artikel

Plichtsverzuim of burn-out

Veilig werken

De arboarts schrijft in een brief dat er sprake is van hartklachten en overbelasting, met name door lange reis- en werktijden. De werkgever stuurt de werknemer hierop een brief waarin hij schrijft dat het opvalt dat de werknemer bij aanvang van of tijdens een detachering steeds ziek is. In de brief staan ook de kantoortijden vermeld en de eis dat de werknemer zich daaraan moet houden. Zo niet, dan zullen er hardere maatregelen volgen. De werknemer schrijft terug dat hij – ondanks een burn-out – tegen het advies van de arboarts in toch weer is gaan werken. De werkgever heeft aan dat verweer geen boodschap en ontslaat de werknemer in augustus 2007 op staande voet.

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden onder toekenning van een vergoeding van 16.000 euro. Beroep op nietigheid van het ontslag op staande voet door de werknemer wijst de kantonrechter toe. De werkgever wordt daarbij veroordeeld tot een betaling van twee maanden salaris, waarop deze in beroep gaat.
Het hof is van oordeel dat herhaaldelijk te laat komen en het feit dat de werknemer zich tijdens de laatste detachering vaak niet, laat staan formeel ziek meldde, in beginsel voldoende reden is voor een ontslag op staande voet.

Daar staat tegenover dat de werknemer in een uitvoerige brief in augustus 2007, naar aanleiding van de (zoveelste) aanmaning om op tijd te komen, naast enige niet erg overtuigende argumenten aan het slot van die brief duidelijk heeft gemaakt met welke gezondheidsklachten hij kampte. In de brief schreef hij waar hij op dat moment mee ‘worstelde’ en hij stuurde bovendien een uitvoerige omschrijving van het begrip burn-out mee.

Het hof vindt dat in zo’n geval van een werkgever mag worden verwacht dat hij de bedrijfsarts vraagt met de werknemer contact op te nemen om te weten wat er precies aan de hand is. In plaats daarvan heeft de werkgever bewijsmateriaal over het verzuim verzameld en hem op grond daarvan op staande voet ontslagen. Het argument van de werkgever dat begeleiding door de bedrijfsarts niet mogelijk was omdat de werknemer zich niet ziek meldde, wordt door het hof verworpen. De brief, waarin de werknemer een duidelijk signaal afgaf, had voor het bedrijf aanleiding moeten zijn om de arbodienst in te schakelen, die zijn arbeidsgeschiktheid opnieuw had kunnen beoordelen en hem zo nodig had kunnen begeleiden. Daarom ziet het hof onvoldoende dringende reden om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen.

Reageer op dit artikel