artikel

Lessen in veiligheid voor Brzo-bedrijven

Veilig werken

Odfjell Terminal Rotterdam is op de goede weg. Het borgen van de veiligheid en het Brzo-toezichtstelsel zijn wel nog voor verbetering vatbaar. Deze conclusies trekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid na het in 2016 gehouden vervolgonderzoek ‘Veiligheid Brzo-bedrijven: de lessen na Odfjell’.

Lessen in veiligheid voor Brzo-bedrijven

Professor mr. dr. Erwin Muller, vice-voorzitter van de Onderzoeksraad: “De casus Odfjell was een wake-upcall voor de industrie én de overheid.”
Muller stelt: “Nederland telt circa vierhonderd bedrijven die vallen onder het regime van het Besluit risico’s zware ongevallen. Dit zijn de vierhonderd gevaarlijkste bedrijven van Nederland. Daarom hebben we als Raad speciale aandacht voor deze bedrijfscategorie. Want als het veiligheidsstelsel bij zo’n bedrijf faalt, kunnen de gevolgen voor de omgeving enorm zijn.”

Werkelijk alle aspecten van het interne veiligheidsbeleid faalden

Dat het bij Odfjell in de Rotterdamse Botlek niet tot een daadwerkelijke ramp kwam, mag een klein wonder heten. Want bij de tankterminal faalden werkelijk alle aspecten van het interne veiligheidsbeleid. Opslagtanks, drijvende tankdaken en technische veiligheidsvoorzieningen als overdrukventielen en automatische blussystemen, vertoonden jarenlang achterstallig onderhoud. Het bedrijf kon niet aantonen dat kritische veiligheidssystemen bij een incident goed zouden functioneren. Inspecteurs vonden tijdens een onaangekondigde Brzo-inspectie in 2012 dat er hierdoor sprake was van een acuut en onverantwoord veiligheidsrisico. Tussen 2000 en 2012 vonden op het terrein al diverse incidenten plaats, waaronder lekkages. Na de verontrustende bevindingen van de inspecteurs legde Odfjell uiteindelijk onder grote druk van het bevoegd gezag zijn bedrijf stil.

Onderzoek OVV: wat ging er mis en hoe maken we Odfjell veilig?

De Onderzoeksraad voor Veiligheid startte een uitgebreid onderzoek, om vast te stellen waar het mis was gegaan. En vooral ook om vast te stellen wat er moest gebeuren om de terminal weer veilig in bedrijf te kunnen nemen. Daarbij keek de Raad ook naar de rol van de opdrachtgevers en toezichthouders. In het vervolgonderzoek, begin maart 2017 gepubliceerd, heeft de Raad bekeken wat de betrokken partijen met de conclusies en aanbevelingen van het eerste onderzoeksrapport in 2013 hebben gedaan.

Reinier de Wit, projectleider van het onderzoek ‘De lessen na Odfjell’, vat samen wat de grootste knelpunten waren waarmee het bedrijf aan de slag moest. “Een groot deel van het tankpark moest technisch worden gereviseerd en veiligheids- en blussystemen vernieuwd. De achterliggende oorzaak van de technische gebreken was echter de falende veiligheidsorganisatie binnen het bedrijf. Veiligheid was bij het management van Odfjell in alle opzichten een blinde vlek.

Veiligheid bij het management van Odfjell was in alle opzichten een blinde vlek

De aandacht was gericht op het behalen van de commerciële doelstellingen, veiligheid kwam structureel op het tweede plan. Er was geen goed functionerend veiligheidsmanagementsysteem, het onderhoud werd slecht geregistreerd en het interne veiligheidstoezicht was ver onder de maat. In het management was er geen gevoel van urgentie om die problemen aan te pakken. Er ontbrak een veiligheidscultuur die geworteld is in alle lagen van de organisatie en gericht is op proactieve risicobeheersing.

Onderlinge afhankelijkheid van bedrijven in Brzo-keten groot

De geconstateerde veiligheidsproblemen bij Odfjell en de daarop volgende stillegging, hadden grote impact. Niet alleen op het bedrijf zelf, maar ook op de klanten en de toezichthouders van Odfjell en op de totale Brzo-sector. Muller: “Odfjell Terminal Rotterdam slaat olie- en petrochemische producten op in opdracht van petrochemische bedrijven in de Rotterdamse haven. Ook die bedrijven werden getroffen door de stillegging. Een groot deel van het tankpark is tot op de dag van vandaag buiten gebruik. Die effecten laten zien hoe groot de onderlinge afhankelijkheid is van bedrijven in de chemieketen. En ook hoe een veiligheidsprobleem bij één bedrijf de continuïteit van de hele keten kan beïnvloeden.”

> LEES OOK: Omgevingsveiligheid Brzo-sector moet beter

De Onderzoeksraad pleitte in zijn eerste rapport dan ook voor een sterkere ketenverantwoordelijkheid voor veiligheid. Bedrijven die van elkaar afhankelijk zijn, moeten elkaar scherp houden op het naleven van wet- en regelgeving en op het goed functioneren van hun veiligheidsbeleid. De Raad stelt vast dat opdrachtgevers via contractafspraken veel invloed kunnen uitoefenen op de veiligheidsprestaties van hun toeleveranciers, maar dat zij hierin uit vrees voor medeaansprakelijkheid nog erg terughoudend zijn.

Bedrijven die van elkaar afhankelijk zijn, moeten elkaar scherp houden op goed veiligheidsbeleid

Ook het Havenbedrijf Rotterdam, als eigenaar van de grond waarop de bedrijven hun activiteiten ontplooien, zou volgens de Raad een grotere rol kunnen spelen bij de handhaving van het veiligheidsniveau bij de in het gebied gevestigde bedrijven. Het Havenbedrijf heeft belang bij een veilige vestigingsomgeving voor bedrijven, maar draagt als terreinbeheerder ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de externe veiligheid en de bescherming van burgers in de havenregio.

Er is veel verbeterd bij Odfjell en dat heeft het bedrijf veel geld gekost

Het vervolgonderzoek van de Onderzoeksraad laat zien dat er bij Odfjell Terminal Rotterdam drie jaar na de stillegging veel is verbeterd. Daarvoor moest Odfjell wel diep in de buidel tasten. In de afgelopen drie jaar is al 100 miljoen euro geïnvesteerd in het technisch up-to-date brengen van de opslagtanks en de veiligheids-, blus- en koelsystemen. Die vernieuwingsoperatie is nog in volle gang en de komende jaren zal naar verwachting nog eens een investering van 100 miljoen euro nodig zijn. “Odfjell Terminal Rotterdam heeft bij deze vernieuwingsoperatie heel veel financiële steun gehad van het Noorse moederbedrijf”, aldus onderzoeksleider De Wit. “De terminal was zonder deze financiële hulp de problemen waarschijnlijk niet te boven gekomen.”

Nieuw personeel moet veiligheidscultuur verankeren in organisatie

Odfjell Terminal Rotterdam heeft ook een stevig reorganisatieproces doorgemaakt. In twee rondes is het personeelsbestand teruggebracht van 350 naar 150 man, waarbij in het hogere en middenmanagement veel functionarissen zijn vervangen. De Wit: “Er zijn veel nieuwe mensen ingestroomd die anders denken over veiligheid. Zij moeten er nu voor zorgen dat de zo belangrijke veiligheidscultuur, die voorheen ontbrak, in alle lagen van de organisatie wordt verankerd.

Veiligheidscultuur berust vooral op menselijke factoren, op een gedeeld risicobesef en verantwoordelijkheidsgevoel binnen het bedrijf. Mensen moeten elkaar durven en kúnnen aanspreken op zaken die niet goed gaan in het veiligheidsmanagement. Daarvoor is met de doorgevoerde reorganisatie een goede basis gelegd. Maar dit is wel het lastigste deel van het verbetertraject. Een goede veiligheidscultuur, gedragen door het management en geworteld tot in de haarvaten van de onderneming, bereik je niet in drie jaar.”

Veiligheidscultuur berust vooral op menselijke factoren, op een gedeeld risicobesef

Leereffect Odfjell: strenger intern toezichtbeleid petrochemie-branche

Volgens de Onderzoeksraad is het voor de betrokken overheidsinspecties zaak ook de komende jaren scherp te blijven op de verdere ontwikkelingen bij Odfjell. Zeker nu het bedrijf op de drempel naar een nieuwe fase staat. De afgelopen jaren was alle energie gericht op het uitvoeren van de lange lijst technische en organisatorische verbeterpunten, voorwaarden om delen van het tankpark weer in gebruik te kunnen nemen. Nu wil het bedrijf zich sterker gaan richten op herstel van zijn positie in de tankopslagbranche. Dat vraagt om een nieuwe balans tussen commerciële en veiligheidsdoelen. Daarmee mag het veiligheidsbelang niet opnieuw ondergeschikt worden gemaakt aan de zakelijke belangen.

Ook op het punt van de bepleite ketenverantwoordelijkheid stelt Muller vast dat de situatie is verbeterd: “Wij merken dat de productafnemers in hun rol als opdrachtgevers van Odfjell Terminal Rotterdam de lat hoger hebben gelegd en via visitaties en audits strenger toezien op naleving van de regelgeving bij de terminal. Ook in bredere zin zien we dat leereffect van de ‘casus Odfjell’ in de petrochemie-branche, in de vorm van een strenger intern toezichtbeleid bij bedrijven. Maar er zijn ook nog zorgen. Na gesprekken met brancheorganisaties in de petrochemie en de tankopslagsector is ons duidelijk geworden dat een deel van de hoogrisicobedrijven nog geen proactief veiligheidsbeleid voert vanuit een eigen veiligheidsvisie. Genoeg reden dus om vanuit de overheidsinspecties de branche goed te blijven monitoren.”

Fikse versnippering overheidstoezicht op de risico-industrie

Een belangrijke les van de casus Odfjell voor de overheid is dat het overheidstoezicht op de risico-industrie in Nederland ingewikkeld is geregeld. Met een versnipperde organisatie, waarbij aspecten van arbeidsveiligheid, milieu en externe veiligheid in aparte wetten en bij aparte inspectiediensten zijn ondergebracht. Muller somt op: “We hebben de Inspectie SZW voor het toezicht op arbeidsveiligheid, omgevingsdiensten voor het milieutoezicht, en de veiligheidsregio’s met hun advies- en inspectietaken voor Brzo en externe veiligheid. Die versnippering stelt hoge eisen aan de samenwerking tussen de inspectiepartners. Daar zien we nog verbetermogelijkheden.

Inmiddels treden inspecties op als één samenwerkende overheid

Het is verheugend om te constateren dat de inspecties in de uitvoering al steeds meer samenwerken en de intentie hebben om als één samenwerkende overheid op te treden. Het BRZO+, een samenwerkings- en afstemmingsplatform van de veiligheidsregio’s, de inspectie SZW, de omgevingsdiensten en het Openbaar Ministerie, is in onze ogen een goede ontwikkeling. Maar de samenwerking is nog te vrijblijvend. Waar het aan ontbreekt is een centrale regisseur met doorzettingsmacht. Die moet knopen kunnen doorhakken als er bij inspecties dilemma’s zijn waar de betrokken inspectiediensten onderling niet uitkomen, zoals tegenstrijdige opvattingen over handhaving.

Waar het aan ontbreekt is een centrale regisseur met doorzettingsmacht

Let wel: de Raad pleit niet voor samenvoeging van alle inspectiediensten in één overheidsinspectie. Maar wel voor een persoon of organisatie met gezag, die de diensten beter verbindt onder centrale regie. Een ander zorgpunt is dat de inspectie SZW soms niet deelneemt aan gezamenlijke Brzo-inspecties door capaciteitsgebrek. Daardoor blijft het onderwerp arbeidsveiligheid bij een deel van de inspecties onderbelicht. Dat is jammer, want bij de Inspectie SZW werken zeer ervaren inspecteurs met heel veel kennis, die een grote toegevoegde waarde hebben in het Brzo-toezicht.”

Rob Jastrzebski | freelance journalist in de sector veiligheid en crisisbeheersing

Reageer op dit artikel