nieuws

Kruistocht tegen veiligheidsfabels

Veilig werken

De ondertitel van zijn boek

Kruistocht tegen veiligheidsfabels

says it all: ‘95 stellingen voor een reformatie in veiligheid’. Adviseur arbeidsveiligheid bij het Noorse Politidirektoratet Carsten Busch rekent af met veiligheidsfabels. In Luthers voetsporen tegen misstanden in de ‘religie’ die veiligheidskunde heet.

Veiligheidsfabels 1,2,3 bevat dus 95 veiligheidsfabels die Busch op zijn minst ter discussie wil stellen. “Ik wil geen gelijk krijgen. Stiekem natuurlijk wel, maar ik streef naar weerwoord en kritiek. Veiligheidskundigen zouden wat meer vragen moeten stellen bij hun vak. Veiligheid is niet zwart of wit, maar het is een van de vele tinten grijs.”

Gut feeling en intuïtie leveren zeer bruikbare informatie op

Busch werkte als veiligheidskundige in de offshore, maar vooral in het spoor in Nederland, voordat hij tien jaar geleden naar Noorwegen vertrok om er eerst bij de Noorse spoorwegen te werken en de laatste twee jaar bij de Noorse politie. “Bij NedTrain lieten we de werkvloer en de managers vaak eerst met elkaar in gesprek gaan. De gut feeling van rangeerders leverde daar veelal zeer bruikbare informatie op. Ik ben daar een groot voorstander van. Laat je intuïtie ook meer spreken. Als alle seinen op groen staan, maar je toch het gevoel hebt dat iets in het rood zit, moet je dat serieus nemen.”

Zijn boek is bestemd voor een brede doelgroep van geïnteresseerden, onder wie collega-veiligheidskundigen, maar zeker ook managers, or-leden en leden van VGW-commissies. Het is naar eigen zeggen duidelijk en helder opgeschreven, zonder de wetenschappelijke component te veronachtzamen. Graag discussie dus. Want er zijn nogal wat hardnekkige veiligheidsfabels die op zijn minst eens tegen het licht gehouden kunnen worden.

Staan alle seinen op groen, maar heb je toch het gevoel dat iets in het rood zit? Neem het serieus

Een daarvan is dat veiligheid een soort exacte wetenschap is. Kans maal effect resulteert in zo’n kleine uitkomst dat het risico nihil is. De praktijk is weerbarstiger. “Misschien moet je sommige dingen eerst even aankijken en niet ‘over-analyseren’. Dan ben je lekker bezig, maar je komt nergens. Of je analyseert je helemaal suf en dan komt de Wet van Murphy om de hoek. De bankencrisis is daar een goed voorbeeld van. De kans erop werd heel klein geacht, terwijl het effect heel groot was. Slechts weinigen zagen die financiële crisis aankomen.”

Misschien beter spreken van ‘gezondheid first’ dan van ‘safety first’

Dat veiligheid gelijkstaat aan het uitblijven van ongevallen, is ook zo’n fabel. Een ongeval kan volgens de van geboorte Duitse Noor een symptoom zijn, en het ontbreken van een ongeval puur geluk. “Als ik aan een stopcontact werk zonder de stroom eraf te halen, kan ik de mazzel hebben dat ik geen stroomstoot krijg. Maar veilig is het niet. Het uitblijven van een ongeval zegt dus niets over veiligheid.

Ook zou je eens kunnen kijken of onveiligheid wel het grootste probleem is. Niet massaal afgerukte ledematen zorgen voor hoge sterftecijfers, maar sluipende ziektes als kanker en asbestose. Ook stress en burn-out zorgen voor hogere kosten dan onveiligheid. Ik pleit voor een holistische kijk op veiligheidskunde. Misschien kunnen we beter ‘gezondheid first’ zeggen in plaats van ‘safety first’. Je moet je niet afzonderen door veiligheid op de eerste plaats te zetten. Of omgekeerd, de productie. Wat je wilt is veilige productie. De gulden middenweg. Zo goedkoop mogelijk produceren kan niet, want dan vallen mensen bij bosjes om en sluit de Inspectie SZW je tent. Ten koste van elke prijs veiligheid kan ook niet, want dan ga je failliet.”

Veiligheid tegen elke prijs kan ook niet, want dan ga je failliet

Hij illustreert zijn verhaal met een voorbeeld uit zijn huidige thuisland Noorwegen. “Noorwegen telt 4.500 spoorwegovergangen. Duizend daarvan worden hooguit één keer per jaar gebruikt door een boer of boswachter. Moeten ze dan toch al die overgangen verbouwen of tunnels of bruggen bouwen? Het land heeft het geld om dat te doen, maar voor die ene keer per jaar dat er iemand oversteekt? Dat geld kun je dan beter elders besteden.”

Het is een misvatting dat alle ongevallen te voorkomen zijn

Het is een misvatting dat alle ongevallen te voorkomen zijn, vindt de adviseur arbeidsveiligheid. Hij verwijst naar rapporten van veiligheidskundigen die de Dupont-manier van veiligheid als voorbeeld nemen. “Maar die hebben de laatste tijd ook een paar hele vervelende klappers gehad.” Bovendien kun je van fouten soms leren, stelt Busch. “We leren onze kinderen allemaal dat het fornuis heet is, maar ze komen er pas echt achter als ze zich branden. Dat is het simpele trial and error-principe. Al moet je daarbij natuurlijk wel oppassen voor te grote vergissingen.”

> LEES OOK: Het wat & hoe van veilig en gezond werken

Een van de oudste veiligheidsfabels stamt volgens Busch zonder enige twijfel uit de jaren 30 toen Heinrich zijn theorieën opstelde, beïnvloed door de managementtheorie van Frederick Taylor. Heinrich stelde dat, als je de kleine ongevallen maar voorkomt, de grotere ook achterwege blijven. En omgekeerd evenredig, dat een klein incident tot grote ongevallen kan leiden. Dat is een waarheid met beperkte geldigheid.

“Een struikelongeval voorspelt nooit een blow-out. Dat hebben we gezien bij de explosie van de Deepwater Horizon in 2010. Het management van BP vierde de dag voor de ramp dat er op het platform zeven jaar geen verzuimongeval was geweest. Een dag daarna volgde de explosie. Een arbo-ongeval of het uitblijven daarvan zegt niets over procesveiligheid. Heinrichs theorie is dus een veiligheidsfabel. Natuurlijk zegt het wel iets over de voorspelbaarheid van ongevallen, maar het is niet een soort natuurwet zoals sommigen denken. Heinrich zelf wilde iets maken dat er wetenschappelijk uitzag, maar in de praktijk is zijn theorie buitengewoon arbitrair.”

Een struikelongeval voorspelt nooit een blow-out, denk aan de Deepwater Horizon

Cultuur is een mode-dingetje: ongeluk = geen veiligheidscultuur

Een fabel die volgens Busch vooral de laatste jaren opgeld doet, is de cultus rondom cultuur. Een ‘gemakkelijke verklaring’ en een panacee voor alle veiligheidsproblemen, die vooral consultants en veiligheidskundigen graag hanteren. “Cultuur is een mode-dingetje. Als er
ergens iets misgaat, komt dat omdat er geen veiligheidscultuur is. Onzin. Die cultuur is er natuurlijk wel. Bedrijven bestaan nog steeds, dus hebben ze een cultuur die leidt tot succes. Een deel van die cultuur zorgt voor veiligheid. En misschien namen ze daarbij een short cut die ze nooit hadden mogen nemen, maar het werkte wel.

Het probleem is dat consultants denken dat cultuur maakbaar is: te designen en te implementeren. En opdrachtgevers horen dat ook liever dan de eerlijke boodschap dat je kunt zaaien, bemesten en water geven, maar dat je maar moet hopen dat er iets opkomt.” Of in veiligheidstermen: “Je kunt mensen opleiden en meldingssystemen opzetten zonder mensen op fouten af te rekenen. Maar als die mensen tegelijkertijd sneller moeten werken en er bezuinigd moet worden, is het maar hopen op gewenst gedrag. Toch laat de opdrachtgever zich te vaak iets moois voorspiegelen.”

Het probleem is dat consultants denken dat cultuur maakbaar is

Je kunt cultuur niet meten, cultuur zit niet in cijfers

Busch heeft in zijn eigen organisatie iets soortgelijks bij de hand. De HR-manager wil graag een KPI voor cultuur. “Je kunt cultuur niet meten. Je kunt een rivier ook niet meten. Je kunt het verval en verhang uitrekenen en hoeveel water die bevat, maar is dat een rivier? Bij cultuur kun je het verzuim meten, of het aantal meldingen dat plaatsvindt. Maar hoe we daar mee omgaan en of we een zondebok zoeken die we aan de hoogste paal opknopen, dat zit niet in de cijfers.”

Overtuigen, beredeneren, gezond verstand, het zouden nieuwe wegen moeten zijn die het vak veiligheidskunde inslaat als het aan Busch ligt. “We moeten ook af van dat normatieve taalgebruik. We zijn heel sterk in goed of fout. Maar wat is dat, goed of fout?” Een bijna filosofische uitspraak van een exact opgeleide wetenschapper. In zijn blog verduidelijkt hij bijvoorbeeld het begrip ‘niet adequaat handelen’. Busch kwam die term tegen in een rapport van een collega. Blijkbaar had die collega voor ogen wat dan wel adequaat is, maar de werknemer die het betreft blijft in het ongewisse. Inadequaat handelen of ongewenst gedrag zijn vage termen, vindt Busch. “De veiligheidskunde kan nog heel wat leren als het om communiceren gaat. We zouden ook wat meer moeten luisteren naar de onderbuikgevoelens van de werkvloer. Managers vinden het over het algemeen eerder veilig op de werkvloer dan de uitvoerenden. Laat hen vooral met elkaar in gesprek gaan.”

Auteur | Ton Bennink

 

Congres_veilig_werken_logo> TIP: Carsten Busch is keynote speaker op het Congres Veilig werken

Veiligheidsfabels 1-2-3> TIP: Veiligheidsfabels 1-2-3 van Carsten Busch, bestel ‘m in de shop 

Reageer op dit artikel