artikel

Val van trapje naar dienstgebouw

Veilig werken

De centrale Raad van Beroep stelt vast dat het gaat om de vraag of het al dan niet een dienstongeval was. Volgens artikel 54 eerste lid (oud) Besluit algemene rechtspositie politie moet het dan gaan om een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht. De ziekte moet ook niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid te wijten zijn.

Anders dan de minister vindt de Raad dat het met bagage lopen van de motorstalling naar het dienstgebouw, zoals hier is gebeurd, wel behoort tot de in de functie van verkeerssurveillant te verrichten werkzaamheden. Maar daarmee is nog niet voldaan aan de omschrijving ‘in overwegende mate’, zoals in het artikel staat. Nergens is uit gebleken dat het betreden van dit trapje een bijzonder risico voor het ontstaan van een ongeval met zich meebracht.

Ook het argument van de surveillant dat hij bij het lopen op de trap een helm en tassen droeg en zijn motorpak aanhad, leidt niet tot een ander oordeel. Dat geldt ook voor het feit dat de trap later wel van een leuning is voorzien. De Raad wijst erop dat het dragen van enige bagage niet bijzonder is, ook niet als iemand een motorpak draagt. En verder is het van belang dat de drietredige trap ook zonder leuning voldeed aan de geldende bouwvoorschriften. Daarbij merkt de Raad op dat de surveillant ook langs de aanwezige helling het bordes op had kunnen gaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Reageer op dit artikel