artikel

Infectiepreventie, welke maatregelen moeten?

Veilig werken

Een MRSA-uitbraak, de schrik van elk ziekenhuis. Het ziekenhuis en een aantal woonwijkcentra van Treant Zorggroep hadden in 2017 te maken met diverse MRSA-uitbraken.

Infectiepreventie, welke maatregelen moeten?

“Het is zaak om dan 100% infectiepreventiemaatregelen te nemen om de bacterie te baas te worden”, vertelt Alida Bremer, hoofd infectiepreventie bij Treant Zorggroep. Wat houden die maatregelen in?
Treant Zorggroep bestaat uit zeventien centra voor wonen en zorg en drie ziekenhuislocaties: Refaja, Bethesda en Scheper. De afdeling Infectiepreventie werkt voor alle locaties. “In mei en augustus ontdekten we MRSA op locatie Scheper ontdekt. In oktober constateerden we ook MRSA-besmettingen bij verpleeg- en verzorgingshuis De Horst. En een maand later stak MRSA ook bij woonwijkcentrum Holdert de kop op”, vertelt Erwin Verkade, arts-microbioloog bij Treant Zorggroep.
Samen met de deskundigen infectiepreventie zorgt hij ervoor dat het infectiepreventiebeleid wordt gehanteerd. “Het ging bij de laatste uitbraak om een sterk epidemiologische stam die we alleen de baas kunnen worden door ons 100% aan de infectiepreventiemaatregelen te houden”, vult Alida Bremer, hoofd infectiepreventie bij Treant Zorggroep, aan. > LEES OOK: Dit gaat de Gezondheidsraad doen in 2018

Hoe komt MRSA in het ziekenhuis?

Verkade: “In Nederland hanteren we het search & destroy-beleid. We gaan dan actief op zoek naar opgenomen patiënten die MRSA-drager kunnen zijn. Denk aan mensen die opgenomen zijn geweest in een buitenlands ziekenhuis of mensen die wonen of werken in de veehouderij. Ziekenhuizen in het buitenland hanteren namelijk minder streng beleid op MRSA, antibiotica en infectiepreventiemaatregelen.

In Nederland hanteren we bij MRSA het search & destroy-beleid

Dieren in de veehouderij zijn vaak drager van de bacterie. Van deze groepen patiënten nemen wij kweken van de keel, neus en het perineum (de bilnaad). Wanneer iemand MRSA-positief is, komt de patiënt in isolatie terecht, proberen we de bacterie te behandelen en onderzoeken we via een contactlijst of meerdere patiënten en/of medewerkers besmet zijn geraakt. Maar het kan ook dat een bewoner uit een verpleeghuis opgenomen wordt met MRSA, een medewerker elders de bacterie heeft opgelopen of een patiënt via een andere patiënt wordt besmet.”

Zijn MRSA-besmette mensen ziek?

Bremer: “Gezonde mensen dragen vaak MRSA zonder ziek te zijn. Maar ouderen en mensen met een lagere weerstand lopen een groter risico op een infectie. Op locatie Scheper hadden twee afzonderlijke patiënten een moeilijk te genezen wond. Uit de screening bleek dat zij een infectie hadden met de bacterie. Tegelijkertijd waren er ook medewerkers die de bacterie droegen zonder ziek te zijn. Om de kans op overdracht te verkleinen, zijn die medewerkers uit het zorgproces gehaald en konden zij thuis werkzaamheden doen. Ondertussen kregen zij een behandeling bij de infectioloog. De patiënten zijn in isolatie geplaatst.”

MRSA2

Waar komt de bacterie vandaan?

Verkade: “Onze bevindingen worden opgestuurd naar het RIVM. Zij onderzoeken waar de specifieke stam eerder is aangetroffen, waardoor we de bron mogelijk kunnen achterhalen. Verder is het vaak een ‘kip en ei-verhaal’: welke patiënt heeft welke patiënt of medewerker aangestoken? Of was het andersom?

Bremer: “De geschiedenis van de stam is belangrijk, omdat het iets zegt over hoe epidemisch de stam is. Wanneer de stam zich snel verspreidt, moet iedereen zich goed realiseren dat we meer dan 100 procent inzet nodig hebben om de bacterie te baas te worden. Je kunt die mate van verspreiding namelijk altijd terugbrengen tot drie factoren: stam, handhygiëne en schoonmaak. Als de laatste twee goed op orde zijn, is er minder kans op verspreiding.”

Als handhygiëne en schoonmaak goed op orde zijn, is er minder kans op verspreiding

Wat houden die infectiepreventiemaatregelen in?

Bremer: “De meeste besmettingen gaan via de handen. Daarom is het van groot belang dat medewerkers tussen de medische handelingen altijd de juiste handhygiëne toepassen. Maar dat gaat niet altijd goed. Omdat zij niet de juiste techniek hanteren of omdat ze denken dat ‘die ene keer de handen niet wassen geen probleem is’. Daarom vinden wij het belangrijk dat iedereen goed op de hoogte is van waarom handhygiëne belangrijk is en hoe je dit goed toepast.

Ook hanteren wij het protocol persoonlijke hygiëne. Hierin staat bijvoorbeeld dat medewerkers geen handsieraden dragen, korte mouwen hebben en hun haar vastzetten. Overigens gaat dit kledingvoorschrift pas in werking als medewerkers een witte jas dragen. Dit laat namelijk zien dat zij patiëntencontact hebben.”

> LEES OOK: Een hopeloze strijd?

Verkade: “In de omgeving moeten alle wasbare materialen op zestig graden te wassen zijn en alle andere materialen gedesinfecteerd kunnen worden. De isolatieruimte heeft ook een sluis. Die moet volledig afsluitbaar te zijn en binnen dient de ruimte onderdruk te hebben. Dit laatste is belangrijk omdat besmette lucht zo nooit naar buiten kan gaan. Medewerkers die de isolatie betreden, dragen een haarnetje, mondkapje, schort en handschoenen.

Bezoek en familieleden mogen wel in hun gewone kleding naar binnen. Zij komen immers thuis ook op deze manier in aanraking met de patiënt. Wel moeten zij het ziekenhuis na bezoek direct verlaten. Daarnaast is er altijd een dagvoorraad verpleegkundig materiaal aanwezig. Niet méér, omdat we anders alles weg moeten gooien nadat de patiënt weg is. En dat is zonde.”

Leveren deze maatregelen ook onder de streep wat op?

Verkade: “Het is kosteneffectief. Uiteraard kost het geld om dit beleid te handhaven, maar een MRSA-uitbraak kost nog veel meer. We willen immers voorkomen dat we in Nederland ongevoelig worden voor de meest gebruikelijke antibiotica. Om de bacterie te verwijderen, krijgen patiënten meestal twee soorten antibiotica, plus neuszalf en desinfecterende zeep. Dit geeft bijwerkingen, wat weer negatieve gevolgen heeft voor het ziekteproces. Verder zijn de kosten voor isolatie en het bijbehorende weggegooide verpleegkundig materiaal hoog. In Nederland hebben we het goed op orde. In Duitsland, België en Zuid-Europa zitten veel resistente bacteriën. Je kunt dit beleid vergelijken met de dijken in ons land. Het water om ons heen wordt hoger, om te voorkomen dat Nederland overstroomt houden we vast aan dit beleid.”

Uiteraard kost infectiepreventie geld, maar een MRSA-uitbraak kost nog veel meer

Zegt zo’n uitbraak iets over de infectiepreventie in een ziekenhuis of verpleeghuis?

Bremer: “Dat vind ik lastig om te beantwoorden, omdat ieder ziekenhuis te maken heeft met uitbraken. Het ligt er ook aan met welke patiëntencategorie het ziekenhuis te maken heeft. Als er veel mestveehouders in de omgeving wonen, is de kans groter op MRSA gerelateerd aan mestvee. In ons verzorgingsgebied wonen relatief veel mensen met een lagere weerstand door obesitas en diabetes. Je kunt dus niet één schuldige aanwijzen.”

Waar in het ziekenhuis kan de infectiepreventie nog beter?

Bremer: “Het is belangrijk dat onze afdeling betrokken wordt bij bijvoorbeeld (ver)bouw van afdelingen. De belangen tussen de disciplines Facilitair, Vastgoed en onze afdeling zijn verschillend, maar allemaal hebben we ons aan de WIP-richtlijnen te houden. Facilitair wil bijvoorbeeld minder, maar grotere sanitaire voorzieningen vanuit gastvrijheidsoogpunt. Wij willen het liefst voor iedere patiënt eigen sanitair om infectieverspreiding te verkleinen. Het één hoeft het ander niet te bijten. Rekening houden met infectiepreventie is niet duurder. Het gaat erom dat ruimtes schoon zijn, gedesinfecteerd kunnen worden en dat er voldoende ruimte is tussen bedden. Op zich is specifieke kennis over de richtlijnen of maatregelen niet nodig, maar iedereen moet wel weten waar de kennis te vinden is.”

Auteur | Klarinda de Rijke

Reageer op dit artikel