artikel

Wie is aansprakelijk voor een onveilige machine?

Veilig werken

Bij ongevallen met machines komen nog te vaak ledematen van werknemers in draaiende (onder)delen van machines. Met alle dramatische gevolgen van dien.

Wie is aansprakelijk voor een onveilige machine?

Uit de rechtspraak blijkt regelmatig dat de oorzaken liggen in gebrekkige voorlichting, het niet volgen van de juiste procedures of gebrekkig toezicht. In al deze gevallen wordt de werkgever aangesproken.

Machineveiligheid is een ruim begrip

Machineveiligheid is een ruim begrip. Dat geldt eigenlijk al voor het begrip ‘machine’ zelf. De Arbowet geeft geen definitie. Het woord komt één maal voor: de definitie van arbeidsmiddelen vermeldt dat het gaat om alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, installaties, apparaten en gereedschappen (Arbowet art. 1, derde lid onder h).

Van Dale helpt ons iets verder en omschrijft een machine (of machientje) als “ieder uit delen bestaand toestel dat een zekere werking of functie kan verrichten”. Maar ook als “complex werktuig waarmee handelingen verricht en voorwerpen vervaardigd kunnen worden”. Van Dale geeft nog een groot aantal voorbeelden van specifieke machines – de stoommachine, de pastamachine, enzovoorts. Treffend is de verwijzing in overdrachtelijke zin naar de helse machine. De veiligheidskundigen onder ons kunnen zich daar denk ik wel in vinden …

Want zeker als een machine niet goed is beveiligd, kunnen de gevolgen ernstig zijn. In het geval van een slecht functionerende kaasinpakmachine pakte een bedrijf een ontwerpfout structureel aan. We mogen hopen dat het dit heeft gedaan voordat er ongevallen waren gebeurd. Vaak trachten werknemers vastlopende (inpak)machines omwille van de tijd al draaiend weer aan de gang te krijgen.

Zeker als een machine niet goed is beveiligd, kunnen de gevolgen ernstig zijn

Casus inpakmachine groentebakjes

Dat deed ook de uitzendkracht die werkte aan een machine die met groente gevulde plastic bakjes afdekte met cellofaanfolie. Als de machine na het plaatsen van een nieuwe rol folie vastloopt, probeert de uitzendkracht met zijn hand het vastgelopen bakje te verwijderen. Hij zet de machine niet eerst stil. De stopknop zit verderop. Bovendien weet hij uit ervaring dat de machine na het opstarten vaak weer vastloopt. Als het bakje is weggehaald, gaat de machine meteen weer lopen. De messen snijden niet alleen het folie, maar ook een stuk van de wijs- en middelvinger van de medewerker af.

De uitzendkracht spreekt voor zijn schade zowel het uitzendbureau als het inlenende bedrijf aan. De kantonrechter stelt vast dat de machine is gaan draaien terwijl gevaarlijke openingen niet waren afgeschermd. Het bedrijf had zich moeten realiseren dat bij een storing als deze, die ook nog regelmatig optrad, een werknemer geneigd is de opstopping te verhelpen zonder eerst de machine stil te zetten. Er was geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Omdat die dagelijks met de machine werkte, had het bedrijf rekening moeten houden met eventuele onvoorzichtigheid van de werknemer.

(Kantonrechter Amsterdam, 2 november 2007, JAR 2008, 42)

‘Lagere’ rechters maken gebruik van visie Hoge Raad

Met deze laatste opmerking verwees de rechtbank naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Uit deze verwijzing blijkt eens te meer dat de ‘lagere’ rechters gebruikmaken van eerder gedane uitspraken door ons hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad.

In die zaak was een werknemer vergeten de wielen van een rolsteiger vast te zetten, met een ernstig ongeval als gevolg. De werkgever beriep zich op eigen schuld van de werknemer. De Raad oordeelde anders en sprak uit dat bij de beoordeling van maatregelen die normaliter door de betrokken werknemers worden genomen (maar in dit geval waren nagelaten), een even hoog niveau van veiligheid wordt bereikt als met het voorgeschreven remsysteem. In zulke gevallen moet een bedrijf ook rekening houden met eventuele vergeetachtigheid van de werknemers en met het ervaringsfeit dat zij bij de dagelijkse omgang met werktuigen niet altijd de benodigde voorzichtigheid in acht zullen nemen om ongevallen te voorkomen.

(HR 22 maart 1991, NJ 1991, 420 (Roeffen/Thijssen)

Casus inpakmachine vleeswaren

In de zaak van de plastic groentebakjes verwees de kantonrechter ook naar een andere uitspraak van de Hoge Raad over de (on)veiligheid van een inpakmachine.

Daarbij ging het om het inpakken van vleeswaren met folie. Een werknemer raakt met zijn hand bekneld en verliest drie vingertopjes. De machine was voorzien van waarschuwingsstickers en een noodknop. De rechtbank had de werkgever vrijgesproken, omdat die niet had kunnen voorzien dat de werknemer op die plaats met zijn hand tussen de machine kon komen. Dat op de machine na het ongeval wel een extra veiligheidsstrip was aangebracht, maakte dat volgens de rechtbank niet anders.

Dit vindt geen genade in de ogen van de Hoge Raad. Die stelt dat de aansprakelijkheid van een werkgever op grond van art. 7:658 BW weliswaar geen absolute waarborg schept voor de bescherming tegen gevaar, maar de werkgever er wel toe verplicht die maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt bij de uitoefening van zijn werk. Bij een gevaarlijke machine is het niet altijd voldoende om te waarschuwen voor gevaren bij de bediening door mondelinge of schriftelijke instructies en het aanbrengen van waarschuwingsstickers. Als effectievere maatregelen om een ongeval te voorkomen mogelijk zijn, moet worden onderzocht waarom dit niet eerder is gedaan.

(HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3313 (Baijer/Wijnen)

Bij overtreding van de arbowetgeving kan een bedrijf een boete krijgen van de I-SZW

De vorige zaken gingen over werknemers die slachtoffer worden van een ongeval bij werken met machines en hun schade in een civiele procedure claimden bij de (inlenend) werkgever. Bij een dergelijk arbeidsongeval staat, zeker als sprake is van ziekenhuisopname, de Inspectie SZW al snel op de stoep. Als sprake is van overtreding van de arbowetgeving kan het bedrijf een boete krijgen van de minister van SZW. De boetebedragen zijn niet gering, zie de tarieven in de bijlage van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

> LEES OOK: Dit zijn de boetes bij de nieuwe Arbowet

Casus volautomatische potmachine

Dat overkwam de eigenaar van een kwekerij met enkele werknemers. Er staat een potmachine die volautomatisch potjes met potgrond via een ketting transporteert naar een plek waar werknemers stekjes in die potjes zetten. Als een werkneemster een kapot potje onder in de machine ziet, grijpt zij zonder na te denken naar het potje. Haar hand raakt bekneld tussen de transportketting en het geleidewiel, met ziekenhuisopname tot gevolg. Er volgt een boete voor overtreding van art. 7.7 Arbobesluit, omdat het gevaar bekneld te raken niet zoveel mogelijk is voorkomen.

De werkgever bestrijdt de boete: na onderhoud, uitbesteed aan een professionele organisatie, had de monteur een afdekplaat niet goed teruggelegd. Het bezwaar is vergeefs. In hoogste beroep oordeelt de Raad van State dat de werkgever in beginsel ook verantwoordelijk is jegens zijn werknemers voor fouten van door hem ingeschakelde derden. Volgens de gebruiksaanwijzing moest de afdekplaat na het afstellen van de ketting weer goed op zijn plaats worden gezet om beknelling te voorkomen. Van de werkgever mocht worden verwacht dat hij dit na een onderhoudsbeurt zou (laten) controleren en dat had hij nagelaten.

Voor een overtreding van artikel 7.7, eerste lid Arbobesluit geeft de Beleidsregel een normbedrag van 9.000 euro. Dat bedrag geldt voor een bedrijf met 500 of meer werknemers. De kwekerij had minder dan tien werknemers en dan geldt een boetebedrag van 10 procent van het normbedrag. Omdat sprake was van ziekenhuisopname wordt de boete met een factor vier vermenigvuldigd en komt uit op 5.400 euro. Dat is voor een kleine onderneming nog steeds een fors bedrag.

Drie wegen: civielrechtelijk, bestuursrechtelijk en strafrechtelijk

Dus: naast civielrechtelijk afhandeling – de claim van de werknemer – is ook vaak sprake van bestuursrechtelijke afdoening als gevolg van een ongeval met een niet goed beveiligde machine. Er staat ook nog een derde weg open: de strafrechtelijke route. Die wordt gevolgd bij ernstige zaken, bijvoorbeeld bij ongevallen met dodelijke afloop (zie de Aanwijzing handhaving Arbeidsomstandighedenwet. Daarbij speelt artikel 32 Arbowet een belangrijke rol: het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met de arbowetgeving als hij wist of redelijkerwijs kon weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers te verwachten is.

De strafrechtelijke route wordt gevolgd bij bijvoorbeeld ongevallen met dodelijke afloop

Casus ontstapelaar kippenslachterij

Een 19-jarige Poolse man is via een uitzendbureau door een schoonmaakbedrijf ingehuurd voor schoonmaakwerkzaamheden van een ontstapelaar bij een kippenslachterij. Die machine ontstapelt stapels kratten met levende kippen. Volgens het Nederlandse veiligheidsreglement mag reiniging alleen gebeuren bij stilstand van de apparatuur. De Poolse man, die het Nederlands niet beheerst, heeft dit reglement voor gezien en akkoord ondertekend. Bij het schoonmaken is de machine niet afgezet en een kledingstuk van de man raakt erin verstrikt. Hij raakt bekneld en overlijdt aan zijn verwondingen.

Het Openbaar Ministerie vervolgt het schoonmaakbedrijf omdat de machine niet was uitgeschakeld (art. 7.5, lid 2 Arbobesluit), terwijl het schoonmaakbedrijf als werkgever wist – of redelijkerwijs kon weten – dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van de werknemer was te verwachten (art. 32 Arbowet). Het schoonmaakbedrijf was op grond van art. 1 Arbowet als werkgever verplicht te zorgen voor een zo veilig mogelijke uitvoering van het werk. Doeltreffende maatregelen waren echter nagelaten, de veiligheidsinstructies waren niet goed bekend gemaakt en op de uitvoering hield het bedrijf onvoldoende toezicht. De eis van het OM wordt gevolgd, waarbij de helft van de boete van 10.000 euro voorwaardelijk is met een proeftijd van 2 jaar.

(ECLI:NL:RBGEL:2016:7014)

Bij het werken met machines en andere arbeidsmiddelen is goede voorlichting en instructie zonder meer noodzakelijk. Daarbij is het zaak ook aandacht te besteden aan de instructies van de fabrikant. De instructies moeten worden gegeven in de taal die voor de werknemer begrijpelijk is en regelmatig worden herhaald. Wees vooral ook bedacht op de risico’s tijdens onderhoud en schoonmaak van de machines.

Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> Tip: DOWNLOAD de gratis Top 5 Arbojurisprudentie die u moet kennen

> Tip: bijblijven met jurisprudentie en de Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag.

Reageer op dit artikel