artikel

Schade door vakantiewerkers

Veilig werken

De kweker probeert de schade op de (ouders van de) jongelui te verhalen, waarbij hij aanvoert dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen het bedrijf en de twee jongens. Zij deden wel af en toe werkzaamheden in de boomkwekerij en kregen daar ook voor betaald, maar dit geschiedde op vrijwillige basis. Beiden deden het werk nooit op afspraak en alleen als zij daar zin in hadden. Uiteraard kregen zij wel opdrachten, maar er was geen verplichting om te werken.

In hoger beroep stelt het hof vast dat de jongens twee euro netto per uur ontvingen. Ook werden zij zaterdagsmorgens om 8 uur verwacht en moesten dan voor 12 uur bepaalde werkzaamheden hebben afgerond. Als ze een dag vrij wilden hebben, moesten ze daarvoor aan de kweker toestemming vragen. Daaruit blijkt niet alleen een loonbetaling, maar ook een gezagsverhouding. Het enkele feit dat de jongelui een zekere vrijheid hadden om niet op het werk te verschijnen, betekent nog niet dat een gezagsverhouding ontbrak.

Mede gezien de frequentie van de werkzaamheden en het bestaan van een gezagsverhouding is het hof van oordeel dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de exploitant van de boomkwekerij en de jongens. Het vuurtje was enkel en alleen bedoeld om zich tijdens de pauze in de boomgaard te warmen. De buitentemperatuur was die dag rond de 2,5 graden Celsius. Op ruim een meter van de hoogwerker hebben de jongens een hoopje bladeren aangestoken. Toen het vuurtje zich begon uit te breiden, hebben zij het met water en zand proberen te blussen. Uiteindelijk heeft een buurman het vuurtje met een brandblusser gedoofd.

De kweker heeft gesteld dat de jongens bewust roekeloos gehandeld hebben. Dat zou het geval zijn geweest als ze hadden geweten dat zij door een vuurtje te stoken de hoogwerker aanzienlijk zouden kunnen beschadigen. Omdat de jongens zich daar niet van bewust waren, zijn ze niet aansprakelijk voor de schade. De vordering wordt afgewezen.

 

Reageer op dit artikel