artikel

Inleenkracht plaatste geen steiger

Veilig werken

Volgens dat artikel moet bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat, zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer zijn aangebracht of is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere vergelijkbare voorzieningen.

Bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard. De werkgever tekent hoger beroep aan. De werkgever voert aan dat medewerkers die door het uitlenende bedrijf ter beschikking worden gesteld, van dat bedrijf een boekje ontvangen met instructies over het werken op hoogtes boven de werkvloer en het gebruik van ladders. Bovendien heeft de werknemer in kwestie er zelf voor gekozen niet van een steiger gebruik te maken, terwijl hij zeer goed op de hoogte is van de risico’s.

De Afdeling bestuursrechtspraak kan zich niet in dat betoog vinden. De in artikel 3.16, eerste lid, Arbobesluit neergelegde verplichting bevat geen opzet of schuld als bestanddeel. Daarom staat de overtreding vast als aan de materiele voorwaarden van dat artikel is voldaan. Als een werkgever betoogt dat de overtreding hem niet verweten kan worden, moet hij dit aannemelijk maken. De Afdeling is van oordeel dat de werkgever daarin niet is geslaagd.

De werkgever heeft ook niet aangetoond dat hij de risico’s van het werk voldoende heeft geinventariseerd en dat hij voldoende instructies heeft gegeven. Dat de uitlener algemene instructies heeft gegeven, ontslaat de werkgever niet van zijn eigen verplichting om dat ook te doen en maatregelen te nemen om het valgevaar te voorkomen. De werkgever had herhaald dat er tijdens het ongeval toezicht werd gehouden. Maar omdat hij niet voldaan heeft aan de eerste twee matigingsgronden van beleidsregel 33, achtste lid, is er geen aanleiding om de opgelegde boete te matigen. Het hoger beroep wordt verworpen.

Noot
Een boete kan volgens lid 8 van Beleidsregel 33 in toenemende mate lager worden – tot nihil – als de werkgever aantoont dat hij:

  1. de risico’s van de werkzaamheden waarvoor hij is beboet voldoende heeft geinventariseerd en de nodige maatregelen heeft getroffen;
  2. voldoende instructies heeft gegeven;
  3. adequaat toezicht heeft gehouden.
Reageer op dit artikel