artikel

Liegen of klikken?

Veilig werken

Auteurs: Walter Zwaard en Noks Nauta

 

Janneke Weldoen is veiligheidskundige in een bedrijf dat afvalstoffen verwerkt. Haar leidinggevende is het hoofd P&O van het bedrijf. Bij een rondgang over het terrein van het bedrijf constateert Janneke een gevaarlijke situatie. Een aantal medewerkers werkt op hoogte naast een bassin met water. Janneke ziet dat het regelmatig maar weinig scheelt of een van de werknemers valt in het water. Zij spreekt daarop de chef van de afdeling aan op de gevaarlijke situatie. Zij dringt erop aan een hekwerk te laten plaatsen en, tot het hekwerk is geplaatst, de medewerkers gebruik te laten maken van valbeschermingsmiddelen. De chef is het niet eens met dit advies. Hij benadrukt dat er nooit ongevallen zijn gebeurd, dat zijn medewerkers allemaal zeer ervaren zijn en dat de voorganger van Janneke nooit opmerkingen heeft gemaakt over de manier van werken.

In het werkoverleg met haar leidinggevende kaart Janneke de situatie aan. Ze benadrukt hierbij bovendien dat de gevaarlijke situatie niet is opgenomen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het bedrijf. Twee weken later valt een van de werknemers in het water en verdrinkt. Het ongeval wordt gemeld bij de Arbeidsinspectie die een onderzoek instelt. Voorafgaande aan het bezoek van de arbeidsinspecteur vraagt het hoofd P&O Janneke om de gevoerde interne discussie over het valgevaar maar te vergeten en om de RI&E nog even aan te passen.

Wat moet Janneke doen? In deze casus heeft zij een ethisch dilemma: wat moet ik doen, wat is goed om te doen? Janneke heeft verschillende handelingsmogelijkheden, zoals:

  1. De RI&E aanpassen waarbij het risico als klein wordt beoordeeld (geen actie nodig) en niets wordt verteld aan de Arbeidsinspectie over de interne discussies.
  2. Als bij 1, maar het risico als groot beoordelen. Als ernaar wordt gevraagd, zegt Janneke dat de acties om allerlei redenen nog niet zijn uitgevoerd.
  3. Openlijk weigeren aan het verzoek te voldoen. Haar verhaal bij de Arbeidsinspectie vertellen zoals het is gegaan.
  4. Haar verhaal onmiddellijk melden aan de Telegraaf.

 

Vervolgens kunnen deze handelingsmogelijkheden worden beoordeeld op de morele waarden. Dat zijn: goed doen en niet schaden, respect voor autonomie, rechtvaardigheid, eerlijkheid en andere deugden. In dit gedachte-experiment vindt de beoordeling plaats vanuit de diverse belanghebbende partijen: zijzelf, het management, en de medewerkers. De resultaten kunnen worden samengevat in een schema waarbij in elk vakje scores zijn geplaatst. Een plusteken geeft daarbij aan dat de morele waarde wordt gesteund, een minteken dat de morele waarde wordt geschonden. De beste keuze lijkt het alternatief waar de meeste plustekens staan. Daarbij worden immers de meeste morele waarden gesteund. De schema’s maken gestructureerde discussie mogelijk.

Reageer op dit artikel