artikel

‘Privatisering zegen, maar prijsconcurrentie is te bepalend’

Veilig werken

In 2006 besloten de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) en haar equivalent voor de reintegratiebedrijven (Borea) samen te gaan onder de naam Boaborea. Boaborea telt inmiddels 150 leden waarvan een kleine 20 traditionele arbodiensten. Die leden dragen zorg voor de helft van werkend Nederland. Naast de traditionele bloedgroepen (reintegratiebedrijven en arbodiensten) heeft de vereniging ook adviesbureaus en kenniscentra in haar ledenbestand. Het bestuur telt elf leden. Opvallend genoeg ontbreken twee grote arbodiensten (Achmea en Abo Unie) in het bestuur.

 

Volgens directeur Carmen de Jonge bewijst de huidige ontwikkeling op het gebied van arbo en reintegratie het gelijk van de fusie tussen Boa en Borea. “Wij zijn de markt voor geweest door samen te gaan. De dienstverlening aan bedrijven verbreedt zich nadrukkelijk. Onze leden houden zich veel meer bezig met gezondheidsmanagement. De Arbomonitor wijst uit dat grote arbodiensten omzet verloren. Werkgevers moesten zich vroeger wettelijk aansluiten bij een arbodienst tot de liberalisering van de arbodienstverlening juli 2005.

 

Maar was die verplichte aansluiting zinvol? Die vraag werd niet beantwoord. Arbodiensten werden lui en werkgevers gebruikten hen als een excuustruus. Nu verbreden arbodiensten zich uitdrukkelijk naar adviesdiensten voor gezondheidsmanagement. De kleintjes waren wat sneller dan de groten, maar dat is logisch.”

 

De eigen verantwoordelijkheid voor verzuim en arbeidsomstandigheden die het bedrijfsleven kreeg, kan op steun van Boaborea rekenen. Maar met een kanttekening. Het midden- en kleinbedrijf blijft een zorgenkindje. “Daarom moeten verzekeraars en brancheverenigingen en de overheid zoveel mogelijk faciliteren zodat kleinere ondernemers zelf maatregelen kunnen nemen. Een MKB’er verdiept zich niet in gezondheids- en verzuimproblematiek, maar koopt dit soort problemen af via bijvoorbeeld zijn accountant.”

 

Het oplopende huisartsentekort en de almaar stijgende begroting van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) hebben niet alleen schaduwzijden, zo meent De Jonge. Het kan de overheid dwingen creatief te zijn. “De arbodienstverlening moet veel meer reguliere zorgtaken overnemen. Bijvoorbeeld door die PMO’s. Dan kijk je weliswaar eerst naar medische problemen bij de werknemer en die spoor je ook vroegtijdig op, maar je kunt problemen in een breder kader zetten. Een arbodienst kijkt ook naar zaken als motivatie voor het werk en loopbaanperspectief.” Een tweede ijzer dat het bedrijfsleven in het vuur heeft, is de artsenpost op het bedrijventerrein. “Dan kan een werknemer onmiddellijk een diagnose en recept halen. Dat voorkomt een gang naar de huisarts de volgende morgen en een verzuimdag.”

Reageer op dit artikel