artikel

Boete valgevaar terecht ongedaan gemaakt?

Veilig werken

Bij het openen van een zeecontainer verwondt een vallende lading autobanden een werknemer. De aan de werkgever opgelegde boete maakt de rechtbank in beroep ongedaan: de werkgever heeft valgevaar voldoende beperkt. De minister gaat in hoger beroep. Krijgt hij gelijk?

Boete valgevaar terecht ongedaan gemaakt?

In mei 2014 opent een ingeleende werknemer de deur van een zeecontainer die op een aanhanger staat. De container is gevuld met autobanden. Hierbij valt een autoband van een stapel. Bij het oprapen van de gevallen band valt een deel van een stapel autobanden in de deuropening van de container om. De werknemer wordt geraakt en loopt een gebroken heup op. Omdat het gevaar te worden getroffen door voorwerpen niet is voorkomen of beperkt (art. 3.17 Arbobesluit), legt de minister van SZW de inlenende werkgever een boete op van 21.600 euro. Bezwaar is vergeefs, maar beroep bij de rechtbank slaagt.

> LEES OOK: Boete aan banden

Minister en werkgever: meningsverschil over beperking valgevaar

De minister gaat in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt daarin als volgt. Het gaat om de vraag of de werkgever het gevaar te worden geraakt door uit de container vallende lading zoveel mogelijk heeft beperkt. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit het geval was. Minister en werkgever denken hier dus verschillend over.

Rechtbank: werknemers bekend met gevaar van vallende lading

De rechtbank is ervan uitgegaan dat de werknemers bekend zijn met het gevaar van uit containers vallende lading. Dit gezien de aard van hun werkzaamheden en hun opleiding. De Afdeling vindt dit geen onjuist standpunt, gelet op wat de minister heeft aangevoerd. De werkzaamheden van de chauffeurs bestaan uit het transporteren van containers met auto- en truckbanden over het bedrijfsterrein. Daarbij openen zij de deuren van de containers meerdere keren per dag.

> LEES OOK: Bedolven onder het werk … zorgplicht?

Maatregelen en scholing om risico vallende lading te beperken

De werkgever heeft verklaard dat de containerdeuren openen maar op één manier kan: door met de deur mee te lopen. Daarnaast is met leveranciers afgesproken dat zij de banden in kettingslag aanleveren. Dit beperkt het risico op vallende lading. De chauffeurs hebben allen de nascholingscursus Code 95 gevolgd. Onderdeel van die cursus is laden, lossen en zekeren van lading. Uit overgelegde documenten blijkt dat daarbij ook de gevaren van onjuist gezekerde lading aan bod komen. Verder krijgt iedere nieuwe chauffeur ook nog een interne opleiding, waarbij hij met een ervaren chauffeur meerijdt.

> LEES OOK: Eenvoudig werk, toch instructieplicht

Afdeling bestuursrechtspraak: boete terecht ongedaan gemaakt

Gezien deze omstandigheden ziet de Afdeling geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank voor onjuist te houden. Dat na het ongeval wel instructies over het openen van containerdeuren zijn gegeven, leidt niet tot een ander oordeel. Instructie en toezicht zijn voldoende geweest. Conclusie: de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de werkgever voldoende inspanningen heeft verricht. Die heeft het gevaar zoveel mogelijk beperkt dat uit een container vallende lading iemand zou raken. Het hoger beroep is ongegrond. De proceskosten komen voor rekening van de minister.

Bron: Raad van State, 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:663
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: DOWNLOAD de whitepaper Top 5 arbojurisprudentie

Reageer op dit artikel