artikel

Betaling verkeersboetes

Veilig werken

Twee boetes van 28 euro zijn opgelegd omdat de werknemer respectievelijk 6 en 4 kilometer te hard reed. Een derde boete van 52 euro ging om een snelheidsovertreding van 11 kilometer. Nadat de werknemer de boetes op verzoek van de werkgever heeft betaald, vordert hij bij de kantonrechter terugbetaling van de drie boetes.De kantonrechter wijst dat voor een boete toe en wijst de andere vorderingen af. De werknemer tekent beroep aan.

Het hof overweegt dat de vorderingen moeten worden getoetst aan artikel 7:661 BW, werkgeversaansprakelijkheid voor schade. Dit artikel is niet alleen van toepassing bij fysieke beschadiging van personen of zaken die aan de werkgever of een derde toebehoren. Ook de verkeersboetes kunnen voor rekening van de werkgever komen, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dit is volgens het hof niet het geval bij een overschrijding tot 10 km per uur. Men rijdt in het verkeer immers gemakkelijk iets te hard zonder dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Daarom komen de twee boetes van 28 euro voor rekening van de werkgever. De boete van 52 euro blijft voor rekening van de werknemer.
Zowel TPG, de werknemer, als de Abvakabo gaan in cassatie bij de Hoge Raad.

Die overweegt dat niets erop wijst dat de wetgever bij de invoering van de Wet Administratieve Handhaving Verkeersboetes (begin jaren ’90) van oordeel was dat in dit soort gevallen de werkgever zelf de boetes zou moeten betalen. Boetes voor verkeersovertredingen die werknemers met een motorrijtuig begaan in de uitoefening van hun werkzaamheden, worden vaak aan de werknemers zelf opgelegd, omdat de overtreding is begaan met ‘de eigen auto’ of omdat direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is.

Als de werkgever de boetes wel zou moeten betalen, dan ontstaat er een niet te verklaren onderscheid tussen werknemers met een auto van de zaak en werknemers met een eigen auto. De eerst genoemden zijn vaak niet direct te ‘herkennen’ als bestuurder, zodat de boete in zo’n geval naar de kentekenhouder, de werkgever gaat. Werknemers met een eigen auto krijgen wel direct zelf de boete en moeten die zelf betalen, ook al wordt op dat moment zakelijk gereden. Het beroep van TPG wordt gehonoreerd. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de vordering van de werknemer (en de vakbond) wordt alsnog afgewezen.

Reageer op dit artikel