artikel

Een versleten chauffeur

Veilig werken

Jarenlang maakt hij per week 10 tot 15 overuren. Sinds 1998 heeft hij rugklachten doordat de nieuwe vrachtwagen die hij ter beschikking kreeg, te veel trilde. Door de vering van de stoel aan te passen, heeft de werkgever geprobeerd dit probleem te verhelpen. Dat heeft niets geholpen, integendeel: de problemen zijn erger geworden. De werkgever laat het hierbij.

In die tijd ontstaan er ook conflicten tussen hen. In juni 2004 scheurt de man bij een ongeval op het werk een pees in zijn schouder. Daardoor is hij een half jaar ziek. In december 2005 valt hij volledig uit wegens fysieke en psychische klachten. Met toestemming van het CWI zegt de werkgever het dienstverband eind juli 2006 op zonder vergoeding.
De werknemer vindt het ontslag onredelijk en eist met tussenkomst van de rechter een vergoeding.

De werkgever voert aan dat de vordering is verjaard: na de stuiting van de verjaring had de werkgever immers binnen zes maanden gedagvaard moeten worden. Maar de kantonrechter verwerpt dat verweer. Een vordering op grond van kennelijk onredelijke opzegging (art. 7:681 BW) kan worden gezien als een vordering tot nakoming van een verbintenis. En die kan door een eenvoudige brief worden gestuit.

De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is wegens het ontbreken van enige vergoeding. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat de werkgever zich te weinig heeft ingespannen om het trillingsprobleem in de vrachtwagen weg te nemen. Het probleem was eind 2004 al bekend, maar in december 2005 was er nog geen oplossing. Verder valt de werkgever te verwijten dat hij de man, toen hij in 2005 zijn werk gedeeltelijk had hervat, direct al weer overwerk heeft opgedragen.

Over het geheel kan gesteld worden dat de werknemer langdurig fysiek zwaar werk heeft verricht, waarbij hij structureel overwerkte. Het is logisch dat dit werk op den duur tot gezondheidsklachten leidt. Gelet hierop en op de leeftijd van de werknemer, op de duur van het dienstverband en zijn eenzijdige werkervaring, was toekenning van een vergoeding passend geweest. Om de hoogte vast te stellen, zoekt de rechter aansluiting bij de kantonrechtersformule, waarbij hij de factor C op 1 stelt. De vergoeding komt daarmee neer op ruim 77.000 euro.

Reageer op dit artikel