artikel

Speelse duw kost werkgevers geld!

Veilig werken

Diens werkgever wordt aangesproken als verantwoordelijk voor fouten van zijn ondergeschikten (art. 6:170 BW). Met ‘fout’ wordt gedoeld op een toerekenbare onrechtmatige daad. En daarvan is volgens de rechtbank sprake. De metselaar zat rustig op een stoel te lunchen en was niet bedacht op een plotselinge schouderduw. Dat hij zou schrikken en vallen was voorzienbaar. Zeker nu de elektricien kon zien dat de bestrating van gladde steentjes ook nog schuin afliep. Zo’n duw hoeft normaal gesproken niet zo ernstig af te lopen, maar daar had de elektricien wel rekening mee moeten houden. De plotselinge duw was onrechtmatig, namelijk in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dit staat los van de heersende jolige stemming en dat de elektricien geen opzet had om de metselaar schade te berokkenen. Maar wie een ander onnodig aan mogelijk voorzienbaar gevaar blootstelt, is in het algemeen aansprakelijk als er schade ontstaat, zelfs als het om een grap gaat. Daarmee is de werkgever van de elektricien aansprakelijk voor de schade.

 

Zorgplicht
Aansprakelijkheid van de ‘eigen’ werkgever berust op de zorgplicht (art. 7:658 BW. De werkgever moet het werk zodanig inrichten en onderhouden, maar ook maatregelen nemen en aanwijzingen geven als redelijkerwijs nodig om te voorkomen dat de werknemer tijdens zijn werk schade lijdt. Weliswaar gebeurde het ongeval tijdens de lunchpauze, maar de lunch werd genuttigd op het werk, in aanwezigheid van collega’s die gebruik maakten van stoelen op een schuin aflopende ondergrond van gladde stenen. Ook tijdens pauzes is de werkgever niet ontslagen van zijn verantwoordelijkheid voor de veiligheid op het werk, temeer nu de werkgever hoofdaannemer op dit project was. De zorgplicht vergt een hoog veiligheidsniveau. Een uitgelaten sfeer onder werknemers kan leiden tot veiligheidsrisico’s en die risico’s zijn voorzienbaar. Om die reden had de werkgever moeten anticiperen, door aan te geven waar de lunch gebruikt kon worden, of door instructie dat men zich bij ‘collegiaal dollen’ moest onthouden van fysiek contact. Dat is niet zo gek omdat algemeen bekend is dat dergelijk onnodig fysiek contact het risico van ruzie en mogelijk letsel door ongevallen meebrengt.

 

Uitspraak
De rechter vindt dat de werkgever onvoldoende heeft gedaan en daarmee aansprakelijk is. Beide werkgevers worden hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de schade.

 

Lees meer jurisprudentie in Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel