artikel

Slachtoffer zwijgt over seksuele intimidatie

Veilig werken

De werkgever zet de projectleider direct op non-actief en laat door een extern bureau onderzoek doen. Dat bureau stelt vast dat er inderdaad sprake was van seksuele intimidatie en adviseert om de projectleider te berispen en te benadrukken dat bij aanhoudend gedrag ontslag volgt. De projectleider wordt vervolgens ook overgeplaatst. Daarna worden er diverse pogingen gedaan om de vrouw te re-integreren. Na twee jaar ziekte krijgt de werkgever een ontslagvergunning en zegt de arbeidsovereenkomst op. De vrouw krijgt een vergoeding van 5.000 euro. Zij wil nu schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag.

De kantonrechter stelt vast dat bij de toetsing van het gevolgencriterium alle omstandigheden ten tijde van het ontslag in onderlinge samenhang in aanmerking moeten worden genomen. Van belang is dan of er een relatie bestaat tussen de arbeidsongeschiktheid en het werk en of de werkgever dat te verwijten is. Het staat vast dat er sprake is van ongewenste seksuele intimidatie. Als de werkgever dit had kunnen weten of vermoeden, kan hij tekortgeschoten zijn in zijn zorgplicht. Maar dit is niet het geval.

De vrouw heeft de seksuele intimidatie tot februari 2005 verzwegen. Toen ze zich uiteindelijk ziek meldde, is de werkgever direct adequaat opgetreden. De werkgever heeft dus niet zijn zorgplicht geschonden. Van belang is ook dat het bedrijf een vertrouwenspersoon had tot wie de vrouw zich had kunnen wenden. Ook heeft de werkgever voldoende pogingen gedaan om de werkneemster te re-integreren. De vordering wordt afgewezen.

 

Reageer op dit artikel