artikel

Meer bewegen bij het MKB

Veilig werken

Auteurs: Marieke Verheijden en Vincent Hildebrandt

 

Ook voor het midden- en kleinbedrijf is gezond, fit en productief personeel belangrijk. Toch blijft het MKB achter bij de grotere bedrijven als het gaat om bewegingsstimulering. Maar dat hoeft niet zo te blijven. Om bewegen in het MKB een stevig fundament te geven is het zaak om bewegingsstimulering op te nemen in het arbo- en gezondheidsbeleid en op alle bedrijfsniveaus te promoten. Op die manier ontstaat een breed draagvlak. Het beweegbeleid kan bijvoorbeeld opgenomen worden in de secundaire arbeidsvoorwaarden, in het verzuimpreventiebeleid of in breder beleid met betrekking tot gezondheidsbevordering.

Om blijvende aandacht voor bewegen in het MKB te waarborgen, is het zinvol om op een stapsgewijze en planmatige manier aan de slag te gaan. De volgende stappen geven houvast:

  1. creeer draagvlak,
  2. zet structuren op voor een bewegingsstimuleringsbeleid,
  3. stel behoeften vast,
  4. ontwikkel een plan,
  5. voer het plan uit,
  6. evalueer de activiteiten,
  7. pas het plan aan en veranker het.

 

Om zijn speelveld te vergroten, kan het MKB actief op zoek gaan naar samenwerking met andere werkgevers. Dat kan via ondernemerscollectieven of via het management van het bedrijventerrein. Er zijn veel manieren om werknemers te stimuleren om te bewegen. De werkplek zelf biedt de werkgever een goede mogelijkheid om ongemerkt te voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Die norm houdt in dat iedere werknemer iedere (werk)dag minimaal dertig minuten matig intensief moet bewegen.

 

Relatief eenvoudige maatregelen zoals een afwisselend takenpakket, het stimuleren van het trapgebruik in plaats van het gebruik van de lift en het aanschaffen van bijvoorbeeld tafeltennistafels kunnen al bewegingsarmoede voorkomen.

Het management kan de aandacht en het draagvlak voor bewegen vergroten door de sport- en beweegactiviteiten goed af te stemmen op de wensen van het personeel. Het is zaak om vooral ook de werknemers die nog niet voldoende bewegen of minder fit zijn, mee te krijgen.

 

Door te beginnen met laagdrempelige activiteiten die vooral het plezier benadrukken, lukt het makkelijker om deze groep in beweging te krijgen. Denk aan lunchwandelen.

Ondersteunend leiderschap en een duidelijke voorbeeldfunctie van directie en management zijn belangrijke succesfactoren voor succesvolle programma’s. Het veranderen van gedrag gaat niet vanzelf en heeft vaak tijd nodig.

Reageer op dit artikel