk zwaar werk. Ten slotte zijn er naar schatting 36.000 werknemers die onder het minimumloon betaald krijgen; dat is verboden, maar het gebeurt wel.

 

Daarnaast verkeren werknemers met een lage opleiding nog op andere manieren in een kwetsbare positie. Zo hebben zij relatief vaak te maken met een flexibel contract. Dit maakt hen in meerdere opzichten kwetsbaar. Ten eerste zijn flexwerkers, en dan met name uitzendkrachten, relatief vaak slachtoffer van een arbeidsongeval. De reden hiervoor is onder meer onvoldoende opleiding en gebrek aan ervaring. Ten tweede is het voor flexwerkers lastig om de slechte arbeidsomstandigheden in hun bedrijf aan te kaarten – de kans dat hun contract niet wordt verlengd, is immers niet denkbeeldig. Dit is mede een verklaring waarom flexwerkers weliswaar vaker gezondheidsklachten hebben, maar zich minder vaak ziek melden dan werknemers met een vaste baan. Ten derde is het, ook voor laagopgeleide werknemers met een vast contract, lastig een andere baan te vinden. Dit maakt het soms schier onmogelijk om een bedrijf met slechte arbeidsomstandigheden de rug toe te keren. Daardoor worden werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt relatief lang blootgesteld aan slechte arbeidsomstandigheden – ook die met langetermijnschade.

Reageer op dit artikel