artikel

Veilig onderhoud gebouwen stiefkindje

Veilig werken

Auteur: Koos van Lindenberg

 

In het Bouwbesluit is primair geregeld aan welke eisen een gebouw moet voldoen om iedereen een veilige en gezonde woon- en/of werkplek te bieden. In het besluit staat echter niets over het veilig uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan een gebouw. Dat geldt ook voor het Arbobesluit Bouwproces. Het daarin verplichte V&G-plan moet er in voorzien dat er tijdens de bouw veilig gewerkt kan worden, maar niet in het veilig werken na oplevering.

 

Aangezien er in de praktijk te weinig rekening wordt gehouden met een veilige werkplektoegang voor medewerkers van onderhoudsdiensten – die bijvoorbeeld verwarming, airconditioning, gevelonderhoudsinstallaties of liften moeten onderhouden – kan het zijn dat het gebouw direct na oplevering al aangepast moet worden om veilig onderhoud aan de technische installaties mogelijk te maken.

In toenemende mate gaan onderhoudsbedrijven van gebouwen echter zelf na of onderhoudstechnici een veilige werkplek hebben en of zij de werkplek ook veilig kunnen bereiken. Vaak wordt ook door de afnemer van een gebouw aan de projectontwikkelaar een overzicht gevraagd van de veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden aan een gebouw.
Ook op het werken op hoogte voor het onderhoud van gebouwen is de in het Arbobesluit beschreven arbeidshygienische strategie van toepassing: eerst het probleem bij de bron aanpakken, daarna gebruikmaken van collectieve voorzieningen en tot slot het toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

De strategie betekent dat bij voorkeur voorkomen moet worden dat iemand op het dak moet werken. Is het toch nodig dat op het dak wordt gewerkt, dan komen collectieve maatregelen in aanmerking, zoals het aanbrengen van een borstwering of een hekwerk. Een dergelijk maatregel kan in het ontwerp voor het gebouw worden geintegreerd. Dat gebeurt nu nog slechts bij uitzondering. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in principe een laatste redmiddel.

 

Het voordeel van collectieve maatregelen is dat ze in veel gevallen op termijn terugverdiend worden. Beschermingssystemen voor valbeveiliging met behulp van paaltjes en/of lijnen vragen vaak om onderhoud. Dat kost geld. Ook vraagt het gebruik ervan extra tijd, evenals het aan- en uittrekken van het valbeveiligingsharnas. Deze steeds terugkerende kosten kunnen op termijn hoger uitvallen dan een eenmalige aangebrachte collectieve beveiligingsmaatregel die weliswaar duurder in aanschaf, maar veel goedkoper in gebruik is.

Reageer op dit artikel