artikel

Ontslag wegens gebruik softdrugs

Veilig werken

De militair stapt nu naar de voorzieningenrechter. Hij is van mening dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het hier ging om een eerste constatering van softdruggebruik. Daarom had kunnen worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, conform het sinds 1993 bij de Koninklijke Marine gevoerde drugsbeleid.

De aanwijzing van de secretaris-generaal van 28 maart 2007, waarin de uitvoering van dat drugsbeleid is aangescherpt en waarop de staatssecretaris het gehandhaafde ontslagbesluit heeft gebaseerd, is volgens hem onverbindend, omdat daarover geen overleg met de vakbonden heeft plaatsgevonden. De militair wil met spoed zijn opleiding kunnen vervolgen en verzoekt daarom het ontslag ongedaan te maken.

De staatssecretaris wijst op het operationeel grote belang van een drugsvrije krijgsmacht. Het personeelsbeleid is daar dan ook al lang op gericht.
De voorzieningenrechter vindt dat de daarin neergelegde aanscherping, die inhoudt dat bij gebruik van softdrugs tijdens diensttijd in aanwezigheid van een collega altijd ontslag zal volgen, niet onredelijk is. Misschien had er over de aanwijzing met de vakbonden overlegd moeten worden. Maar dat betekent nog niet dat de staatssecretaris niet tot ontslag had mogen overgaan. Vooral omdat de vakbonden over de aanwijzing geen instemmingsrecht hebben.

Bovendien heeft de VBM/NOV in een eerste reactie geen kanttekeningen geplaatst bij het achterwege laten van een waarschuwing, zoals in dit geval. Ten slotte telt voor de rechter dat de aanwijzing binnen de defensieorganisatie algemeen bekend was en dat verzoeker wist dat het gebruik van softdrugs niet wordt getolereerd. Het verzoek wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel