artikel

Wanneer vervang je een installatie?

Veilig werken

Goed onderhoud moet installaties uit de jaren 60 en 70 veilig houden. Waar ligt de grens tussen instandhouding en nieuwe investering als het gaat om veiligheid?

Wanneer vervang je een installatie?

Iedere onderhoudsmanager kent het dilemma: wanneer is een oude installatie aan vervanging toe? Aan het eind van de economische levensduur moeten bedrijven de oplopende kosten van de instandhouding afwegen tegen een nieuwe investering. In de praktijk staat veiligheid daarbij niet altijd voorop.

Levensfases

Bij alle installaties is goed onderhoud nodig. Productie en veiligheid gaan dan samen. Elke installatie kent na ingebruikname een aantal levensfases. Na de kinderziekten van het begin ontstaat er doorgaans een stabiele situatie waarin slechts bij hoge uitzondering een component in de installatie uitvalt. In de volwassen installatie gaan degradatiemechanismen een rol spelen. Denk aan corrosie, kruip, vermoeiing en erosie.

Dilemma

De risico’s van degradatie nemen aan het eind van de levensduur gestaag toe. Onderdelen worden in verschillend tempo minder betrouwbaar. Daarbij ontstaat het dilemma: nog een tijdje doorgaan en extra instandhoudingskosten voor lief nemen? Of toch maar investeren in een nieuwe installatie? Bedrijven laten de productie soms doorgaan, ondanks een groeiend aantal incidenten met de installatie. Hoe veilig is doorgaan?

Degradatie

In de jaren 60 en 70 was preventive maintenance troef: door tijdige vervanging problemen door vermoeiing, corrosie en slijtage voorkomen. In de jaren erna kwam condition based maintenance: het falen zien aankomen door bekende typen degradatie te meten. Maar naast fysieke degradatie speelt ook organisatorische degradatie een rol: veranderde inzichten, nieuwe werkmethoden, toegevoegde veiligheidsmaatregelen en personeelswisselingen. Kortom, de menselijke factor.

Menselijke factor

Door de menselijke factor ontstaan er – ongemerkt – nieuwe soorten risico: verlies van kennis, niet goed op veiligheid beoordeelde wijzigingen, gebruik van de installatie op een andere dan de oorspronkelijk bedoelde manier of een niet goed doordacht patchwork van aanvullende veiligheidsmaatregelen. De menselijke factor is moeilijk inpasbaar in het onderhoudsmanagement. Net als bij fysieke degradatie is de vraag: waar ligt de grens?

Stand der techniek

De stand der techniek evolueert ook voortdurend. De tegenwoordige inzichten bij ontwerp, veiligheid, operations en onderhoud zijn in een oudere installatie niet toegepast. Bedrijven bewegen mee met de stand der techniek: ze brengen extra beveiligingen aan en voeren meer inspecties uit. Tegelijkertijd zorgen fysieke en organisatorische degradatie voor een toename van falen op steeds meer gebieden. Preventief onderhoud is dan niet langer afdoende om de installatie veilig te laten werken.

Voor bedrijven met gevaarlijke stoffen is het belangrijk om zowel hun installatie als hun organisatie kritisch op veroudering door te lichten. Over deze gevaren is veel bekend, ze zorgen vaak voor ongevallen en ze zouden daarom snel de hoogste prioriteit moeten krijgen.

 

> Dit is een samenvatting van het artikel ‘Het eind van de badkuipkromme’ door Paul Lindhout en Anton Tol. Lees het volledige artikel met de drie praktijkvoorbeelden in Vakblad Arbo 5-2016.

Reageer op dit artikel