artikel

Seksuele intimidatie tijdens rollenspel

Veilig werken

Hij blijkt zich schuldig te hebben gemaakt aan aantasting van de eerbaarheid (art. 246 Wetboek van Strafrecht). Begin februari 2006 wordt hem strafontslag aangezegd. Op grond van twee aangiftes, diverse verklaringen en wat verder bekend is geworden, acht de korpschef het aannemelijk dat de politieman twee medestudenten heeft aangerand. Bezwaar wordt ongegrond verklaard en de politieman in spe stapt naar de rechter.

Hij vindt dat hij niet schuldig is aan de verweten gedragingen. In een geval ging het om een uit de hand gelopen grap. De persoon in kwestie deed pas twee jaar later aangifte. En het tweede geval betrof een rollenspel waarbij de bewuste persoon zichzelf de rol van niet-meewerkende verdachte had toebedeeld. De politieman ontkent dat hij daarbij parende bewegingen heeft gemaakt. Hij vindt dat een en ander ten onrechte is aangemerkt als ernstig plichtsverzuim en dat daarom de zwaarste straf niet passend is.

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie in het ambtenarenrecht bij een geval als dit op deugdelijke gronden aannemelijk moet zijn dat de desbetreffende ambtenaar zich aan de verweten gedraging heeft schuldig gemaakt. In het eerste geval ging het om een rollenspel waarbij een medestudent uit de auto gepraat moest worden. Bij het daarna omleggen van de handboeien heeft de man met zijn bekken stotende bewegingen tegen de billen van de student gemaakt terwijl die over de auto heen gebogen stond met de handen geboeid op zijn rug. De rechtbank ziet dit niet als een uit de hand gelopen grap. Wat de bedoeling ook was, de man heeft een medestudent in een onmachtige toestand vernederende handelingen laten ondergaan, en dat feitelijke gegeven is beslissend.

Ook in het tweede geval is seksuele intimidatie voldoende aannemelijk gemaakt. Samen met een medestudent heeft de politieman in opleiding een cursiste onverwachts en tegen haar wil beetgepakt, in de boeien geslagen en op bovengenoemde wijze benaderd. Dat de medestudent zich de rol van niet-meewerkende verdachte toebedeelde, is nergens aangetoond. Uit het onderzoek, dat is uitgevoerd door het Bureau Integriteit, komt duidelijk naar voren dat de politieman zich verschillende keren tijdens praktijkoefeningen bezondigd heeft aan ongewenst seksueel intimiderend gedrag. De rechtbank is van oordeel dat dit terecht is aangemerkt als ernstig plichtsverzuim. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Reageer op dit artikel