artikel

Ontslag vanwege pornosites

Veilig werken

Tijdens een controle van zijn computer begin januari 2005 blijkt dat er op de internetadresbalk een pornografische site is ingevoerd, dat alle cookies en temporary internet files verwijderd zijn en dat de map Geschiedenis leeg is. Ook is het internetcachegeheugen ingesteld op 1 MB, waardoor er geen bestanden groter dan 1 MB kunnen worden opgeslagen, terwijl de standaardinstelling 30 MB of 40 MB is.

In september 2005 wordt de man door het college van B&W met onmiddellijke ingang disciplinair ontslagen. Bezwaar en beroep bij de rechtbank worden ongegrond verklaard. De ambtenaar gaat in hoger beroep. Hij vindt het onvoorwaardelijke ontslag onevenredig zwaar.
De Centrale Raad van Beroep neemt als vaststaand aan dat de ambtenaar, zoals hij zelf ook heeft erkend, zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim door (1) het onder werktijd op de eigen werkplek bezoeken van een pornografische website, en (2) het bewust zodanig bewerken van de computer dat niet is na te gaan welke websites zijn bezocht, door handmatig alle cookies van het internetgebruik, de geschiedenisgegevens en de temporary internet files te verwijderen en (3) het veelvuldig bezoeken van niet-functionele websites, ook via de computer van de receptie. De stelling dat de schijfruimte handmatig was gewijzigd in 1 MB heeft het college laten vallen.

Omdat de ambtenaar dit plichtsverzuim kan worden toegerekend, was het college bevoegd tot het opleggen van een disciplinaire straf. Het gaat er nu om of de straf al dan niet evenredig is aan het verweten plichtsverzuim. De Raad vindt van wel. De man was disciplinair gestraft wegens bezoek van pornosites onder diensttijd en uitdrukkelijk gewaarschuwd dat bij herhaling zwaardere maatregelen zouden volgen. Maar kort daarna heeft hij zich daar weer schuldig aan gemaakt. Daarbij acht de Raad het van belang dat de ambtenaar niet open is geweest, maar zijn gedrag heeft trachten te maskeren. Daarmee heeft hij het vertrouwen onherstelbaar beschadigd. Zeker nu het gaat om een facilitair medewerker die in zijn werk vaak gebruik moet maken van het internet en het college hem daarbij zonder meer moet kunnen vertrouwen. De Raad verwerpt ook het hoger beroep.

Reageer op dit artikel