artikel

Ongeval onverzekerde zzp’er

Veilig werken

Tijdens het werk valt hij bij het lopen over een schroefvoedingszeef door een breekplaat. Daardoor komt zijn rechterbeen in de draaiende schroef. Hij loopt dusdanig ernstig letsel op dat zijn been moet worden geamputeerd. Hij kan geen beroep doen op een arbeidsongeschiktheidverzekering, omdat hij die niet heeft afgesloten. Hij stelt De Vezelaar aansprakelijk voor de gevolgen van zijn ongeval. De machine voldeed volgens hem niet aan de Machinerichtlijn 98/37 – de breekplaat was door het stof onzichtbaar – en ook in ander opzicht voldeed de machine niet aan de veiligheidsvoorschriften. De kantonrechter wijst de vordering af.

 

Het hof overweegt uitvoerig de bepalingen van het zorgplichtartikel (art. 7:658 BW). De rechtspraak geeft een wisselend beeld en er zijn uitspraken gedaan waarin de bepaling ook van toepassing werd geacht op iemand die werkzaamheden had verricht als zelfstandige (zzp’er). In dit geval vindt het hof het doorslaggevend dat de werkzaamheden van de man niet zijn verricht in de uitoefening van het bedrijf van De Vezelaar, namelijk het verwerken van resthout uit de houtindustrie tot houtkrullen en houtkorrels. Ook als je een zelfstandig ondernemer aanmerkt als ‘een persoon’, zoals genoemd in artikel 7:658 lid 4 BW.

 

Nu kan regulier onderhoud aan vezelverwerkingsmachines nog worden aangemerkt als werk dat wordt verricht in de uitoefening van dat bedrijf, omdat dit soort werk in het verlengde ligt van de verwerking van resthout. Maar dat is volgens het hof anders bij reparatie- of revisiewerkzaamheden. Die kunnen bezwaarlijk worden gerekend tot het verwerken van resthout in houtkrullen en houtkorrels.

 

Dat blijkt ook uit het feit dat dit soort werk nu juist wordt uitbesteed aan derden, zoals het slachtoffer. Bovendien gaat het hier niet om reparatie- of revisiewerkzaamheden aan machines van De Vezelaar zelf. Die machines zijn eigendom van een andere vennootschap. Dat mag dan een holding zijn, waarmee De Vezelaar destijds een joint venture vormde, maar dat maakt de beoordeling van de zaak niet anders. De conclusie is dan ook, dat het slachtoffer zich niet kan beroepen op artikel 7:658 lid 4 BW. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Reageer op dit artikel