artikel

Hoezo genoeg gedaan tegen valgevaar?

Veilig werken

Valgevaar bij werken op hoogte. Collectieve voorzieningen waren mogelijk, zegt een deskundige. Nietwaar, zegt een andere deskundige. Een boete, een boetematiging, een bezwaar en een beroep later doet de Afdeling bestuursrechtspraak een definitieve uitspraak. Is de boete na matiging evenredig?

Hoezo genoeg gedaan tegen valgevaar?

In mei 2014 krijgt een arbeidsinspecteur een melding van een gevaarlijke arbeidssituatie in Dronryp. Er is iemand op grote hoogte bezig met het afbreken van een systeemsteiger, geplaatst bij de plaatselijke kerktoren. Hij zou zonder beschermingsmaatregelen op 15 meter hoogte werken.

Foto’s tonen een persoon die blootstaat aan valgevaar

Later die dag ontvangt de inspecteur foto’s. Hij ziet daarop een persoon die blootstaat aan valgevaar bij het afbreken van een systeemsteiger. De persoon in kwestie draagt geen valharnas en is niet aangelijnd. Ook andere voorzieningen ontbreken. Na bezoek aan de locatie en hoor van de werknemer volgt een boete van 21.600 euro wegens overtreding van art. 3.16 Arbobesluit. De werkgever maakt vergeefs bezwaar.

> LEES OOK: Valgevaar bij werken op hoogte met stip op 1

Boetematiging levert (g)een evenredige sanctie op

In beroep benoemt de rechtbank een deskundige voor nader onderzoek. Die is van oordeel dat er collectieve voorzieningen mogelijk waren bij het afbreken. Niettemin was de werkgever zich bewust van de risico’s. Hij had voldoende instructie gegeven, gericht op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Er volgt een boetematiging met 25 procent, tot 16.200 euro. De rechtbank vindt dit een evenredige sanctie. Maar de werkgever niet.

Een steiger is een vorm van collectieve valbescherming en valt in stap drie van de arbeidshygiënische strategie.

De werkgever voert drie bezwaren aan tegen de sanctie

Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voert de werkgever drie bezwaren aan.

1. De benoemde deskundige is partijdig

De door de rechtbank benoemde deskundige zou partijdig zijn, omdat hij enkele jaren bij de Arbeidsinspectie heeft gewerkt. Maar volgens de Afdeling is de man als sinds mei 2000 als onafhankelijk bouwadviseur werkzaam. Verder heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de totstandkoming van het deskundigenrapport geen aanleiding geeft voor twijfel aan de onpartijdigheid van de deskundige.

2. Collectieve middelen waren niet mogelijk

Toepassing van collectieve middelen was destijds niet mogelijk gezien de complexe constructie, stelt de werkgever. De afdeling stelt vast dat er een geschil is over of zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid Arbobesluit. Collectieve voorzieningen aanbrengen in de vorm van voorloopleuningen zou grotere gevaren met zich meebrengen dan het werk uitvoeren zonder deze beveiliging, aldus de werkgever. Die heeft daartoe een risico-inschatting door een hoger veiligheidskundige overlegd. De daarin gebruikte formule is niet nader gemotiveerd.

> LEES OOK: Geen geklooi met steigers

De gecertificeerde HVK’er van de inspectie heeft op de zitting bevestigd dat onderbouwing van de gekozen waarden ontbreekt. Dit maakt de beoordeling volgens hem subjectief. Ook zouden enkele gevolgen te laag zijn ingeschat. Bovendien past de beoordelingsmethodiek niet goed bij de situatie in deze zaak. Daarmee heeft de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat de rapporten van de deskundige zo gebrekkig waren dat de rechtbank die terzijde had moeten leggen.

3. Boete niet afgestemd op aantal werknemers

Ten slotte betoogt de werkgever dat de boete niet was afgestemd op het aantal werknemers. Totaal gaat het om 130 werknemers, maar bij de steigerbouw werken slechts 20 man. Maar de Afdeling vindt dat de boete mag worden opgelegd op grond van het totale aantal werknemers. Het bedrijf geniet immers niet alleen omzet uit de steigerbouw, maar ook uit zijn andere activiteiten.

> LEES OOK: Gewerkte uren van belang voor bedrijfsomvang

Daarop verwerpt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van de werkgever.

 

Bron: Raad van State, 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1222
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

Reageer op dit artikel