blog

Daadkracht?

Veilig werken

We kregen, geruime tijd na de verkiezingen van 15 maart 2017 en na veel praten en onderhandelen over een regeerakkoord, ten langen leste eindelijk een nieuwe regering.

Daadkracht?

Dat gebeurde om precies te zijn 225 dagen na de stembusgang, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. En het mag gezegd worden: de ploeg is direct ferm van start gegaan.
Het kan aan mij liggen, maar de meeste ministers en staatssecretarissen (we hebben bij elkaar 24 bewindspersonen, een record) ken ik nog niet van naam. Dat geldt niet voor de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid, het ministerie dat daarvoor werd aangeduid als Veiligheid en Justitie en daar weer voor gewoon het ministerie van Justitie heette. De hoogste baas is daar sinds 26 oktober 2017 de heer Grapperhaus.

Wijziging van het besluit Veiligheidsregio’s

Onder zijn bewind publiceerde het ministerie op 30 november 2017 in het Staatsblad een wijziging van het besluit Veiligheidsregio’s. Met als belangrijkste wijziging dat de regio’s niet langer verplicht zijn om elke drie jaar een oefening te houden om te toetsen of de rampenbestrijdingsplannen nog voldoen.

Zoals bekend moeten die veiligheidsregio’s rampenbestrijdingsplannen opstellen voor risicovolle bedrijven in hun gebied. Daarin moet beschreven staan welke personen, maatregelen en voorzieningen een rol spelen bij de bestrijding van een calamiteit, en hoe de bevolking wordt geïnformeerd. Tijdens de oefeningen moeten de plannen worden getoetst op ‘juistheid, volledigheid en bruikbaarheid’.

Afschaffing verplichte driejaarlijkse oefening

Volgens de minister was de verplichte driejaarlijkse oefening een ‘stringente interpretatie’ van Europese verplichtingen. Of in gewoon Nederlands: we speelden weer eens het braafste jongetje van de klas. En die tijd ligt natuurlijk ver achter ons: alles in ons land is immers prima geregeld. Op grond van de nieuwe regels in het Besluit veiligheidsregio’s moet ten minste éénmaal per drie jaar het rampbestrijdingsplan opnieuw worden bezien, beproefd en zo nodig bijgewerkt.

Het braafste jongetje van de klas? Die tijd ligt natuurlijk ver achter ons

Uit onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie bleek overigens in 2013 dat het oefenen van die rampenbestrijdingsplannen er nogal eens bij inschiet. Dit zou komen door de grote capaciteitsbelasting, het hoge aantal verplichte oefeningen in verschillende veiligheidsregio’s en het gegeven dat de veiligheidsregio’s ook (niet wettelijk verplichte) oefeningen moeten houden wegens lokale behoeften, wensen en samenwerkingsafspraken.

Oefeningen? Opstelten zei ja, Grapperhaus nee

Merkwaardig is dat de voorganger van Grapperhaus, de heer Opstelten, in 2014 nog het belang van dergelijke oefeningen benadrukte. Hij vond dat er voor de meest risicovolle bedrijven een rampenbestrijdingsplan moet zijn. Een plan dat ook operationeel moest zijn en dat er ook goed geoefend moest worden, zo las ik in de SC-Online van 30 november 2017. Daar werd ook terecht opgemerkt dat na de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk bleek dat ook daar niet geoefend was met het rampenbestrijdingsplan.

Het meest merkwaardige vind ik echter dat er over het gewijzigde besluit geen internetconsultatie is gehouden. Het besluit zou immers – zo zegt de minister in de Nota van Toelichting – geen gevolgen hebben voor burgers, bedrijven en het milieu. En dat lijkt me, gezien Moerdijk en andere recente calamiteiten, een enigszins merkwaardige constatering. We zullen – zo vrees ik – nog veel daadkracht van deze minister beleven.

Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Blijf bij met de ontwikkelingen, kom naar de Arbo Actualiteitendag.

Reageer op dit artikel