artikel

Trillend op de tractor

Veilig werken

Auteurs: Carel Hulshof, Ivo Tiemessen

 

Volgens de Arbobalans 2005 heeft 14 procent van de werknemers te maken met lichaamstrillingen of hand-armtrillingen. De echte risicopopulatie wordt geschat op ongeveer 8 procent van de beroepsbevolking. Blootstelling aan trillingen leidt vooral tot ongemak en schade aan de gezondheid. Dat is al lang bekend, maar wetgeving is er nog niet zo lang. In 2002 heeft het Europees Parlement een al vele jaren verwachte richtlijn met minimumvoorschriften voor gezondheid en veiligheid bij blootstelling van werknemers aan trillingen aangenomen. Per 6 juli 2005 is deze richtlijn via het Arbobesluit opgenomen in de Nederlandse wetgeving.

 

Onderzoek naar de effecten van langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen is samengevat in enkele systematische reviews. De belangrijkste conclusie is dat werknemers die blootstaan aan trillingen een verhoogde kans hebben op lage rugklachten, hernia’s en vervroegde degeneratie van de wervelkolom. Risicogroepen zijn vooral mensen met chronische rugklachten, herniapatienten en zwangeren. Een machinist die vaak blootstaat aan een hoog trillingsniveau, verliest tijdens zijn werkzame leven gemiddeld 47 werkweken door ziekteverzuim met rugklachten. Trillingen kunnen de pijn in de rug verergeren en de terugkeer naar werk bemoeilijken.

 

De wetgeving geeft grenzen voor trillingen op de werkplek. Boven de actiewaarde (0,5 m/s2 voor lichaamstrillingen en 2,5 m/s2 voor hand-armtrillingen – beide gemiddeld over een acht- urige werkdag – moet een werkgever maatregelen nemen. De grenswaarde (1,15 m/s2 respectievelijk 5 m/s2) mag nooit worden overschreden. De keuze van de grenswaarden is omstreden. Deze waarden zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke evidentie, maar op het resultaat van een Europees politiek onderhandelingsproces.

 

Aanvankelijk lag er een EU-voorstel voor een grenswaarde voor lichaamstrillingen van 0,7 m/s2 . Dat bleek kennelijk politiek onacceptabel. Nog geen jaar voor het vaststellen van de Europese richtlijn werd ineens gesproken over 1,5 m/s2. Vooral de landbouw- en Oost-Europese lobby bleken verantwoordelijk voor het verhogen van de grenswaarde. Uiteindelijk kwam men uit op de algemeen te hoog geachte 1,15 m/s2. Toch zijn er voldoende onderzoeken die beneden deze waarde al een verhoogd risico van rugklachten aantonen.

 

Handhaving door de Arbeidsinspectie zal zich vermoedelijk beperken tot het nagaan of de RI&E aandacht besteedt aan trillingen. Hoewel de wetgeving nog niet ver genoeg gaat, liggen er nu mogelijkheden tot verbetering. Ook zou de arboprofessional bestaande risico-inventarisaties weer eens kunnen doorlichten. Trillen blijkt bij veel bedrijven als risico nog geen plaats te hebben gekregen, laat staan dat er een plan van aanpak is.  

Reageer op dit artikel