artikel

Werkgever soms aansprakelijk voor woon-werkverkeer

Veilig werken

Een man is chauffeur op een autoambulance. Als hij begin juli 1998 met dit voertuig van huis naar zijn werk rijdt, krijgt hij een ernstig ongeval. Hij claimt de schade bij zijn werkgever, Autohulp BV. De kantonrechter wijst de vordering af, het gerechtshof kent haar toe.

De werkgever gaat in cassatie. De Hoge Raad stelt voorop dat een werkgever in beginsel niet aansprakelijk is als een werknemer door een verkeersongeval tijdens woon-werkverkeer schade lijdt. Maar al eerder overwoog de Raad dat als een werknemer naar een plaats rijdt waar hij zijn werkzaamheden moet uitvoeren, het onder omstandigheden mogelijk is dat dit vervoer gelijkgesteld wordt aan vervoer in het kader van de voor de werkgever uit te voeren werkzaamheden.
De werkgever is dan ook op grond van art. 7:611 BW verplicht om te zorgen voor een behoorlijke verzekering van de werknemer, voor het geval hij bij een verkeersongeval betrokken raakt. Als de werkgever daarin tekortschiet, is hij voor de schade van zijn werknemer aansprakelijk. In deze zaak was het hof van oordeel dat de werknemer gerechtigd was over de ambulance te beschikken, omdat hij fungeerde als nooddienstmedewerker. Een dergelijke werknemer moet dag en nacht telefonisch bereikbaar zijn. Als er hulp nodig is, moet hij zo snel mogelijk naar de plaats van inzet rijden. Om tijd te besparen, nemen sommige medewerkers de ambulance mee naar huis. Autohulp heeft daar nooit bezwaar tegen gemaakt.
Het kan dus op één lijn gesteld worden met vervoer dat plaatsvindt op basis van de arbeidsovereenkomst en de uit te voeren werkzaamheden. Dit betekent dat er in redelijkheid geen onderscheid moet worden gemaakt tussen een rit naar of van een gestrande auto en de rit die de werknemer die ochtend maakte naar zijn normale werkzaamheden, waarbij bovendien de kans bestond op een oproep tijdens die rit. Daarmee heeft het hof blijk gegeven van een juiste rechtsopvatting. Het hoger beroep wordt verworpen.

Reageer op dit artikel