artikel

Overtreding Tabakswet?

Veilig werken

Bezwaar van de werkgever bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) haalt niets uit, maar beroep bij de rechtbank heeft succes. De rechtbank vindt dat niet is bewezen dat de Tabakswet is overtreden. De enkele constatering dat de rookabri’s niet voldoen aan de wettelijke eis dat ze afgesloten horen te zijn, is onvoldoende. In het proces-verbaal had ook de mate van blootstelling aan tabaksrook vermeld moeten worden.

Nu gaat de minister in beroep. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt als volgt. Artikel 11a, eerste lid, Tabakswet verplicht de werkgever zodanige maatregelen te treffen dat werknemers moeten kunnen werken zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Het gaat hier om een resultaatsverplichting. Van een overtreding kan pas sprake zijn als is vastgesteld dat er daadwerkelijk overlast is. Het onderzoek was, gezien het proces-verbaal, beperkt tot de enkele constatering van de ambtenaar dat er twee rookcabines stonden, dat die niet volledig waren afgesloten en er twee medewerkers een sigaret rookten.

Het proces-verbaal meldt niet – hoewel dat te verwachten zou zijn – of dit tot enige, organoleptisch waarneembare hinder of overlast leidde. Ook ander onderzoek, zoals meting van de omgevingslucht naar schadelijke bestanddelen van tabaksrook, heeft niet plaatsgevonden. Volgens de minister zou dat niet nodig zijn, omdat er voor tabaksrook geen veilige ondergrens bestaat. Bovendien is geen enkel ventilatie- of luchtreinigingssysteem – ook niet een onafhankelijk functionerend luchtrecyclagesysteem zoals hier – in staat de door tabaksrook verontreinigde lucht volledig te zuiveren. Een rapport van de fabrikant van de abri’s, waaruit zou blijken dat de gerecirculeerde lucht zuiverder zou zijn dan de omgevingslucht, vecht de minister methodologisch aan.

Maar dat is volgens het College niet ter zake. Het ligt niet op de weg van de werkgever om zijn onschuld te bewijzen, maar het is in de eerste plaats aan de minister om overtuigend bewijs te leveren dat de werkgever zijn resultaatsverplichting niet is nagekomen. Net als de rechtbank komt het College tot het oordeel dat er pas sprake is van overtreding van de Tabakswet als ten minste ook is aangetoond dat er enige blootstelling is aan (schadelijke bestanddelen van) tabaksrook. Dat is hier niet het geval. Het beroep van de minister wordt verworpen.

Reageer op dit artikel