artikel

Noodstop

Veilig werken

De noodstopinrichting is bedoeld om schade of letsel te voorkomen of te beperken in geval van een incident. Een noodstoptoestel mag dus niet als beveiliging worden gezien. Relevante normen voor de noodstop zijn onder andere EN-ISO 13850 en EN-IEC 60204-1. Een noodstop is alleen zinvol als het arbeidsmiddel binnen een aanvaardbare tijd in een veilige toestand kan worden geschakeld. Voor eenvoudige machines, bijvoorbeeld een kolomboormachine, heeft een noodstop om deze reden dan ook niet veel zin. Voor grotere machines is een noodstop wel zinvol, mits de bewegende delen voldoende snel tot stilstand komen (binnen een paar seconden), bijvoorbeeld door toepassing van een reminrichting. Een machine moet voorzien zijn van voldoende noodstops, in ieder geval op iedere bedienersplaats.

 

Noodstopplan
Voor complexe samengestelde machines is een noodstopplan een goed middel om het aantal en de plaats van de noodstoppen vast te stellen. Vanaf iedere bedienersplaats moet de bediener de machine(sectie) die hij kan overzien, kunnen afschakelen. Dit betekent in de praktijk dat het noodstopcircuit van een productielijn doorgeschakeld wordt, zodat van iedere bedienersplaats de gehele lijn wordt uitgeschakeld.

 

Paddenstoel
De noodstop heeft de vorm van een paddenstoelvormige drukknop (rood met een gele achtergrond). Voor lange transportbanden kan een noodstopkoord langs de band effectiever zijn. De noodstop moet eerst handmatig worden gereset. Daarna mag de machine met behulp van een hiervoor bedoeld bedieningsorgaan wederom worden ingeschakeld. De noodstop is besturingstechnisch dominant over alle andere machinefuncties. De noodstop is een veiligheidsfunctie, dus moet de achterliggende besturing voldoen aan de eisen voor veiligheidscircuits (bijvoorbeeld volgens EN 954-1 of EN-IEC 62061).

Reageer op dit artikel