artikel

Foute verf houdt schilders in de greep

Veilig werken

Auteur: Loek Kusiak

 

In 2000 werd de Vervangingsplicht voor vluchtige organische stoffen (VOS) van kracht. Voor schilders betekende dit dat binnenshuis verven met verf die tolueen en thinner bevat, voortaan verboden was. Gebruik van foute verf kan namelijk leiden tot het organisch psychosyndroom (OPS). Deze ‘schildersziekte’ kent symptomen als geheugenverlies, concentratiestoornissen, depressies en zelfs dementie. Nederland heeft naar schatting inmiddels meer dan vierduizend OPS-slachtoffers. Onder hen zijn ook parketleggers, drukkers en autospuiters die met oplosmiddelen hebben gewerkt.

 

In 2006 hield een consulent van FNV Bouw een enquete onder 1.200 schilders. Van hen zei 94 procent op de hoogte te zijn van de gezondheidsrisico’s van oplosmiddelrijke alkydverf. Toch had 58 procent in het jaar ervoor bij binnenschilderwerk regelmatig deze verf gebruikt. Een kwart was daarbij door de werkgever onder druk gezet. Maar 30 procent van de schilders bleek ook uit eigen beweging bereid het oplosmiddelverbod te negeren. Voor FNV Bouw waren de resultaten verontrustend genoeg om eind 2007 de arbocampagne ‘Ik doe ’t gezond’ te starten. Op werkplekken in het land en in gastlessen voor jonge schilders wordt voorlichting gegeven over risico’s van ‘foute’ verf. Schilders moeten zich niet langer onder druk laten zetten om binnen oplosmiddelverf te gebruiken, is de boodschap. Het gaat ook niet alleen meer om OPS. Blootstelling aan oplosmiddelen heeft ook risico’s voor de vruchtbaarheid.

 

Blijkbaar zijn er volgens de bond nog steeds opdrachtgevers die de kwaliteit van watergedragen verf onderschatten. De schilders zelf zijn vaak loyaal. Die melden niet zo snel bij de Arbeidsinspectie dat ze met foute verf moeten werken. De brancheorganisatie FOSAG moet meer uitstralen dat overtredingen uit den boze zijn. FOSAG-voorzitter Erik Kruiderink was aanvankelijk niet blij met de FNV-schilderscampagne. Inmiddels voelt hij wel voor een gezamenlijke campagne, gefinancierd uit het opleidings- en ontwikkelingsfonds van de bedrijfstak. Leden van de FOSAG – 3.000 van de 8.000 schildersbedrijven in ons land – krijgen voor het ontduiken van de vervangingsplicht eerst een waarschuwing van het bestuur. De tweede keer volgt royement.

 

Vanaf 2010 moet verf voldoen aan een Europese richtlijn. Voor oplosmiddelen geldt dan een gehalte van 300 gram per liter. Dat is nu 400 gram. De verfindustrie garandeert dat de producten in 2010 zullen voldoen aan de eisen van duurzaamheid, verwerkbaarheid en doorwerken in de winter. FNV Bouw heeft de FOSAG inmiddels benaderd om onderhandelingen te openen over een arbocatalogus voor de sector onderhoud (schilders, glaszetters). Met daarin afspraken over het omgaan met en reductie in gebruik van oplosmiddelen.

Reageer op dit artikel