artikel

Veroordeeld voor privébezit kinderporno

Veilig werken

Hij blijft tot maart 2010 in voorlopige hechtenis en wordt door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk. Een plaatselijk dagblad doet verslag van de strafzitting en dat leidt in het bedrijf tot grote onrust. De werknemers geven te kennen dat zij niet meer met de werknemer willen samenwerken.

 

In september schrijft de werkgever in een brief dat na de vrijlating nader zal worden overlegd over het al dan niet voortzetten van het dienstverband. Dat overleg heeft tweemaal plaatsgevonden. De werkgever vraagt nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, bestaande uit een verstoorde arbeidsrelatie.

 

De kantonrechter stelt vast dat de gewraakte handelingen van de werknemer zich volledig in de privesfeer hebben afgespeeld. Die hebben geen enkel raakvlak met de bedrijfsactiviteiten en de functie van de werknemer. Het ontbindingsverzoek is in feite gebaseerd op drie gronden, te weten de onrust onder het personeel, de angst van de werkgever voor negatieve reclame en overtreding van het huishoudelijk reglement.

 

De kwestie is intern besproken. Maar wat er precies is besproken en hoe dat is gegaan, daar heeft de werkgever niets over gezegd. Ook niet over hoe hij omging met het feit dat het overige personeel niet meer met de man wilde samenwerken. Het dienstverband van de werknemer is gehandhaafd toen hij in voorarrest zat. Het ligt op de weg van de werkgever om het personeel op zorgvuldige wijze duidelijk te maken dat de werknemer terug zal komen. Hij had al het mogelijke moeten doen om dit in goede banen te leiden en onrust te voorkomen. Het is niet gebleken dat de werkgever zich daarvoor voldoende heeft ingespannen.

 

Volgens de kantonrechter is de afwijzende houding van het overige personeel niet genoeg om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bij het voortduren van het dienstverband sprake zou zijn van negatieve reclame en reputatieschade. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel